Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK4359

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
200903028/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 mei 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel (hierna: het college) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van de ten behoeve van het college door onderzoeksbureau Tauw opgestelde notitie Schoon-schip (hierna: de notitie), afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200903028/1/H3.

Datum uitspraak: 25 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], te [plaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden van 16 maart 2009 in zaak nrs. 09/348 en 09/349 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 mei 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel (hierna: het college) het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van de ten behoeve van het college door onderzoeksbureau Tauw opgestelde notitie Schoon-schip (hierna: de notitie), afgewezen.

Bij besluit van 6 januari 2009 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft het college enkele passages uit de notitie openbaar gemaakt.

Bij uitspraak van 16 maart 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 april 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft de toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 oktober 2009, waar [appellant], vertegenwoordigd door J.W. Schurer, en het college, vertegenwoordigd door mr. B. Klunder, advocaat te Leeuwarden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het vijfde lid wordt een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen.

2.2. Bij besluit van 7 mei 2008 heeft het college met een beroep op artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob, het verzoek van [appellant] afgewezen. Dit besluit is in bezwaar herroepen, in die zin dat het college enkele passages uit de notitie openbaar heeft gemaakt. Voor het overige heeft het college het besluit in bezwaar gehandhaafd.

2.3. Na met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, kennis te hebben genomen van de door het college vertrouwelijk overgelegde notitie, heeft de voorzieningenrechter overwogen dat het college met de gegeven summiere motivering van het besluit van 6 januari 2009 heeft kunnen volstaan. De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat openbaarmaking van de notitie de onderhandelingspositie van het college ten opzichte van derden in de verdere besluitvorming met betrekking tot het project uitgevoerd in het bestemmingsplangebied "De Gouden Bodem" te Heeg kan benadelen, mede gelet op de omstandigheid dat het project nog niet is afgerond.

2.4. [appellant] betoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat het college heeft kunnen volstaan met de summiere motivering van het bestreden besluit nu niet is gemotiveerd waarom financiële en economische belangen van het college zich tegen openbaarmaking verzetten.

Voorts heeft de voorzieningenrechter ten onrechte overwogen dat het college bij afweging van de betrokken belangen zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de economische of financiële belangen van het college zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid, aldus [appellant].

2.5. Na met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis genomen te hebben van de door het college vertrouwelijk overgelegde notitie, is de Afdeling, anders dan de voorzieningenrechter, van oordeel dat het college bij het besluit van 6 januari 2009 heeft nagelaten de weigering van de openbaarmaking van de notitie deugdelijk te motiveren. Het college heeft slechts gesteld dat door openbaarmaking van de gehele notitie de onderhandelingspositie van het college benadeeld wordt en derhalve de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob aan openbaarmaking in de weg staat. Hiermee heeft het naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende geconcretiseerd en gepreciseerd op welke wijze de onderhandelingspositie van het college en daarmee de financiële en economische belangen van de gemeente worden benadeeld door verdergaande openbaarmaking van de notitie. Het besluit van 6 januari 2009 is derhalve in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, tot stand gekomen. De voorzieningenrechter heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak en het besluit van 6 januari 2009 komen reeds hierom voor vernietiging in aanmerking.

2.6. Het hoger is beroep gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [appellant] bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaren en het besluit van 6 januari 2009 wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, vernietigen. Het college dient opnieuw op het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 7 mei 2008 te besluiten, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden van 16 maart 2009 in zaak nrs. 09/348 en 09/349, voor zover daarbij het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond is verklaard;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel van 6 januari 2009, kenmerk 08u/006306;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Wymbritseradiel aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 368,00 (zegge: driehonderdachtenzestig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. T.M.A. Claessens en mr. J.C. Kranenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. van Hardeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Hardeveld

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009

312-591.