Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK7477

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
200900924/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft (hierna: het college) aan [appellante] een nadere eis opgelegd als bedoeld in het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.10
Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Algemene wet bestuursrecht 8:1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2010/608
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200900924/1/M1.

Datum uitspraak: 23 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante] en anderen, gevestigd te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Delft,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft (hierna: het college) aan [appellante] een nadere eis opgelegd als bedoeld in het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer.

Bij besluit van 23 december 2008 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In de brief waarin dit besluit is bekendgemaakt heeft het college tevens medegedeeld dat het geen maatwerkvoorschriften als bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) op zal leggen.

Tegen laatstgenoemde mededeling hebben [appellante] e.a. bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 februari 2009, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 november 2009, waar [appellante] e.a., vertegenwoordigd door mr. J. Hiemstra, advocaat te Delft, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.J.W. Walraven, advocaat te Rotterdam, en ing. P. Zonneveld en B.B. van de Water, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Niet in geschil is dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat de door J. de Bloois bestreden nadere eis van rechtswege is vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit.

2.2. Het college heeft medegedeeld dat het geen maatwerkvoorschriften als bedoeld in het Activiteitenbesluit op zal leggen ter vervanging van de vervallen nadere eis. Ter toelichting van deze mededeling stelt het college dat het geen aanleiding voor het opleggen van maatwerkvoorschriften ziet, omdat uit onderzoek is gebleken dat de feitelijke activiteiten in de inrichting van [appellante] ter plaatse van voorgenomen woningbouw niet zullen leiden tot overschrijding van de in het Activiteitenbesluit opgenomen geluidgrenswaarden.

2.3. [appellante] e.a. kunnen zich niet verenigen met deze mededeling omdat uit de toelichting daarbij volgens hen blijkt dat het college van mening is dat woningbouw op te korte afstand (27 meter) van hun bedrijf mogelijk moet zijn, en dat in verband daarmee zo nodig maatwerkvoorschriften hadden kunnen worden opgelegd.

2.4. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover hier van belang, kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen.

Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder een besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2.5. De bestreden mededeling van het college brengt geen rechtsgevolgen tot stand en kan derhalve niet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen beroep kan worden ingesteld.

2.6. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. W.D.M. van Diepenbeek, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.E. Postma, ambtenaar van Staat.

w.g. Brink w.g. Postma

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009

539.