Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK3630

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
200903017/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 juni 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (hierna: het college) Poster Vision Outdoor Media B.V. (hierna: Poster Vision) onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen acht weken na verzending van dat besluit de reclame-uiting op de gevel van het pand Langestraat 126 te Hilversum te verwijderen en verwijderd te houden.

Wetsverwijzingen
Woningwet
Woningwet 40
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2010/625
AB 2010, 51

Uitspraak

200903017/1/H1.

Datum uitspraak: 18 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Poster Vision Outdoor Media B.V., gevestigd te Amsterdam,

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2009 in zaken nrs. 09/887 en 09/888 in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Poster Vision Outdoor Media B.V.

en

het college van burgemeester en wethouders van Hilversum.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 juni 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum (hierna: het college) Poster Vision Outdoor Media B.V. (hierna: Poster Vision) onder oplegging van een dwangsom gelast om binnen acht weken na verzending van dat besluit de reclame-uiting op de gevel van het pand Langestraat 126 te Hilversum te verwijderen en verwijderd te houden.

Bij besluit van 13 januari 2009 heeft het college het door Poster Vision daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 26 maart 2009, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 3 april 2009, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) het door Poster Vision daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Poster Vision bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 april 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 20 mei 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 oktober 2009, waar Poster Vision, vertegenwoordigd door [directeur], en bijgestaan door mr. H.A. Sarolea, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door E.L. Habing, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De last heeft betrekking op een reclamebord waarvoor Poster Vision op 3 juni 2005 een bouwaanvraag heeft ingediend die bij besluit van 3 april 2007 is geweigerd.

2.2. Poster Vision betoogt dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college niet bevoegd is tot handhavend optreden tegen het reclamebord, omdat daarvoor ingevolge artikel 46, vierde lid, van de Woningwet van rechtswege bouwvergunning is verleend, zodat van overtreding van artikel 40, eerste lid, van die wet geen sprake is.

2.2.1. Dat betoog faalt. Het besluit van 3 april 2007 is in rechte onaantastbaar geworden, nu vaststaat dat Poster Vision daartegen geen rechtsmiddelen heeft aangewend. Derhalve kan in het midden blijven of het standpunt van Poster Vision dat van rechtswege bouwvergunning is verleend, juist is. Voor zover dat het geval zou zijn, is het reƫle besluit op de bouwaanvraag in de plaats daarvan getreden. De voorzieningenrechter heeft terecht overwogen dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen de reclame-uiting.

2.3. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.4. Het betoog van Poster Vision dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het college haar economische belangen onvoldoende heeft meegewogen in de belangenafweging slaagt niet, nu Poster Vision dit betoog onvoldoende heeft onderbouwd.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Lodder, ambtenaar van Staat.

w.g. Offers w.g. Lodder

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009

17-580.