Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK1963

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-10-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
200907715/2/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 maart 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helden (hierna: het college) een verzoek van [verzoekers] om handhavingsmaatregelen te treffen met betrekking tot een Varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats] afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200907715/2/M2.

Datum uitspraak: 30 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Helden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 maart 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helden (hierna: het college) een verzoek van [verzoekers] om handhavingsmaatregelen te treffen met betrekking tot een Varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats] afgewezen.

Bij besluit van 21 september 2009 heeft het college het door [verzoekers] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 oktober 2009, beroep ingesteld. Bij deze brief hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 oktober 2009, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door K.E.P. van Bommel, en het college, vertegenwoordigd door mr. R.F.E. Kees en ing. C.A.J. Janssen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoekers] voeren onder meer aan dat zij ten onrechte niet in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord voordat op het bezwaarschrift werd beslist.

2.3. Het college heeft zich in eerste instantie op het standpunt gesteld dat het bezwaar gegrond was omdat vanwege het ontbreken van uitzicht op legalisatie niet van handhavend optreden kon worden afgezien. In de veronderstelling dat volledig aan het bezwaar tegemoet zou worden gekomen, is van het horen van [verzoekers] afgezien. Nadien heeft het college zich op het standpunt gesteld dat toch sprake was van concreet uitzicht op legalisatie. Zonder [verzoekers] te horen is het bezwaar ongegrond verklaard.

2.4. Ingevolge de artikelen 7:2 en 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, kort weergegeven en voor zover hier van belang, moet een bestuursorgaan voordat op het bezwaar wordt beslist, de belanghebbenden in de gelegenheid stellen te worden gehoord, tenzij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, of aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen.

Vast staat dat niet volledig aan het bezwaar tegemoet is gekomen. Naar het oordeel van de voorzitter kon het bezwaar evenmin als kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk worden aangemerkt. Gelet hierop had het college, alvorens op het bezwaar te beslissen, [verzoekers] in de gelegenheid moeten stellen te worden gehoord.

2.5. Gezien het voorgaande is het bestreden besluit genomen in strijd met artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Hierin ziet de voorzitter aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.6. Het college dient op na te melden wijze te worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Helden van 21 september 2009, kenmerk RKS//2644;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Helden tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 42,80 (zegge: tweeënveertig euro en tachtig cent);

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Helden aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Van der Zijpp

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2009

262.