Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK1972

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
200901467/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 april 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch (hierna: de raad voor rechtsbijstand) een aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van [appellant] afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200901467/1/H2.

Datum uitspraak: 4 november 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 januari 2009 in zaak nr. 07/4308 in het geding tussen:

[appellant]

en

de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch.

1. Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand 's-Hertogenbosch (hierna: de raad voor rechtsbijstand) een aanvraag om een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van [appellant] afgewezen.

Bij besluit van 1 november 2007 heeft de raad voor rechtsbijstand het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 januari 2009, verzonden op 16 januari 2009, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 27 februari 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 30 maart 2009.

De raad voor rechtsbijstand heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 oktober 2009, waar de raad voor rechtsbijstand, vertegenwoordigd door mr. R.B. van Dijken, werkzaam bij de raad voor rechtsbijstand, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) wordt rechtsbijstand niet verleend indien het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.

2.2. Het geschil betreft de afwijzing van een aanvraag om rechtsbijstand bij het indienen van een zienswijze tegen het voornemen tot weigering van een afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) van de minister van Justitie.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het geschil waarvoor een aanvraag om een toevoeging is gedaan, een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan hem kan worden overgelaten. Hij wijst erop dat een goede zienswijze voor hem van groot belang was. Indien de afgifte van de VOG zou zijn geweigerd, zou hij in zijn proeftijd zijn ontslagen.

2.4. Dit betoog faalt. Het indienen van een zienswijze als hier aan de orde kan als feitelijk en juridisch niet complex worden beschouwd. Op het aanvraagformulier voor de toevoeging is aangegeven dat het geschil ziet op de interpretatie door de minister van Justitie van het justitiƫle verleden van [appellant]. De rechtbank heeft terecht overwogen dat dit geschil van zodanige feitelijke aard is dat de indiening van een zienswijze redelijkerwijs aan [appellant] zelf kan worden overgelaten. Voorts heeft [appellant] anderszins geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die tot de conclusie zouden moeten leiden dat vanwege de bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheid van het geval een toevoeging zou moeten worden verleend. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden overwogen dat het besluit van 1 november 2007 waarbij de weigering om een toevoeging te verlenen is gehandhaafd, in stand kan blijven.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.

w.g. Wortmann w.g. Bindels

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009

85-630.