Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2010:BK8366

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
06-01-2010
Zaaknummer
200901905/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 januari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beemster (hierna: het college) aan [aannemersbedrijf] bouwvergunning eerste fase verleend voor het vergroten en veranderen van fort Nekkerweg aan de Nekkerweg te Middenbeemster ten behoeve van de vestiging van onder meer een hotel, congresruimte en bezoekerscentrum.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200901905/1/H1.

Datum uitspraak: 6 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging afdeling Hoorn/West-Friesland, gevestigd te Blokker,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 30 januari 2009 in zaak nr. 08-5639 in het geding tussen:

de vereniging Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging afdeling Hoorn/West-Friesland

en

het college van burgemeester en wethouders van Beemster.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beemster (hierna: het college) aan [aannemersbedrijf] bouwvergunning eerste fase verleend voor het vergroten en veranderen van fort Nekkerweg aan de Nekkerweg te Middenbeemster ten behoeve van de vestiging van onder meer een hotel, congresruimte en bezoekerscentrum.

Bij besluit van 14 juli 2008 heeft het college het door de vereniging Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging afdeling Hoorn/West-Friesland (hierna: de Vereniging) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 30 januari 2009, verzonden op 5 februari 2009, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door de Vereniging daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de Vereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 maart 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 november 2009, waar de Vereniging, vertegenwoordigd door M. Kleij, en het college, vertegenwoordigd door H.K. Pieters, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [aannemersbedrijf], vertegenwoordigd door P.J.H. van der Linden, gehoord. Buiten bezwaren van de andere partijen, heeft de Vereniging ter zitting stukken overgelegd.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, voor zover thans van belang, dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen.

2.2. Het terrein waarop het bouwplan is voorzien bestaat uit een, met een ovale fortgracht omgeven, forteiland met bebouwing, de fortwachterswoning en een grenssloot met grenspalen. Het forteiland bestaat uit een lichaam van duinzand, waarop een hoofdgebouw met twee keelkazematten op de flanken en daarbuiten poternes met hefkoepelgebouwen en een poternegebouw staat. In het besluit van 29 januari 2008 is vermeld dat aan de hand van onderzoek is vastgesteld dat, naast vrijstelling en bouwvergunning, ontheffing op grond van de Flora- en Faunawet is vereist alvorens het bouwplan kan worden verwezenlijkt.

2.3. De Vereniging betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college het bezwaar terecht en op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe voert zij aan dat uit haar statuten en feitelijke werkzaamheden kan worden afgeleid dat zij als belanghebbende bij de verleende bouwvergunning eerste fase is aan te merken

2.3.1. Blijkens artikel 1, derde lid, van haar statuten omvat het werkgebied van de Vereniging Noord-Holland boven het Noordzeekanaal.

Blijkens artikel 2 heeft de Vereniging als doel:

a. het vermeerderen van de kennis van de natuur in de ruimste zin en het verbreden van deze kennis.

b. het aankweken van de belangstelling voor en liefde tot de natuur, in de eerste plaats onder haar leden doch ook buiten de afdeling.

c. het bijdragen aan de natuur- en landschapsbescherming in de ruimste zin.

Blijkens artikel 3 streeft de Vereniging haar doel na door:

a. het organiseren van excursies en lezingen.

b. het organiseren van kampen en reizen.

c. het oprichten en in stand houden van werkgroepen.

d. het samenwerken met gelijkgerichte organisaties.

e. het medewerken aan het oplossen van natuurhistorische vraagstukken.

f. het bijeenbrengen van gelden, nodig om het doel van de afdeling te bevorderen.

g. het uitgeven van een afdelingsblad.

h. alle overige wettige middelen.

2.3.2. Voor de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.

Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is het statutaire doel van de Vereniging niet te algemeen geformuleerd, nu die doelstelling geografisch is beperkt tot Noord-Holland boven het Noordzeekanaal en functioneel tot het vermeerderen van de kennis van de natuur in de ruimste zin en het verbreden van deze kennis, het aankweken van de belangstelling voor en liefde tot de natuur, in de eerste plaats onder haar leden doch ook buiten de afdeling en het bijdragen aan de natuur- en landschapsbescherming in de ruimste zin.

Gezien de doelstelling en de feitelijke werkzaamheden is het belang van de Vereniging rechtstreeks bij het besluit van 29 januari 2008 betrokken. Dat in artikel 3, aanhef en onder h, van de statuten niet uitdrukkelijk het voeren van procedures is vermeld, maakt niet dat zij geen bezwaar en beroep kan instellen tegen besluiten waar haar belang rechtstreeks bij is betrokken.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 14 juli 2008 van het college alsnog gegrond verklaren en dit besluit wegens strijd met artikel 1:2, derde lid, van de Awb vernietigen. Het college dient alsnog een inhoudelijke beslissing op het gemaakte bezwaar te nemen.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 30 januari 2009 in zaak nr. 08-5639;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Beemster van 14 juli 2008, kenmerk ROV/hkp/0594;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Beemster aan de vereniging Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging afdeling Hoorn/Westfriesland het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 721,00 (zegge: zevenhonderdeenentwintig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Sloots

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2010

499.