Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK2920

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
200904325/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 maart 2009, kenmerk 09.03A.02, heeft de raad van de gemeente Asten (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Project Gezandebaan" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200904325/2/R3.

Datum uitspraak: 6 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Asten,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2009, kenmerk 09.03A.02, heeft de raad van de gemeente Asten (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Project Gezandebaan" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 juni 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 september 2009, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Green Valley Resort en [verzoekers] hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 oktober 2009, waar [verzoekers], bij monde van [gemachtigde] en bijgestaan door mr. F.C.J.J. Jessen, advocaat te 's-Hertogenbosch, en de raad, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, vergezeld door ir. T.M.F. Huijmans, H.J.J. Manders en mr. J.H.M. Vercammen, zijn verschenen. Voorts is daar als belanghebbende gehoord Green Valley Resort, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. van der Westen, advocaat te Eindhoven.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan voorziet onder meer in een bestemming ten behoeve van een reeds in gebruik zijnde golfbaan van 9 holes, een uitbreiding daarvan met een volwaardige 18 holes golfbaan en de realisering van een ecologische verbindingszone. Voorts bevat het plan een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van waterberging.

2.3. Ter zitting is vast komen te staan dat ten minste één persoon van de groep [verzoekers] belanghebbende is bij het plan. Nu ter zitting voorts is komen vast te staan dat voornemens bestaan om op korte termijn aan te vangen met de werkzaamheden ter uitvoering van het plan, ziet de voorzitter aanleiding voor een inhoudelijke behandeling van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Verzoekers hebben ter zitting toegelicht dat hun verzoek slechts betrekking heeft op de plandelen met de bestemming "Golfaccomodatie". De beoordeling van het verzoek zal dan ook beperkt zijn tot die plandelen. Ter motivering van hun verzoek hebben verzoekers onder meer aangevoerd dat het door Arcadis opgestelde milieueffectrapport van 17 augustus 2006 (hierna: het MER) slechts ziet op de met het plan mogelijk gemaakte aanleg van een 18 holes golfbaan, terwijl uit de uitspraak van de Afdeling van 16 januari 2008, nr. 200704040/1 volgt dat het gebruik van de bestaande 9 holes golfbaan in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, zodat in het MER ervan had moeten worden uitgegaan dat ook wat betreft deze 9 holes golfbaan sprake is van nieuwvestiging.

2.5. De raad heeft zich in antwoord op de door [verzoekers] naar voren gebrachte zienswijze op het standpunt gesteld dat ten tijde van het opstellen van het MER voornoemde uitspraak van de Afdeling nog niet was gedaan, zodat in het MER nog is uitgegaan van nieuwvestiging van een 18 holes golfbaan bij een bestaande 9 holes golfbaan. Ter zitting heeft de raad gesteld dat hij van mening is dat de 9 holes golfbaan een feitelijk bestaande activiteit betreft, en dat deze daarom niet behoefde te worden betrokken bij het MER.

2.6. Uit voornoemde uitspraak van de Afdeling volgt dat de bestaande 9 holes golfbaan onder het vorige bestemmingsplan werd gebruikt in strijd met het toepasselijke planologische regime. In het MER zijn de te verwachten milieueffecten als gevolg van de aanleg van de 18 holes golfbaan beschreven, maar is de feitelijk bestaande golfbaan niet aangemerkt als een nieuwe ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. De aanwezigheid van de 9 holes golfbaan heeft volgens het MER wel een rol gespeeld bij de begrenzing van het gebied waarbinnen de aanleg van de 18 holes is voorzien.

Het betoog dat de 9 holes golfbaan niet hoeft te worden betrokken bij het MER omdat sprake is van een feitelijk bestaande situatie, faalt, nu het gaat om met het vorige bestemmingsplan strijdig gebruik. De voorzitter is dan ook van oordeel dat in het MER de bestaande 9 holes golfbaan ten onrechte niet is aangemerkt als onderdeel van de voorgenomen activiteit. Op grond hiervan sluit de voorzitter niet uit dat het bestreden besluit in de bodemprocedure zal worden vernietigd. De voorzitter ziet hierin aanleiding het besluit tot vaststelling van het plan te schorsen voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Golfaccomodatie".

Gelet hierop behoeft hetgeen [verzoekers] voor het overige hebben aangevoerd thans geen bespreking.

2.7. De raad dient op na te melden wijze te worden veroordeeld in de proceskosten.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Asten van 26 maart 2009, kenmerk 09.03A.02, waarbij het bestemmingsplan "Project Gezandebaan" is vastgesteld, voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Golfaccomodatie";

II. veroordeelt de raad van de gemeente Asten tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de raad van de gemeente Asten aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N.I. Breunese-van Goor, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. Breunese-van Goor

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 november 2009

208-528.