Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK7443

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
200809410/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 november 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) opnieuw voorschriften verbonden voor de periode tot en met 31 december 2009 aan de op 5 juni 2007 aan de naamloze vennootschap Total raffinaderij Nederland N.V. (hierna: TRN) verleende revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer voor een inrichting bestemd voor de verwerking van ruwe aardolie, gelegen aan de Luxemburgweg 1 te Nieuwdorp, gemeente Borsele. Dit besluit is op 27 november 2009 ter inzage gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200809410/1/M1.

Datum uitspraak: 23 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., gevestigd te Nijmegen, en andere,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Zeeland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 november 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) opnieuw voorschriften verbonden voor de periode tot en met 31 december 2009 aan de op 5 juni 2007 aan de naamloze vennootschap Total raffinaderij Nederland N.V. (hierna: TRN) verleende revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer voor een inrichting bestemd voor de verwerking van ruwe aardolie, gelegen aan de Luxemburgweg 1 te Nieuwdorp, gemeente Borsele. Dit besluit is op 27 november 2009 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A en andere (hierna: MOB en andere) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 december 2008, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

MOB en andere, het college en TRN hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 november 2009, waar MOB en andere, vertegenwoordigd door drs. ing. J.G. Vollenbroek, en het college, vertegenwoordigd door E.I. de Smidt, A. Goud en L.T. van der Klip, allen werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting TRN, vertegenwoordigd door mr. C.L. Knijff, advocaat te Amsterdam, [gemachtigden] als partij gehoord.

Overwegingen

2.1. Bij het bestreden besluit is naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 13 augustus 2008, in zaak nr. 200704489/1 ten aanzien van een aantal voorschriften van de op 5 juni 2007 aan TRN verleende revisievergunning opnieuw voorzien voor de periode tot en met 31 december 2009. Inmiddels is bij besluit van 3 maart 2009 voor de inrichting een nieuwe revisievergunning verleend. Deze is in werking getreden, zodat de bij het bestreden besluit gestelde voorschriften ingevolge artikel 8.4, vierde lid, van de Wet milieubeheer zijn vervangen. Tegen het besluit van 3 maart 2009 is bij de Afdeling beroep aanhangig (zaak nr. 200902437/1), zodat de vergunning van 3 maart 2009 niet onherroepelijk is en de bij het bestreden besluit gestelde voorschriften niet zijn vervallen.

Het beroep tegen het besluit van 3 maart 2009 wordt aangehouden in verband met de prejudiciële vragen die de Afdeling bij verwijzingsuitspraken van 29 april 2009 in de zaken nrs. 200708144/1/M1, 200800181/1/M1 en 200803143/1/M1 heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen. Een uitspraak over het besluit van 3 maart 2009 is niet voor 31 december 2009 te verwachten. Het bestreden besluit zal dan zijn geëxpireerd. Gelet hierop bestaat geen procesbelang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Kuipers

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009

271-590.