Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK2897

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
200902447/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 april 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk (hierna: het college) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid maatschappij tot exploitatie van bungalows en recreatieoorden Mijbupark B.V. (hierna: Mijbupark) onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van een pand (kantine) op het perceel Langevelderlaan 43 te Noordwijk (hierna: het perceel) ten behoeve van woondoeleinden te beëindigen en beëindigd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200902447/1/H1.

Datum uitspraak: 11 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 februari 2009 in zaak nr. 08/1856 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 april 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk (hierna: het college) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid maatschappij tot exploitatie van bungalows en recreatieoorden Mijbupark B.V. (hierna: Mijbupark) onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van een pand (kantine) op het perceel Langevelderlaan 43 te Noordwijk (hierna: het perceel) ten behoeve van woondoeleinden te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 21 augustus 2007 heeft het college het door Mijbupark daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 17 april 2007 herroepen en Mijbupark onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van de kantine ten behoeve van woondoeleinden buiten het kampeerseizoen te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 10 januari 2008 heeft het college het besluit van 21 augustus 2007 ingetrokken, de tenuitvoerlegging van de last onder dwangsom geschorst tot 1 januari 2008 en besloten vanaf die datum af te zien van handhavend optreden tegen het gebruik van de kantine op het perceel ten behoeve van woondoeleinden.

Bij uitspraak van 23 februari 2009, verzonden op 2 maart 2009, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 april 2009, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 oktober 2009, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door mr. K. Hobeijn, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op het perceel is camping "Le Parage" gevestigd. De op de camping aanwezige kampwinkel, deel van het kantinegebouw, is verbouwd tot woning en wordt gebruikt als beheerderswoning. Vast staat dat het gebruik als beheerderswoning in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "U.P. Duinrand", zodat het college terzake handhavend kon optreden.

2.2. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet in redelijkheid alsnog van handhavend optreden heeft kunnen afzien. Hiertoe voert hij aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat handhavend optreden terzake van het gebruik van de kantine voor bewoning zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat daarvan in dit geval moet worden afgezien.

2.3.1. Het besluit van 10 januari 2008 betreft uitsluitend de intrekking van het besluit tot handhavend optreden tegen het gebruik van een deel van het kantinegebouw als beheerderswoning buiten het kampeerseizoen in de periode van oktober tot en met half maart.

2.3.2. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er zicht is op legalisering. Het college heeft gesteld dat de al jaren in het vooruitzicht gestelde wijziging van het bestemmingsplan niet lang meer op zich zal laten wachten. Dit is echter onvoldoende om te kunnen spreken van concreet zicht op legalisatie.

Voorts is de wens tot het handhaven van de openbare orde op de camping niet een zodanige bijzondere omstandigheid dat het college in verband daarmee in dit geval in redelijkheid van handhavend optreden tegen het gebruik van een deel van het kantinegebouw als beheerderswoning heeft kunnen afzien. Daarbij is van belang dat niet is gebleken dat het college bij de beantwoording van de vraag of in dit geval handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen heeft betrokken dat geen sprake is van een overtreding van geringe aard en ernst. De rechtbank is ten onrechte niet tot hetzelfde oordeel gekomen.

Het betoog slaagt.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 10 januari 2008 gegrond verklaren en dit besluit vernietigen wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 februari 2009 in zaak nr. 08/1856;

III. verklaart het bij de rechtbank ingediende beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van 10 januari 2008, kenmerk VH/SR/2007 8190;

V. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 368,00 (zegge: driehonderdachtenzestig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Wortmann w.g. Soede

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 11 november 2009

270-552.