Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK9029

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
13-01-2010
Zaaknummer
200903198/1/M2 en 200903196/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 17 november 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beesel (hierna: het college) afwijzend gereageerd op het verzoek van [appellant en anderen] van 1 september 2008 om over te gaan tot feitelijke handhaving met betrekking tot de horeca-inrichting Café Friends te Reuver.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 1.1a
Grondwet
Grondwet 10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/300
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200903198/1/M2 en 200903196/1/M2.

Datum uitspraak: 13 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Reuver, gemeente Beesel,

en

het college van burgemeester en wethouders van Beesel,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 17 november 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beesel (hierna: het college) afwijzend gereageerd op het verzoek van [appellant en anderen] van 1 september 2008 om over te gaan tot feitelijke handhaving met betrekking tot de horeca-inrichting Café Friends te Reuver.

Bij brief van 8 december 2008 heeft het college afwijzend gereageerd op het verzoek van [appellant] en anderen van 24 september 2008 om over te gaan tot feitelijke handhaving met betrekking tot Café Friends.

Bij besluit van 2 februari 2009, kenmerk AJZ/BB/08-66a, heeft het college het door [appellant] en anderen gemaakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek van 1 september 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 2 februari 2009, kenmerk AJZ/BB/08-66b, heeft het college het door [appellant] en anderen gemaakte bezwaar tegen de brief van 17 november 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 3 maart 2009, kenmerk AJZ/BB/08-75a, heeft het college het door [appellant] en anderen gemaakte bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek van 24 september 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 3 maart 2009, kenmerk AJZ/BB/08-75b, heeft het college het door [appellant] en anderen gemaakte bezwaar tegen de brief van 8 december 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar tegen de brief van 17 november 2008 hebben [appellant] en anderen bij brief van 2 januari 2009, bij de rechtbank Roermond ingekomen op 6 januari 2009, beroep ingesteld. Bij brief van 11 februari 2009, bij de rechtbank Roermond ingekomen op 17 februari 2009, hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld tegen de besluiten van 2 februari 2009.

Bij brief van 19 maart 2009, bij de rechtbank Roermond ingekomen op 19 maart 2009, hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld tegen de besluiten van 3 maart 2009.

De rechtbank heeft de beroepschriften met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht doorgestuurd naar de Raad van State.

Het college heeft verweerschriften ingediend.

De Afdeling heeft de zaken ter zitting behandeld op 23 november 2009, waar [twee van de appellanten] zijn verschenen. Voorts is de eigenaar van Café Friends, [eigenaar], als partij gehoord.

2. Overwegingen

Beroep van 2 januari 2009

2.1. Ten aanzien van het beroep van [appellant] en anderen van 2 januari 2009 tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar, overweegt de Afdeling dat het college bij besluit van 2 februari 2009, kenmerk AJZ/BB/08-66b, alsnog een besluit op bezwaar heeft genomen. Niet is gebleken dat [appellant] en anderen nog belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep van 2 januari 2009. Dit beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Beroepen van 11 februari 2009 en 19 maart 2009

2.2. [appellant] en anderen voeren in het kader van de besluiten van 2 februari 2009, kenmerk AJZ/BB/08-66b, en 3 maart 2009, kenmerk AJZ/BB/08-75b, aan dat het college ten onrechte afwijzend heeft gereageerd op hun verzoeken van 1 september 2008 en 24 september 2008 en hun hiertegen gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens hen hebben in de avond- en nachtperiode van 1 op 2 augustus 2008 overschrijdingen van de voor Café Friends geldende geluidgrenswaarden plaatsgevonden als gevolg waarvan een dwangsom is verbeurd. Nu het college niet tot invordering hiervan overgaat, gedoogt het college de geconstateerde overtredingen, aldus [appellant] en anderen. Daarnaast voeren [appellant] en anderen tegen de besluiten van 2 februari 2009, kenmerk AJZ/BB/08-66a, en 3 maart 2009, kenmerk AJZ/BB/08-75a, aan dat zij, anders dan het college in deze besluiten heeft gesteld, wel belang hebben bij een gegrondverklaring van hun bezwaren tegen het niet tijdig reageren door het college op hun verzoeken van 1 september 2008 en 24 september 2008, omdat door het college nog steeds niet is overgegaan tot feitelijke handhaving.

2.2.1. Ter zitting is door [appellant] en anderen gesteld dat hun verzoeken van 1 september 2008 en 24 september 2008 erop zijn gericht dat de gemeente overgaat tot invordering van de door Café Friends verbeurde dwangsommen.

2.2.2. Op 1 juli 2009 is de wet van 25 juni 2009 tot aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (vierde tranche Algemene wet bestuursrecht) in werking getreden.

Ingevolge artikel III, eerste lid, van die wet blijft op een verplichting tot betaling van een geldsom aan of door een bestuurorgaan die is vastgesteld of ontstaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het recht zoals dat gold vóór dat tijdstip van toepassing. Nu het verzoek van [appellant] en anderen betrekking heeft op de invordering van in augustus 2008 vermeend verbeurde dwangsommen zijn de bij deze wet doorgevoerde wetswijzigingen niet van toepassing op het huidige geding.

2.2.3. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraken van 17 februari 1998 in zaak nr. E03.97.1507; JB 1998, 75 en 8 april 2009 in zaak nr. 200806380/1/M2) is de beslissing tot niet invorderen van aan het bevoegd gezag toekomende verbeurde dwangsommen geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Slechts indien hieruit duidelijk blijkt dat het bestuursorgaan is teruggekomen van het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom kan van een besluit in de voornoemde bepaling worden gesproken. Daarvan is hier geen sprake. De brieven van 17 november 2008 en 8 december 2008 zijn gelet hierop niet aan te merken als besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college heeft de door [appellant] en anderen gemaakte bezwaren tegen deze brieven daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het college de bezwaren tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de verzoeken van 1 september 2008 en 24 september 2008 tevens terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

De beroepsgronden falen.

2.3. [appellant] en anderen hebben in het beroepschrift aangevoerd dat door de afwijzende reactie van het college op hun verzoeken van 1 september 2008 en 24 september 2008 het college heeft gehandeld in strijd met artikel 1.1a van de Wet milieubeheer, artikel 10 van de Grondwet, artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Ter zitting hebben zij tevens gesteld dat het college daarmee heeft gehandeld in strijd met artikel 17 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Nu het college de bezwaren tegen de brieven van 17 november 2008 en 8 december 2008 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard komt de Afdeling aan beoordeling van deze gronden niet toe.

2.4. [appellant] en anderen voeren aan dat hen door het niet-ontvankelijk verklaren van hun bezwaren in strijd met artikel 13 van het EVRM een effectief rechtsmiddel is ontnomen.

Tegen de besluiten van het college waarbij de bezwaren van [appellant] en anderen niet-ontvankelijk zijn verklaard stonden rechtsmiddelen open. [appellant] en anderen hebben daarvan gebruik gemaakt door middel van het instellen van de onderhavige beroepen. Van onthouding aan [appellant] en anderen van een effectief rechtsmiddel en derhalve schending van artikel 13 van het EVRM is reeds daarom geen sprake.

De beroepsgrond faalt.

2.5. Het beroep van 2 januari 2009 is niet-ontvankelijk. De beroepen van 11 februari 2009 en 19 maart 2009 zijn ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van 2 januari 2009 niet-ontvankelijk;

II. verklaart de beroepen van 11 februari 2009 en 19 maart 2009 ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Taal

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2010

431-578.