Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK8984

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-01-2010
Datum publicatie
13-01-2010
Zaaknummer
200904845/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 mei 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard (hierna: het college) [appellanten] op straffe van een dwangsom gelast een stacaravan en een toercaravan van het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904845/1/H1.

Datum uitspraak: 13 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te [woonplaats], gemeente Lingewaard,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 juni 2009 in zaak nr. 08/4845 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 mei 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard (hierna: het college) [appellanten] op straffe van een dwangsom gelast een stacaravan en een toercaravan van het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 10 september 2008, voor zover thans van belang, heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 juni 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak op 22 december 2009 ter zitting aan de orde gesteld.

2. Overwegingen

2.1. Niet in geschil is dat voor het aanwezig hebben van de caravans, waar de last op ziet, bouwvergunning is vereist en deze niet is verleend. [appellanten] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat bijzondere omstandigheden het college er in dit geval toe hadden moeten brengen van handhavend optreden af te zien.

2.1.1. Dit betoog faalt. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het college terecht geen concreet zicht op legalisatie heeft aangenomen, nu het niet bereid is krachtens artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan. Ook anderszins is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden, dat zij het college er toe noopten om van handhaving af te zien. De rechtbank heeft terecht niet door [appellanten] aannemelijk gemaakt geacht dat het voor hen onmogelijk is om vervangende woonruimte te vinden, nu zij bij een woningstichting als woningzoekenden ingeschreven staan en hun aangeboden woningen hebben afgewezen. De andere gestelde omstandigheden kunnen niet tot het oordeel leiden dat het college van handhavend optreden af had moeten zien. Aan de vraag of die aannemelijk zijn gemaakt, komt de Afdeling daarom niet toe.

2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. V. van Dorst, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Dorst

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2010

357-580.