Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK7458

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
200808662/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 juli 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) een last onder dwangsom opgelegd aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ProRail B.V. (hierna: ProRail) wegens overtreding van artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit geluidhinder.

Wetsverwijzingen
Besluit geluidhinder
Besluit geluidhinder 4.7
Besluit geluidhinder 4.17
Besluit geluidhinder 4.23
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:32
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2010/8 met annotatie van Arents
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808662/1/M2.

Datum uitspraak: 23 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2007 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: de minister) een last onder dwangsom opgelegd aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ProRail B.V. (hierna: ProRail) wegens overtreding van artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit geluidhinder.

Bij besluit van 17 oktober 2008 heeft de minister het door ProRail hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 november 2008, beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht.

[appellant] heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 december 2009. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op grond van artikel 4.7, eerste lid, van het Besluit geluidhinder wordt tot wijziging van een spoorweg met betrekking waartoe een melding moet worden gedaan als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, niet overgegaan dan nadat de minister met betrekking tot de in die bepaling bedoelde woningen, andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg uitvoering heeft gegeven aan artikel 4.23, tweede en derde lid.

Op grond van artikel 4.23, tweede, van het Besluit geluidhinder stelt de minister naar aanleiding van een aan hem voorgelegd saneringsprogramma ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, onderscheidenlijk aan de grens van geluidsgevoelige terreinen vast waarop het saneringsprogramma betrekking heeft. Op grond van het derde lid stelt de minister maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidbelasting.

2.2. Bij het bestreden besluit heeft de minister op grond van artikel 4.7 van het Besluit geluidhinder aan ProRail een last onder dwangsom opgelegd wegens het wijzigen van de spoorweg Groningen-Leeuwarden zonder de hiervoor beschreven procedure te doorlopen.

2.3. [appellant] voert aan dat de termijn gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd (hierna: de begunstigingstermijn) te lang is.

2.3.1. Bij het bestreden besluit is een begunstigingstermijn gesteld van 30 weken. De minister stelt dat deze termijn is gerelateerd aan de tijd die benodigd zal zijn om een akoestisch rapport en een saneringsprogramma op te stellen, alsmede om een besluit tot vaststelling van ten hoogste toelaatbare waarden van de geluidbelasting met bijbehorende maatregelen te nemen. Daarbij neemt de minister in aanmerking dat een besluit als bedoeld in artikel 4.23, tweede en derde lid, van het Besluit geluidhinder ongeveer 6 weken in beslag zal nemen. ProRail heeft derhalve 24 weken om een saneringsprogramma op te stellen, aldus de minister.

2.3.2. De Afdeling acht, in aanmerking genomen het in het deskundigenbericht ingenomen standpunt dat de gestelde begunstigingstermijn redelijk is gezien de vereiste inbreng van deskundigen en de te doorlopen procedures, de door de minister gestelde begunstigingstermijn niet onredelijk. Gelet hierop heeft het college in redelijkheid een begunstigingstermijn van 30 weken kunnen stellen. De beroepsgrond faalt.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.J.J. Kalter, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Kalter

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009

492.