Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK5788

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
09-12-2009
Zaaknummer
200904761/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 10 september 2008, nr. 200705533/1, verzonden op dezelfde datum heeft de Afdeling het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) van 12 juni 2007, kenmerk 1242942, omtrent de goedkeuring van het bij besluit van 7 november 2006 door de raad van de gemeente Helmond vastgestelde bestemmingsplan "Brandevoort II", gedeeltelijk vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904761/2/R2.

Datum uitspraak: 2 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] wonend te [woonplaats] en [verzoekster B], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 10 september 2008, nr. 200705533/1, verzonden op dezelfde datum heeft de Afdeling het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) van 12 juni 2007, kenmerk 1242942, omtrent de goedkeuring van het bij besluit van 7 november 2006 door de raad van de gemeente Helmond vastgestelde bestemmingsplan "Brandevoort II", gedeeltelijk vernietigd.

Tegen het niet tijdig nemen van een besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan, voor zover nodig, door het college hebben [verzoeker A] en [verzoekster B] (hierna: [verzoekers]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2009, beroep ingesteld.

Tevens hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 oktober 2009, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door mr. L.A. Pronk, juridisch adviseur in bijzijn van [verzoeker A] zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Bij uitspraak van heden heeft de Afdeling het beroep gegrond verklaard. Nu geen bodemzaak meer aanhangig is dient het verzoek om een voorlopige voorziening te worden afgewezen.

2.2. De Voorzitter ziet aanleiding het college op de na te melden wijze in de proceskosten te veroordelen.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

I. wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord- Brabant tot vergoeding van de bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 201,00 (zegge: tweehonderdeneen euro) waarvan € 161,00 (zegge: honderdeenenzestig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Noord-Brabant onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 (zegge: tweehonderenzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. van Onselen, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Van Onselen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009

178.