Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK7430

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
200903156/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van [appellante] om wijziging krachtens artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) van het bestemmingsplan 'Buitengebied Valburg, herziening 2002' ten behoeve van de toekenning van een agrarisch bouwperceel aan de [locatie 1] ongenummerd te [plaats] voor een melkveehouderij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200903156/1/R3.

Datum uitspraak: 23 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], waarvan de maten zijn [maat A] en [maat B], gevestigd te [plaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe (hierna: het college) afwijzend beslist op het verzoek van [appellante] om wijziging krachtens artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) van het bestemmingsplan 'Buitengebied Valburg, herziening 2002' ten behoeve van de toekenning van een agrarisch bouwperceel aan de [locatie 1] ongenummerd te [plaats] voor een melkveehouderij.

Bij besluit van 10 september 2008, verzonden op 11 september 2008, heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld bij een bij de gemeente Overbetuwe op 22 oktober 2008 ontvangen en aan de rechtbank Arnhem doorgezonden en vervolgens - na wederom doorzending - bij de Raad van State op 29 april 2009 ingekomen brief.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 november 2009, waar [appellante], vertegenwoordigd door [maat A] en [maat B], en het college, vertegenwoordigd door ir. H.H.J. Bos, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In geschil is de weigering van het college om met toepassing van artikel 11 WRO het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Valburg, herziening 2002' te wijzigen ten behoeve van een agrarisch bouwperceel voor een melkveehouderij aan de [locatie 1] ongenummerd te [plaats].

2.2. [appellante] betoogt dat het college ten onrechte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan de vestiging van een tweede bouwperceel op de in geding zijnde locatie ten behoeve van de door haar geƫxploiteerde melkrundveehouderij op de huidige locatie aan de [locatie 2] te [plaats]. De groeimogelijkheden op de huidige locatie zijn beperkt. Zij beoogt in een tijdsbestek van totaal ongeveer acht jaren een tweede zelfstandige bedrijfslocatie tot stand te brengen om bedrijfsopvolging op termijn mogelijk te maken. De opzet bestaat in het uiteindelijk verdelen van melkkoeien en jongvee over twee zelfstandige locaties met elk ongeveer 160 melkkoeien en 100 stuks jongvee. Door de tweede locatie aan de [locatie 1] te vestigen, waar uitbreidingsmogelijkheden liggen, kunnen transporten van mest en voeders efficiƫnt plaatsvinden, aldus [appellante]. Voor zover het college in het Streekplan Gelderland 2005 (hierna: het streekplan) een belemmering ziet voor de vestiging van een tweede bouwperceel vanwege de ligging in het groenblauwe raamwerk, betoogt [appellante] dat haar huidige bedrijf binnen hetzelfde gebied is gevestigd.

2.3. Het college heeft het bestreden besluit gebaseerd op het advies van de Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen (SAAB) van 3 juli 2008. Hierin staat dat in principe medewerking zou kunnen worden verleend, maar dat de plannen nog onvoldoende concreet zijn uitgewerkt. Het betreft een plan voor de langere termijn, waardoor een eventuele toekomstige bedrijfsovername door de kinderen (leeftijd 8 en 11 jaar) mogelijk gemaakt zou worden. Daadwerkelijke realisering van de nieuwvestiging is ongewis. Verder stelt het college zich op het standpunt dat de beoogde nieuwvestiging in strijd is met het streekplan.

2.4. De in geding zijnde locatie is in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Valburg, herziening 2002' aangewezen als "Agrarisch gebied met landschapswaarden", zonder de aanduiding 'agrarisch bouwperceel'. Ingevolge artikel 5, veertiende lid, van de planvoorschriften, voor zover hier van belang, is het college bevoegd de plankaart te wijzigen ten behoeve van een nieuw bouwperceel, mits - is aangetoond dat het te vestigen bedrijf naar omvang en activiteiten aan ten minste een volwaardige arbeidskracht een volledige dagtaak biedt, - daardoor de landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast.

Alvorens te beslissen omtrent wijziging, wint het college advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

2.4.1. In hetgeen [appellante] heeft aangevoerd omtrent haar bedrijfsopzet en de voorgenomen splitsing van de veehouderij binnen een tijdsbestek van ongeveer acht jaren, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het college bij het bestreden besluit medewerking had behoren te verlenen aan de realisering van een nieuw agrarisch bouwperceel op de in geding zijnde locatie. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de SAAB in haar advies van 3 juli 2008 aan het college te kennen heeft gegeven dat de daadwerkelijke realisering van de nieuwvestiging ongewis is. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het college dit advies niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Gelet op het ontbreken van een voldoende onderbouwd bedrijfsplan, heeft het college reeds hierom terecht aangenomen dat het bepaalde in artikel 5, veertiende lid, van de planvoorschriften aan inwilliging van het verzoek van [appellante] in de weg stond.

2.5. De conclusie is dat hetgeen [appellante] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.J.A.M. Broekman, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Broekman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009

12.