Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK2944

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
200900407/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht (hierna: het college) - voor zover hier van belang - in de Oranjewijk in de Gebroken Meeldijk op de parkeerplaats ter hoogte van [locatie 1] de locatie nr. 0401 vastgesteld voor een ondergrondse inzamelvoorziening voor huishoudelijk restafval (hierna: ondergrondse afvalcontainer).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200900407/1/M1

Datum uitspraak: 11 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht (hierna: het college) - voor zover hier van belang - in de Oranjewijk in de Gebroken Meeldijk op de parkeerplaats ter hoogte van [locatie 1] de locatie nr. 0401 vastgesteld voor een ondergrondse inzamelvoorziening voor huishoudelijk restafval (hierna: ondergrondse afvalcontainer).

Bij besluit van 23 december 2008 heeft het college het door [appellanten] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 januari 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 5 februari 2009.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juli 2009, waar [appellanten], in de persoon van [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. E. Lems, advocaat te Barendrecht, en drs. D.J. van der Burg, zijn verschenen.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend.

Er zijn nog stukken ontvangen van het college en van [appellanten] Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak verder behandeld ter zitting van 1 oktober 2009, waar [appellanten], in de personen van [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door mr. E. Lems, advocaat te Barendrecht, en drs. D.J. van der Burg, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 4.2.2.3, tweede lid, (oud) van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) kan het college aanwijzen via welk(e) inzamelmiddel of voorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

2.2. Bij het bepalen van de locaties van inzamelvoorzieningen als de onderhavige betrekt het college onder meer de volgende in de notitie "Criteria locatieonderzoek ondergrondse containers" opgenomen uitgangspunten:

- Van elke container dienen gemiddeld 35 aansluitingen gebruik te maken

- De loopafstand voor de bewoners moet zo klein mogelijk zijn. De loopafstand is maximaal 75 meter. Het college heeft de bevoegdheid deze afstand uit te breiden tot maximaal 125 meter.

- Parkeerplaatsen en groenvoorzieningen gaan vóór loopafstand.

- De hoofdgroenstructuur moet onaangetast blijven.

- Het verleggen van kabels en leidingen moet tot een absoluut minimum beperkt worden.

- De locatie moet te bereiken zijn zonder een (drukke) straat over te steken.

- Locaties worden bij voorkeur op (een deel van) de huidige afvalaanbiedplaatsen gerealiseerd.

- De inzamelwagen dient genoeg ruimte te hebben om de container te bereiken en te ledigen.

- Er moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met aanwezigheid van bomen, zowel wat betreft het aanwezige wortelpakket als met de kruin in verband met lediging.

2.3. [appellanten] die wonen op de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] van de Gebroken Meeldijk, kunnen zich niet verenigen met de aanwijzing van de parkeerplaats ter hoogte van [locatie 1] als locatie nr. 0401 voor de plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer. Zij betogen dat in de uitgangspunten van de notitie "Criteria locatieonderzoek ondergrondse containers" ten onrechte niet is voorzien in een minimumafstand tot woningen en dat wat betreft locatie nr. 0401 bij het toepassen van deze uitgangspunten onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen.

Indien geen alternatieve locatie aanwezig is, dient volgens [appellanten] voor de afvalinzameling ter plaatse van dit deel van de Gebroken Meeldijk evenals in de aangrenzende straten in de Oranjewijk gebruik te worden gemaakt van per huishouden beschikbaar te stellen verrijdbare afvalcontainers, de zogeheten kliko's. Dit is volgens [appellanten] momenteel al het geval bij drie naast de woning [locatie 1] gelegen woningen en zal eveneens het geval zijn voor de bewoners van het nabijgelegen appartementencomplex bij de kruising van de Gebroken Meeldijk en de Marijkesingel wanneer die bewoners de eigen inzamelvoorziening van het appartementencomplex moeten opgeven, omdat zij dan zullen moeten overgaan op het gebruik van kliko's.

[appellanten] voeren voorts aan dat de plaatsing ten koste gaat van een parkeerplaats, terwijl de parkeerdruk al hoog is. Verder vrezen zij voor overlast in de vorm van stank- en geluidhinder, vermindering van uitzicht en zwerfvuil, omdat volgens hen de locatie nr. 0401 op te korte afstand van hun woningen is gelegen, waarbij zij er met name op hebben gewezen dat de afstand van de in geding zijnde ondergrondse afvalcontainer tot de voordeur en het slaapkamerraam van de woning met huisnummer [locatie 1] slechts 5 meter is.

2.4. Het college betoogt dat de in de notitie "Criteria locatieonderzoek ondergrondse containers" opgenomen uitgangspunten richtinggevend zijn. Dat in de criteria geen minimumafstand tot woningen is opgenomen, neemt niet weg dat binnen het kader van de criteria de afstand tot woningen wel degelijk in de afweging wordt betrokken, aldus het college. Het college betoogt voorts dat kliko's als middel van huisvuilinzameling alleen worden aangewezen indien geen geschikte locatie voor ondergrondse afvalvoorziening beschikbaar is.

Volgens het college verdraagt de aanwijzing van de parkeerplaats ter hoogte van [locatie 1] als locatie nr. 0401 zich met de gehanteerde criteria ondanks het opheffen van een parkeerplaats en de korte afstand tot een woning. Er zijn in de nabije omgeving geen alternatieve locaties die voldoen aan de in de notitie "Criteria locatieonderzoek ondergrondse containers" opgenomen uitgangspunten, indien rekening wordt gehouden met het uitgangspunt van ongeveer 35 aansluitingen per ondergrondse container en de maximale loopafstand van 125 meter, aldus het college. Volgens het college zal de huisvuilinzameling met kliko's bij drie naast de woning [locatie 1] gelegen woningen niet worden voortgezet, omdat deze woningen na realisering van de ondergrondse afvalcontainer op locatie nr. 0401 voor het aanbieden van huisvuil eveneens zullen zijn aangewezen op de ondergrondse afvalcontainer. Wat betreft het nabijgelegen appartementencomplex heeft het college gesteld, dat indien de huidige inpandige inzamelvoorziening zou worden opgeheven, huisvuilinzameling met kliko's geen optie is, omdat daarvoor de ruimte ontbreekt.

Het college stelt dat stankoverlast zich niet of nauwelijks voordoet omdat de afvalcontainer grotendeels onder de grond is gesitueerd en in ieder geval eenmaal per week, en voorts wanneer blijkt dat het volume niet voldoende is met een hogere frequentie, wordt geleegd. Omdat de ondergrondse container is uitgerust met een met rubbers beklede dubbelschalige trommel zal geluidoverlast nauwelijks optreden, aldus het college. Verder stelt het college zich op het standpunt dat de ondergrondse container geen onaanvaardbare verstoring van het uitzicht tot gevolg heeft.

2.4.1. Het college gaat er terecht vanuit dat de door hem gehanteerde uitgangspunten, zoals deze zijn neergelegd in de notitie "Criteria locatieonderzoek ondergrondse containers", de mogelijkheid bieden om rekening te houden met de afstand tot de dichtstbijgelegen woningen. Er is daarom geen plaats voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid deze uitgangspunten heeft kunnen hanteren.

2.4.2. Uit de stukken en het verhandelde tijdens de zittingen van 17 juli en 1 oktober 2009 is de Afdeling gebleken dat het college alleen kiest voor huisvuilinzameling met kliko's wanneer het niet mogelijk blijkt tenminste ongeveer 35 aansluitingen op één ondergrondse afvalcontainer te realiseren met inachtneming van de maximaal toegestane loopafstand van 125 meter. Voor zover [appellanten] hebben gesteld, dat betere mogelijkheden bestaan indien deze afstand niet strak als bovengrens wordt gehanteerd, overweegt de Afdeling dat de maximale afstand van 125 meter is ontleend aan de Regeling voorwaarden inzamelen huishoudelijk afval nabij elk perceel (Stcrt. 1998, 213), welke regeling niet de mogelijkheid biedt om uit te gaan van een grotere maximale afstand. De situatie dat het niet mogelijk is tenminste ongeveer 35 aansluitingen op één ondergrondse afvalcontainer te realiseren, kan zich onder meer voordoen bij lintbebouwing waaronder volgens het college wordt verstaan niet aaneengesloten bebouwing. Ter zitting van 1 oktober 2009 heeft het college aannemelijk gemaakt dat het relatief hoge gebruik van kliko's in andere delen van de Oranjewijk deels een gevolg is van de aanwezigheid van lintbebouwing, waardoor onvoldoende aansluitingen op een ondergrondse afvalcontainer tot stand kunnen worden gebracht. Ook heeft het college aannemelijk gemaakt dat in andere gevallen de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen waaronder riolen, in de weg staat aan de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers.

Ter zitting van 1 oktober 2009 heeft het college deugdelijk onderbouwd dat de huidige huisvuilinzameling met kliko's bij drie naast de woning [locatie 1] gelegen woningen niet wordt voortgezet. Wat betreft het nabijgelegen appartementencomplex is ter zitting ook aannemelijk geworden, dat anders dan [appellanten] stellen, kliko's geen optie zijn wanneer de inpandige voorziening wordt opgeheven, zodat het college reeds daarom met de mogelijkheid van aansluiting van het appartementencomplex op de ondergrondse afvalcontainer rekening heeft kunnen houden.

2.4.3. Wat betreft de parkeerdruk hebben [appellanten] niet aannemelijk gemaakt, dat het college niet in redelijkheid ervan heeft kunnen uitgaan, dat de beschikbaarheid van parkeerruimte in de Oranjewijk zodanig is dat opheffing van de onderhavige parkeerplaats aanvaardbaar is.

Ter zitting van 17 juli 2009 heeft het college de uitvoering en werking van de ondergrondse afvalcontainer nader toegelicht. [appellanten] hebben niet aannemelijk gemaakt dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geluid- en stankoverlast tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijft.

Wat betreft de door [appellanten] gestelde vermindering van uitzicht, blijkt uit de stukken dat er vanuit een slaapkamerraam van deze woning op de [locatie 1] zicht is op de op 5 meter afstand gelegen locatie van de ondergrondse afvalcontainer. Gezien de situering van het raam, de aard van het gebruik van een slaapkamer en de beperkte omvang van het bovengrondse deel van de container, heeft het college zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen, dat geen onaanvaardbare vermindering van het uitzicht optreedt.

De beroepsgrond inzake het ontstaan van zwerfafval rond de container betreft een handhavingskwestie. Overigens heeft het college gesteld dat hiertegen zal worden opgetreden.

2.4.4. Gezien het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot aanwijzing van locatie nr. 0401 in de Oranjewijk als locatie voor een ondergrondse afvalcontainer voor huishoudelijk restafval heeft kunnen komen.

2.5. Het beroep is ongegrond.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Melse

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 november 2009

191-209.