Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK6738

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-12-2009
Datum publicatie
16-12-2009
Zaaknummer
200908623/2/H1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2009:BJ9317
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 maart 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een agrarisch en veehoudersbedrijf met woning aan [locatie] te [plaats], gemeente Westerveld, kadastraal bekend gemeentecode […], sectie […], nummers […].

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200908623/2/H1.

Datum uitspraak: 11 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

het college van burgemeester en wethouders van Westerveld,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen van 1 oktober 2009 in zaak nrs. 09/248 en 09/646 in het geding tussen:

[partij] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Westerveld.

1. Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerveld (hierna: het college) aan [vergunninghouder] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een agrarisch en veehoudersbedrijf met woning aan [locatie] te [plaats], gemeente Westerveld, kadastraal bekend gemeentecode […], sectie […], nummers […].

Bij besluit van 24 augustus 2009 heeft het college het door [partij en anderen] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en dat besluit gehandhaafd onder aanvulling van de motivering ervan.

Bij uitspraak van 1 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen (hierna: de voorzieningenrechter) het door [partij] en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 25 augustus 2009 vernietigd en met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het besluit van 9 maart 2009 geschorst.

Tegen deze uitspraak heeft onder meer het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2009, hoger beroep ingesteld. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2009, heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 december 2009, waar het college, vertegenwoordigd door E. van Schelven, wethouder, en J.G. de Boer, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [partij] en anderen, vertegenwoordigd door mr. E.R.M. Holtz-Russel, advocaat te Groningen, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door [gemachtigde], verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek van het college strekt tot vernietiging van de aangevallen uitspraak en ongegrondverklaring van het bij de rechtbank tegen het besluit van 24 augustus 2009 ingediende beroep van [partij] en anderen, dan wel schorsing van de door de voorzieningenrechter uitgesproken schorsing van het besluit van 9 maart 2009. Als spoedeisend belang dat daartoe noopt heeft het college aangevoerd dat het huidige agrarische bedrijf van [vergunninghouder] achterstallig onderhoud vertoont en dat met verplaatsing van dat bedrijf een algemeen maatschappelijk belang is gediend, omdat verplaatsing beter is uit het oogpunt van dierenwelzijn, milieubescherming en natuurbehoud. Voorts acht het college het wenselijk dat snel duidelijkheid ontstaat over de rechtmatigheid van de besluiten van 9 maart en 24 augustus 2009.

2.2. Het door het college aangevoerde maatschappelijke belang kan niet worden aangemerkt als een spoedeisend belang, dat vergt dat de behandeling van de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Het door het college gestelde achterstallige onderhoud van het bedrijf van [vergunninghouder] kan evenmin als een spoedeisend belang van het college worden aangemerkt. Voorts is in de wens van het college op spoedige duidelijkheid omtrent de rechtmatigheid van de door het college genomen besluiten geen belang gelegen dat deze zaak onderscheidt van andere zaken, waarbij de behandeling in hoger beroep moet worden afgewacht.

2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Partijen zullen naar verwachting worden uitgenodigd voor een behandeling van de bodemzaak in maart 2010.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2009

488.