Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK3644

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
200901263/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 december 2008, kenmerk 0804915, heeft de raad van de gemeente Culemborg (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Eerste herziening Goilberdingen" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Wet ruimtelijke ordening 3.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2009/495
JOM 2010/142
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200901263/1/R3.

Datum uitspraak: 18 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intron B.V., gevestigd te Sittard,

appellante,

en

de raad van de gemeente Culemborg,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2008, kenmerk 0804915, heeft de raad van de gemeente Culemborg (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Eerste herziening Goilberdingen" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intron B.V. (hierna: Intron) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 19 februari 2009 beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 september 2009, waar Intron, vertegenwoordigd door S.A.J. Schmeits, en de raad vertegenwoordigd door E.J. Mengers en F. Boon, ambtenaren in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is de moskeevereniging Imam-i-Azam, vertegenwoordigd door A. Sahin, gehoord.

2 Overwegingen

2.1. Het bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor de bouw van een moskee en drie woningen ter plaatse van Rietveldseweg 6 en omgeving te Culemborg.

2.2. Intron vreest voor geluidsoverlast ten gevolge van de vestiging van de moskee. Zij voert daartoe aan dat het door haar gehuurde kantoor, dat is gevestigd aan de [locatie] te [plaats], ten onrechte niet wordt beschouwd als geluidgevoelige functie, nu hierin onder meer examens worden afgelegd en cursussen gegeven. Intron voert verder aan dat het feit dat het plan voldoet aan richtlijnen uit de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: de VNG-brochure) niet als antwoord kan dienen op haar zienswijze aangaande de gestelde geluidsoverlast. Voorts wijst Intron er op dat de privaatrechtelijke afspraak dat niet zal worden opgeroepen tot gebed niet voor derden afdwingbaar is, zodat daarin geen garanties zijn gelegen dat er geen sprake zal zijn van geluidsoverlast. Voorts betoogt Intron dat alternatieve locaties voor de moskee onvoldoende zijn onderzocht. Ten slotte betoogt zij dat de belangenafweging die heeft plaatsgevonden onzorgvuldig is geweest.

2.3. In de plantoelichting is aangegeven dat de Turkse moskeevereniging Imam-i Azam (hierna: de moskeevereniging) sinds jaren een klein verenigingsgebouw annex gebedsruimte aan de Rietveldseweg 6 in gebruik heeft. Geruime tijd wordt er nagedacht over de nieuwbouw van een moskee met inpandige woning voor de imam in de buurt van de huidige locatie. In 2002 zijn er twee mogelijke nieuwbouwlocaties gepresenteerd. Deze locaties zijn niet doorgegaan en er is gekozen voor een alternatieve locatie, die eveneens is gelegen aan de noordzijde van de Rietveldseweg, nabij de rotonde aan de Wethouder Schoutenweg en de Belle van Zuylenlaan. Het huidige (tijdelijke) onderkomen van de moskeevereniging en de daarnaast gelegen woning zullen worden gesloopt.

2.4. In de zienswijzennota is ten aanzien van de door Intron gestelde geluidhinder aangegeven dat in de VNG-brochure voor milieubelastende activiteiten richtafstanden worden gegeven voor Geur, Stof, Geluid en Gevaar. Voor een kerkgebouw wordt een richtafstand gegeven van 30 meter tot geluidgevoelige functies. De kantoren aan de Venusstraat worden niet gerekend tot de geluidgevoelige functies. Hiermee voldoet het plan aan de richtlijnen. Verder wordt aangegeven dat sprake is van nieuwbouw van de huidige moskee en dat het gebruik niet zal wijzigen ten opzichte van het gebruik van het huidige gebouw. De hoofdfunctie van het gebouw is een gebedshuis. Daarnaast vinden in de moskee nog enkele sociaal maatschappelijke activiteiten plaats waaronder huiswerkbegeleiding en geloofstudie voor een kleine groep mensen. Deze activiteiten vinden, aldus de zienswijzennota, binnen het gebouw plaats en zullen derhalve geen geluidsbelasting veroorzaken op de omgeving. Met de moskeevereniging is verder overeengekomen dat de oproep tot gebed niet zal plaatsvinden. Deze afspraak is in een privaatrechtelijke overeenkomst geregeld.

2.5. In het verweerschrift heeft de raad aangegeven dat het kantoor van Intron zich volgens de geoinformatie van de gemeente op minstens 60 meter afstand van de locatie voor de nieuwe moskee bevindt. Voorts is aangegeven dat uit informatie op de website van Intron blijkt dat het om een landelijk opererend examenbureau gaat en dat Intron bepaalt waar de examens worden gehouden. Volgens de website zijn er in de eerste helft van 2009 slechts 9 examens in Culemborg gepland, zogenaamde inloopexamens. Het gaat in de visie van de raad dan ook niet om een geluidsgevoelige bestemming in de vorm van een onderwijsinstelling.

2.6. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door Intron gestelde geluidhinder niet in de weg staat aan vaststelling van het plan.

De VNG-brochure is een hulpmiddel voor gemeenten bij het maken van een bestemmingsplan. De brochure bevat informatie over de milieukenmerken van bedrijven en geeft aanbevelingen voor aan te houden afstanden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen (zoals woonbestemmingen) voor Geur, Stof, Geluid en Gevaar. Ingevolge de VNG-brochure uit 2001 is voor een kerkgebouw als richtafstand voor geluid 30 meter gegeven tot gevoelige functies. Dit is tevens de grootst aan te houden afstand. De Afdeling acht het niet onredelijk dat de raad in dit geval aansluiting heeft gezocht bij de brochure en deze heeft betrokken bij de vraag of er bezwaren bestaan tegen de vestiging van een moskee in het plangebied uit een oogpunt van geluidhinder. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat op het kantoor aan de Venusstraat in de tweede helft van 2009 maximaal 12 inloopexamens worden afgenomen. Gebleken is dat het kantoor van Intron zich op minstens 60 meter afstand van de locatie voor de nieuwe moskee bevindt en derhalve op tweemaal de richtafstand die bij een kerkgebouw voor geluidgevoelige bestemmingen wordt aanbevolen. Voorts heeft de raad in redelijkheid in aanmerking kunnen nemen dat de activiteiten in de moskee hoofdzakelijk binnen het gebouw zullen plaatsvinden, waarvan in de regel geen geluidsbelasting zal uitgaan. Het bestemmingsplan is niet het aangewezen instrument voor het regelen van een verbod tot het oproepen tot gebed. De afspraak dat de oproep tot gebed niet zal plaatsvinden is geregeld in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de moskeevereniging en het gemeentebestuur. Weliswaar kunnen de verplichtingen die hieruit voortvloeien niet door derden worden afgedwongen, maar het gemeentebestuur kan bij het niet naleven van de afspraken daartegen optreden.

2.7. Met betrekking tot het betoog dat ten onrechte onvoldoende onderzoek is gedaan naar alternatieve locaties voor de vestiging van een moskee overweegt de Afdeling dat verschillende locaties zijn onderzocht en dat is toegelicht waarom niet gekozen is voor een andere locatie in Culemborg. In hetgeen Intron heeft aangevoerd wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid voor deze locatie heeft kunnen kiezen.

2.8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de raad in redelijkheid doorslaggevend gewicht kunnen toekennen aan het belang van nieuwbouw voor de moskee op deze locatie.

2.9. De conclusie is dat hetgeen Intron heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. Th.G. Drupsteen en mr. M.W.L. Simons-Vinckx, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Ouwehand

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009

224.