Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK3615

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
200903199/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 april 2008 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) naar aanleiding van diens verzoek om openbaarmaking aan [appellant] afschriften van documenten verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200903199/1/H3.

Datum uitspraak: 18 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 april 2009 in zaak nr. 08/2736 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Verkeer en Waterstaat.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 april 2008 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) naar aanleiding van diens verzoek om openbaarmaking aan [appellant] afschriften van documenten verstrekt.

Bij besluit van 6 juni 2008 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 april 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 mei 2009, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 13 oktober 2009.

2. Overwegingen

2.1. Aan het besluit van 6 juni 2008 heeft de minister ten grondslag gelegd dat niet meer documenten bestaan die binnen de reikwijdte van het verzoek vallen en met de verstrekking aan het verzoek is voldaan.

2.2. [appellant] heeft aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat de minister geen relevante informatie over de juistheid van de ontheffingen, waarop het verzoek betrekking heeft, heeft verschaft.

2.3. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de door [appellant] bij haar aangevoerde beroepsgronden geen betrekking hebben op het besluit van 6 juni 2008. Zij heeft daaraan echter ten onrechte de conclusie verbonden dat het beroep deswege niet-ontvankelijk is.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het tegen het besluit van 6 juni 2008 ingestelde beroep ongegrond verklaren.

2.5. Van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

2.6. Onder deze omstandigheden is er geen aanleiding om te bepalen dat het door [appellant] betaalde griffierecht door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt vergoed. Redelijke toepassing van artikel 43, eerste lid, van de Wet op de Raad van State brengt voorts met zich dat het griffierecht, naar analogie van artikel 41, vijfde lid, van die wet, door de secretaris van de Raad van State aan [appellant] wordt terugbetaald.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 april 2009 in zaak nr. 08/2736;

III. verklaart het bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;

IV. gelast dat de secretaris van de Raad van State aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 223,00 (zegge: tweehonderddrieëntwintig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. K.J.M. Mortelmans, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009

290.