Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK1946

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
200905155/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2009, no. 2008-018532, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Tiel bij besluit van 15 oktober 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Binnenstad".

Wetsverwijzingen
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Wet op de Ruimtelijke Ordening 28
Monumentenwet 1988
Monumentenwet 1988 41a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2009/911
JBO 2009/6 met annotatie van Van der Meijden

Uitspraak

200905155/2/R2.

Datum uitspraak: 29 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de vereniging Vereniging Oudheidkamer voor Tiel en omstreken en de vereniging Vereniging Waardevol Tiel, werkgroep voor cultuurhistorie en leefomgeving, beide gevestigd te Tiel,

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2009, no. 2008-018532, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Tiel bij besluit van 15 oktober 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Binnenstad".

Tegen dit besluit hebben onder meer de vereniging Vereniging Oudheidkamer voor Tiel en omstreken en de vereniging Vereniging Waardevol Tiel, werkgroep voor cultuurhistorie en leefomgeving (hierna: de Oudheidkamer en Waardevol Tiel) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juli 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juli 2009, hebben de Oudheidkamer en Waardevol Tiel de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 september 2009, waar de Oudheidkamer en Waardevol Tiel, vertegenwoordigd door

mr. M.A. Menalda, W.B.P.M. Lases en A.W. Reijnen, zijn verschenen.

Tevens is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door D. Kramer, ambtenaar in dienst van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. De Oudheidkamer en Waardevol Tiel kunnen zich niet verenigen met de goedkeuring van het plan.

Zij voeren daartoe aan dat in artikel 21 van de planvoorschriften ten onrechte bebouwing met een kleinere oppervlakte dan 100 m2 wordt uitgezonderd van de verplichting tot het (laten) uitvoeren van archeologisch onderzoek.

Voorts stellen de Oudheidkamer en Waardevol Tiel dat het bestemmingsplan het historische stratenplan en de gevelparcellering onvoldoende beschermt.

Tevens kunnen zij zich niet verenigen met de in het plan opgenomen maximale bouwhoogten, met name voor het zogenoemde Bleekveld.

2.3. Het college en de raad verwijzen naar artikel 41a van de Monumentenwet 1988 op grond waarvan voor projecten met een kleinere oppervlakte dan 100 m2 in beginsel geen archeologisch onderzoek behoeft te worden verricht.

2.4. Ingevolge artikel 41a van de Monumentenwet 1988 zijn de artikelen 39, 40 en 41 niet van toepassing op projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m2; de gemeenteraad kan een hiervan afwijkende oppervlakte vaststellen.

De artikelen 39, 40 en 41 van de Monumentenwet betreffen bepalingen inzake de archeologische monumentenzorg.

Uit de parlementaire behandeling van de Wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten ten behoeve van de archeologische monumentenzorg mede in verband met de implementatie van het Verdrag van Valletta blijkt dat afwijking van de in artikel 41a genoemde 100 m2 zowel in opwaartse als in neerwaartse zin mogelijk is. Daardoor blijft bij de vaststelling van een bestemmingsplan maatwerk mogelijk, bijvoorbeeld bij historische binnensteden.

2.5. De plantoelichting vermeldt dat nagenoeg de gehele binnenstad van Tiel een archeologisch waardevol gebied betreft. Het plangebied heeft derhalve grotendeels de (dubbel)bestemming "Waarde - Archeologie".

In artikel 21.2 van de planvoorschriften is bepaald dat op of in de gronden die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie" geen bouwwerken mogen worden ver-/gebouwd, met uitzondering van:

a. de bouw van bouwwerken, waarbij geen grondwerk wordt verricht op een diepte van meer dan 0,3 meter onder het maaiveld;

b. de bouw van een bouwwerk met een maximale oppervlakte van 100 m2.

Ingevolge artikel 21.3 van de planvoorschriften kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 21.2 ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

2.6. Niet in geschil is dat de binnenstad van Tiel een historisch waardevol karakter heeft.

Uit de stukken, zoals ook nader toegelicht ter zitting, blijkt dat de raad in het onderhavige bestemmingsplan niet in neerwaartse zin heeft afgeweken van de grens van 100 m2, omdat gemeentelijk beleid ontbreekt op grond waarvan kan worden bepaald in welke gevallen een andere maximale bebouwingsoppervlakte dient te worden vrijgesteld. Namens de raad is ter zitting medegedeeld dat in het plangebied inmiddels archeologisch onderzoek wordt verricht. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek zal gemeentelijk beleid worden opgesteld met betrekking tot de in artikel 41a van de Monumentenwet 1988 bedoelde oppervlaktemaat.

Gelet hierop en in samenhang bezien met het historische karakter van de binnenstad van Tiel is de voorzitter er dan ook niet zondermeer van overtuigd dat de raad geen aanleiding heeft hoeven vinden tot afwijking in neerwaartse zin van de in artikel 41a van de Monumentenwet genoemde oppervlaktemaat van 100 m2.

2.7. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen. Nu ook de overige gronden van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening betrekking hebben op de plandelen met de bestemming "Waarde - Archeologie" behoeven deze gronden reeds hierom geen verdere bespreking.

2.8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 27 mei 2009, kenmerk 2008-018532, voor zover het de plandelen betreft met de bestemming "Waarde - Archeologie";

II. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan de vereniging Vereniging Oudheidkamer voor Tiel en omstreken en de vereniging Vereniging Waardevol Tiel, werkgroep voor cultuurhistorie en leefomgeving het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Tuit

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2009

425.