Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK8368

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
200904658/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 maart 2003 heeft appellant (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van een gebouw op het perceel [locatie] te Den Haag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2010/4987
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904658/1/H1.

Datum uitspraak: 6 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 mei 2009 in zaak nr. AWB 08/4721 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

appellant.

1. Procesverloop

Bij besluit van 13 maart 2003 heeft appellant (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van een gebouw op het perceel [locatie] te Den Haag.

Bij besluit van 21 mei 2008, voor zover thans van belang, heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 mei 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 juni 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 16 juli 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [vergunninghouder] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 december 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. L.F. Brandenburg, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij], bijgestaan door H.D.E. Kaasjager zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghouder], bijgestaan door mr. R.T.M. Lagerweij, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in het aanbrengen van een kapverdieping op het als atelier gebruikte gebouw. Het is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Archipelbuurt/Willemspark II". Het college heeft om realisering ervan toch mogelijk te maken krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling daarvan verleend.

2.2. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte een privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter voor de vrijstelling ten behoeve van de realisering van het bouwplan heeft aangenomen.

2.2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld uitspraak van 3 oktober 2007 in zaak nr. 200701608/1), staat een evidente privaatrechtelijke belemmering aan verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan in de weg. Vrijstelling mag in dat geval eerst verleend worden, nadat die belemmering is opgeheven.

Nu niet in geschil is dat de goot van de voorziene kapverdieping de erfgrens overschrijdt en [wederpartij] daarvoor geen toestemming heeft verleend, heeft de rechtbank terecht een zodanige belemmering aangenomen. Dat ter opheffing van die belemmering een erfdienstbaarheid zou kunnen worden gevestigd, zoals het college stelt, doet hier niet aan af.

Het betoog faalt.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.G.P. Oudenaller, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Oudenaller

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2010

357-580.