Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK3594

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-11-2009
Datum publicatie
18-11-2009
Zaaknummer
200905416/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 juni 2009 heeft de stadsdeelraad van het stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam (hierna: de stadsdeelraad) het bestemmingsplan "Nieuw Sloten 2001, Zichemplein 3, 5 en 7" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200905416/2/R3.

Datum uitspraak: 10 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de vereniging Vereniging van Eigenaren Nieuw Sloten Leuvenstraat Blok B, gevestigd te Amsterdam, en anderen, wonend te Amsterdam,

verzoekers,

en

de stadsdeelraad van het stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2009 heeft de stadsdeelraad van het stadsdeel Slotervaart van de gemeente Amsterdam (hierna: de stadsdeelraad) het bestemmingsplan "Nieuw Sloten 2001, Zichemplein 3, 5 en 7" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de vereniging Vereniging van Eigenaren Nieuw Sloten Leuvenstraat Blok B en anderen (hierna in enkelvoud: de vereniging) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juli 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juli 2009, heeft de vereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 oktober 2009, waar de vereniging, vertegenwoordigd door mr. S. van Steenwijk, advocaat te Utrecht, en P.C. Rademaker, en de stadsdeelraad, vertegenwoordigd door mr. N. Berg, ambtenaar in dienst van de stadsdeelraad, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan beoogt drie dakopbouwen van maximaal drie meter hoog mogelijk te maken op woningen aan het Zichemplein 3, 5 en 7 te Amsterdam.

2.3. De vereniging kan niet met het plan instemmen. Volgens de vereniging leiden de dakopbouwen tot een onaanvaardbare verslechtering van het woon- en leefklimaat van naastgelegen woningen.

2.4. De voorzitter stelt voorop dat het plan beoogt te voorzien in dezelfde mogelijkheid van het uitbreiden van woningen zoals die ook reeds voor nabijgelegen woningen onder dezelfde architectuur geldt.

Blijkens de plantoelichting, zoals ter zitting namens de stadsdeelraad nog nader is verduidelijkt, is bij de vaststelling van het plan de volgende richtlijn gehanteerd: in verband met daglichttoetreding is ernaar gestreefd de (extra) bouwhoogte van een dakopbouw niet groter te laten zijn dan de afstand tussen de dakopbouw en een gevel van de dichtst bij gelegen bestaande bebouwing. In situaties die voldoen aan de richtlijn is een dakopbouw niet toegestaan, indien het realiseren van een dakopbouw een onevenredige inbreuk zou maken op belangen van derden in de omliggende bebouwing, zoals bezonning, daglichttoetreding, uitzicht en/of privacy.

Niet in geschil is dat aan voormelde afstandsnorm is voldaan. De voorzitter ziet voorshands geen aanleiding voor de verwachting dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat de stadsdeelraad niet in redelijkheid meer gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang van de bewoners van het Zichemplein 3, 5 en 7 om een maximaal drie meter hoge dakopbouw op hun woning te kunnen realiseren dan aan het belang van de bewoners van de appartementen aan de Leuvenstraat bij het behoud van de bestaande bezonning in hun tuin dan wel op hun balkon en in hun woning. Daarbij neemt de voorzitter in aanmerking dat uit de bezonningsstudies en in het bijzonder uit de in maart 2009 uitgebrachte vergelijkende "Schaduwstudie Zichemplein 3, 5 en 7, Amsterdam" (hierna: de vergelijkende schaduwstudie), die in opdracht van de stadsdeelraad is verricht door Van Riezen & Partners, blijkt dat op de maatgevende data (21 maart en 21 september) bij volledige benutting van de extra bouwmogelijkheden alleen in de late middag extra schaduw ontstaat in de tuinen van de aangrenzende appartementen aan de Leuvenstraat. De bezonning van de balkons van de aangrenzende appartementen aan de Leuvenstraat blijft, volgens de vergelijkende schaduwstudie, vrijwel gelijk aan de situatie zonder dakopbouw.

Evenmin verwacht de voorzitter voorshands dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat de stadsdeelraad in de bezwaren, ontleend aan het verlies van privacy van de bewoners van de woningen aan de Leuvenstraat nummers 108-158, aanleiding had moeten zien om het plan niet vast te stellen. De voorzitter neemt daarbij in aanmerking dat het in een stedelijke omgeving niet ongebruikelijk is dat vanuit de ene woning bij onbedekte ramen in een andere woning kan worden gekeken en voorts dat de dakopbouwen geen andere dan zogeheten 'franse balkons' zullen mogen hebben.

2.5. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. De Rooy

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 november 2009

466-602.