Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK2890

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-11-2009
Datum publicatie
11-11-2009
Zaaknummer
200904786/4/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 4 september 2009 heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) van 26 mei 2009, nummer 1471002, geschorst, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen met de bestemming "Recreatieve en horecadoeleinden" met de aanduiding "mc-minicamping", voor zover betrekking hebbende op perceel Laar 76 te Veldhoven (hierna: de plandelen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904786/4/R1.

Datum uitspraak: 2 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

om opheffing (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij uitspraak van 4 september 2009, in zaak nr. 200904786/2/R1, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen onder meer:

[wederpartijen], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij uitspraak van 4 september 2009 heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) van 26 mei 2009, nummer 1471002, geschorst, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan de plandelen met de bestemming "Recreatieve en horecadoeleinden" met de aanduiding "mc-minicamping", voor zover betrekking hebbende op perceel Laar 76 te Veldhoven (hierna: de plandelen).

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 september 2009, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht deze voorlopige voorziening gedeeltelijk op te heffen.

Van de zijde van [verzoekers] en de raad van de gemeente Veldhoven (hierna: de raad) zijn nadere stukken ontvangen. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 oktober 2009, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door [een der verzoekers] bijgestaan door mr. dr. L. Bier, advocaat te Vught en de raad, vertegenwoordigd door mr. B.A.P.M. Achterbergh, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn daar gehoord [wederpartijen], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door J.C.W. Dekkers-Hagelaar.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Bij uitspraak van 4 september 2009 is beoogd het bestreden besluit te schorsen voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan dat deel van de plandelen dat gewijzigd is vastgesteld.

2.2.1. [verzoekers] hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat het gedeelte van de plandelen waarop de schorsing ziet groter is dan het gedeelte van die plandelen dat gewijzigd is vastgesteld. Kennelijk is tijdens de behandeling ter zitting op 15 augustus 2009 van de zijde van de raad niet de juiste ontwerpplankaart getoond, aldus [verzoekers].

2.2.2. De vertegenwoordiger van de raad heeft ter zitting erkend dat tijdens de behandeling ter zitting op 15 augustus 2009 niet de juiste ontwerpplankaart is getoond.

2.2.3. Gelet op de van de zijde van de raad ingekomen nadere stukken en het verhandelde ter zitting, stelt de voorzitter vast dat de bij uitspraak van 4 september 2009 uitgesproken schorsing van het bestreden besluit deels ziet op het gedeelte van de plandelen dat niet gewijzigd is vastgesteld. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding de bij uitspraak van 4 september 2009 uitgesproken schorsing gedeeltelijk op te heffen, zoals met blauw is aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1.

2.3. Gelet op het voorgaande wijst de voorzitter het verzoek om gedeeltelijke opheffing van de voorlopige voorziening toe.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. heft op de schorsing van het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 26 mei 2009, nummer 1471002, voor zover die schorsing zich uitstrekt tot het gedeelte van de plandelen met de bestemming "Recreatieve en horecadoeleinden" met de aanduiding "mc-minicamping", voor zover betrekking hebbende op perceel Laar 76 te Veldhoven, dat niet gewijzigd is vastgesteld, zoals met blauw is aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart 1;

II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant tot vergoeding van de bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Gerkema

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 november 2009

472.

<HR>

plankaart 1