Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK3332

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-11-2009
Datum publicatie
16-11-2009
Zaaknummer
200907512/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Termijn hoger beroep / rectificatie van de uitspraak / geen nieuwe termijn / geen verschoonbare termijn overschrijding

In dit geval is de termijn op 27 mei 2009 geƫindigd. Dat de uitspraak van 29 april 2009 op 28 augustus 2009 is gerectificeerd en een afschrift van de gerectificeerde uitspraak op 1 september 2009 is verzonden, heeft, anders dan de vreemdelingen in hun brief van 30 september 2009 betogen, geen nieuwe termijn voor het indienen van het hoger-beroepschrift doen aanvangen. Met de rectificatie, waarbij op het voorblad van de uitspraak alsnog de namen van de minderjarige kinderen zijn vermeld, is slechts een kennelijke onjuistheid hersteld en is de beslissing van de rechtbank niet gewijzigd, zodat daarmee geen uitspraak is gedaan. De vreemdelingen hebben het hoger beroepschrift derhalve niet tijdig ingediend. De omstandigheid dat het voorblad niet juist was, stond er niet aan in de weg tegen de uitspraak van 29 april 2009 binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken hoger beroep in te stellen. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden gesteld in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdelingen in verzuim zijn geweest.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 6:8
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Algemene wet bestuursrecht 6:24
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 69
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2010/6
AB 2010, 15

Uitspraak

200907512/1/V2.

Datum uitspraak: 6 november 2009

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kinderen,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage van 29 april 2009, gerectificeerd op 28 augustus 2009, in zaken nrs. 08/36352 en 08/36355 in de gedingen tussen:

[vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kinderen,

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 2 juli 2008 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) de aan [vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kinderen, (hierna: de vreemdelingen) verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

Bij onderscheiden besluiten van 12 september 2008 heeft de staatssecretaris de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 29 april 2009, verzonden op dezelfde dag, gerectificeerd op 28 augustus 2009 en opnieuw verzonden op 1 september 2009, heeft de rechtbank 's Gravenhage de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen bij faxbericht, bij de Raad van State binnengekomen op 25 september 2009, hoger beroep ingesteld. Op 28 september 2009 is het origineel door de Raad van State ontvangen.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben de vreemdelingen zich bij brief van 30 september 2009 nader uitgelaten.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), vangt de termijn voor het indienen van een hoger beroepschrift aan met ingang van de dag na die, waarop de aangevallen uitspraak op voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.

Ingevolge artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover thans van belang, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier weken.

Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.2. In dit geval is de termijn op 27 mei 2009 geƫindigd. Dat de uitspraak van 29 april 2009 op 28 augustus 2009 is gerectificeerd en een afschrift van de gerectificeerde uitspraak op 1 september 2009 is verzonden, heeft, anders dan de vreemdelingen in hun brief van 30 september 2009 betogen, geen nieuwe termijn voor het indienen van het hoger-beroepschrift doen aanvangen. Met de rectificatie, waarbij op het voorblad van de uitspraak alsnog de namen van de minderjarige kinderen zijn vermeld, is slechts een kennelijke onjuistheid hersteld en is de beslissing van de rechtbank niet gewijzigd, zodat daarmee geen uitspraak is gedaan. De vreemdelingen hebben het hoger beroepschrift derhalve niet tijdig ingediend. De omstandigheid dat het voorblad niet juist was, stond er niet aan in de weg tegen de uitspraak van 29 april 2009 binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken hoger beroep in te stellen. Ook overigens zijn geen feiten en omstandigheden gesteld in verband waarmee redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdelingen in verzuim zijn geweest.

2.3. Het hoger beroep is kennelijk niet ontvankelijk.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Zwinkels

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2009

309-638.

Verzonden: 6 november 2009

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak