Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK5076

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
02-12-2009
Zaaknummer
200902837/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 augustus 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) geweigerd de stichting Stichting het Juridisch Loket (hierna: Het Juridisch Loket) bouwvergunning te verlenen voor het aanbrengen van gevelreclame en zonneschermen met reclame aan het bedrijfsverzamelgebouw aan de Bargelaan 8A te Leiden (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200902837/1/H1.

Datum uitspraak: 2 december 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting het Juridisch Loket, gevestigd te Utrecht,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 maart 2009 in zaak nr. 08/672 in het geding tussen:

de stichting Stichting het Juridisch Loket

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) geweigerd de stichting Stichting het Juridisch Loket (hierna: Het Juridisch Loket) bouwvergunning te verlenen voor het aanbrengen van gevelreclame en zonneschermen met reclame aan het bedrijfsverzamelgebouw aan de Bargelaan 8A te Leiden (hierna: het perceel).

Bij besluit van 11 december 2007 heeft het college het door Het Juridisch Loket daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 4 maart 2009, verzonden op 10 maart 2009, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door Het Juridisch Loket daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 11 december 2007 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Het Juridisch Loket bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 april 2009, hoger beroep ingesteld.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 oktober 2009, waar Het Juridisch Loket, vertegenwoordigd door mr. M.F.C.M. Aertssen en mr. J. Hemelaar, advocaat te Leiden, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Kooij, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 44 van de Woningwet mag de bouwvergunning slechts en moet deze worden geweigerd, indien sprake is van één van de daar gegeven weigeringsgronden.

Ingevolge het eerste lid, onder d, van dat artikel dient een bouwvergunning te worden geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend.

2.2. Anders dan Het Juridisch Loket betoogt is de rechtbank op basis van het nader gemotiveerde welstandsadvies van de ARK van 28 januari 2008, waarvan de conclusie luidt dat het bouwplan niet passend is voor het bedrijfsverzamelgebouw, tot het juiste oordeel gekomen dat het college de gevraagde bouwvergunning terecht heeft geweigerd. Hierbij heeft de rechtbank terecht in aanmerking genomen dat niet is gebleken van gebreken aan de totstandkoming van het nader gemotiveerde welstandsadvies.

2.2.1. Het betoog van Het Juridisch loket dat er op neerkomt dat de rechtbank het nadere welstandadvies buiten beschouwing had moeten laten en had moeten volstaan met vernietiging van het besluit van 11 december 2007, faalt.

Het college heeft ter zitting bevestigd dat met het welstandsadvies van 28 januari 2008 wordt ingestemd en dat dit advies zou zijn gevolgd indien opnieuw op het bezwaar had moeten worden beslist. Het college zou de gevraagde bouwvergunning dan ook opnieuw hebben geweigerd. De rechtbank heeft derhalve na vernietiging van het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht, om proceseconomische redenen terecht van haar bevoegdheid ingevolge artikel 8:72, derde lid, van deze wet gebruik gemaakt door te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

2.3. Het betoog van Het Juridisch Loket dat het bouwplan ten onrechte niet is getoetst aan het "Modellenboek Gevelreclame" faalt omdat het perceel niet is gelegen binnen een van de zes gebieden in de Leidse binnenstad, zoals is gedefinieerd in hoofdstuk 2 van het "Modellenboek Gevelreclame". De regels vastgelegd in het "Modellenboek Gevelreclame" zijn derhalve niet van toepassing op het gebied waarin het perceel is gelegen.

2.4. Van strijd met artikelen 1 en 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals door Het Juridisch Loket zonder enige onderbouwing is gesteld, is niet gebleken.

2.5. Hetgeen Het Juridisch Loket verder nog heeft aangevoerd biedt evenmin aanknopingspunten voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, voor zover aangevallen, te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Boot

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009

202.