Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK2922

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
200808289/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 22 september 2008 heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris) op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Bergen (N-H) (hierna: het college) de op 15 december 2000 aan de gemeente Egmond, thans gemeente Bergen (N-H), verleende vergunning als bedoeld in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor het lozen van met regenwater verdund rioolwater, afkomstig uit de stedelijke kern Egmond aan Zee, via een overstortconstructie gelegen op het Noordzeestrand nabij strandpaal 38 op de coördinaten X = 102950 en Y = 514600, ingetrokken per 1 januari 2015 en bepaald dat de lozing van gemengd rioolwater moet worden beëindigd per 1 januari 2011. Dit besluit is op 2 oktober 2008 ter inzage gelegd.

Wetsverwijzingen
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 8.26
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 1
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 7a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2011/290
JAF 2009/101 met annotatie van Van der Meijden
Omgevingsvergunning in de praktijk 2009/3366

Uitspraak

200808289/1/M1.

Datum uitspraak: 11 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting de Noordzee en andere, gevestigd te Utrecht,

appellanten,

en

de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 22 september 2008 heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat (hierna: de staatssecretaris) op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Bergen (N-H) (hierna: het college) de op 15 december 2000 aan de gemeente Egmond, thans gemeente Bergen (N-H), verleende vergunning als bedoeld in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren voor het lozen van met regenwater verdund rioolwater, afkomstig uit de stedelijke kern Egmond aan Zee, via een overstortconstructie gelegen op het Noordzeestrand nabij strandpaal 38 op de coördinaten X = 102950 en Y = 514600, ingetrokken per 1 januari 2015 en bepaald dat de lozing van gemengd rioolwater moet worden beëindigd per 1 januari 2011. Dit besluit is op 2 oktober 2008 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben de stichting Stichting de Noordzee en andere (hierna: Stichting de Noordzee en andere) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 13 november 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 15 december 2008.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 oktober 2009, waar Stichting de Noordzee en andere, vertegenwoordigd door [directeur], en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. C.R. Duurland, drs. D.A. Stoppelenburg en ing. O.T.N. Frankena, allen werkzaam bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, zijn verschenen.

Voorts is de gemeente Bergen (N-H), vertegenwoordigd door C. van Halderen, E. Poerstamper en G. Stockell, allen werkzaam bij de gemeente, ter zitting als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het beroep is gericht tegen het bestreden besluit, voor zover daarbij met toepassing van artikel 8.26 van de Wet milieubeheer is bepaald dat de op 15 december 2000 aan de gemeente Egmond, thans gemeente Bergen (N-H), verleende vergunning als bedoeld in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt ingetrokken per 1 januari 2015. Dit betreft de, na de beëindiging van de lozing van gemengd rioolwater per 1 januari 2011, nog vergunde lozing van hemelwater op het strand van Egmond aan Zee.

2.2. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is het verboden zonder vergunning met behulp van een werk afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, in welke vorm ook te brengen in oppervlaktewateren.

Ingevolge artikel 7a, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is met betrekking tot het wijzigen en intrekken van een vergunning afdeling 8.1.2 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 8.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken op verzoek van de vergunninghouder, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet.

2.3. Stichting de Noordzee en andere betogen dat de lozing van hemelwater op het strand van Egmond aan Zee niet per 1 januari 2015, maar - net als de lozing van gemengd rioolwater - per 1 januari 2011 moet worden beëindigd en dat derhalve de gehele vergunning per 1 januari 2011 moet worden ingetrokken. In dat kader voeren zij aan dat hemelwater dat afstroomt van bijvoorbeeld parkeerterreinen, verontreinigingen zoals PAK's en minerale olie meeneemt. Zij betogen dat het technisch mogelijk is om tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten nu al over te gaan tot een volledige sanering. Het uitstellen van volledige sanering tot 1 januari 2015 is volgens de Stichting de Noordzee en andere in strijd met het voorzorgsprincipe. Verder voeren zij aan dat gezondheidsrisico's bestaan voor surfers die intensief contact hebben met zeewater. Voorts betogen de Stichting de Noordzee en andere nog dat recreanten en surfers ten onrechte te weinig worden geïnformeerd over de overstort en het lozen van hemelwater op het strand van Egmond aan Zee.

2.3.1. De staatssecretaris stelt zich op het standpunt dat het economisch niet haalbaar is om de lozing van regenwater eerder dan 1 januari 2015 te beëindigen. Bovendien is de waterkwaliteitsdoelstelling niet in gevaar en wordt de lozing van regenafvalwater vóór genoemde datum al voortdurend verminderd. Het gaat om kleine concentraties in verhouding tot de omvang van het ontvangende oppervlaktewater, aldus de staatssecretaris.

2.3.2. Uit het stelsel van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in samenhang met de Wet milieubeheer volgt, dat het bevoegd gezag dient te beslissen op een aanvraag zoals die is ingediend. In de aanvraag van 17 maart 2008 heeft het college verzocht de vergunning van 15 december 2000 per 1 januari 2015 in te trekken. Bij brief van 7 juli 2008 heeft het college aan de staatssecretaris laten weten dat de gemeente beoogt de overstort van gemengd rioolwater op het rwa (regen weer afvoer)-stelsel in 2010 te beëindigen en de lozing van regenwater op het strand van Egmond aan Zee per 1 januari 2015 te beëindigen. Eerder dan per 1 januari 2015 intrekken van de vergunning van 15 december 2000, voor zover deze ziet op de lozing van regenwater, zou neerkomen op het verlaten van de grondslag van de aanvraag, hetgeen zich niet verdraagt met het stelsel van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in samenhang met de Wet milieubeheer. Het betoog van de Stichting de Noordzee en andere faalt reeds hierom.

2.4. Het beroep is ongegrond.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. Th.C. van Sloten, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Kuipers

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 november 2009

271-590.