Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK1338

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2009
Datum publicatie
28-10-2009
Zaaknummer
200900808/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernisse (hierna: het college) aan de besloten vennootschap Primagaz Nederland B.V. (hierna: Primagaz Nederland) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het plaatsen van twee propaantanks en een hekwerk op het perceel Stompaardsedijk, Zuidland, Bernisse.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200900808/1/H1.

Datum uitspraak: 28 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Bernisse,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2008 in zaak nr. 08/3025 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het college van burgemeester en wethouders van Bernisse.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernisse (hierna: het college) aan de besloten vennootschap Primagaz Nederland B.V. (hierna: Primagaz Nederland) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het plaatsen van twee propaantanks en een hekwerk op het perceel Stompaardsedijk, Zuidland, Bernisse.

Bij besluit van 12 juni 2008 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 23 december 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 12 juni 2008 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit neemt. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 25 februari 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 september 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. H. Rensen, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij], in persoon, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college het bezwaar van [wederpartij] tegen het besluit van 16 mei 2007 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe voert het aan dat [wederpartij] geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is bij dit besluit.

2.1.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.1.2. Het bouwplan waarvoor bij besluit van 16 mei 2007 vrijstelling en bouwvergunning is verleend, heeft betrekking op het plaatsen van twee propaantanks met een hoogte van 2,24 meter, een breedte van 1,60 meter en een lengte van 4,39 meter en een hekwerk. Niet in geschil is dat de afstand van het woonperceel van [wederpartij] tot aan het perceel waarop de tanks zijn voorzien hemelsbreed 250 meter bedraagt. Gezien het bouwplan dat hier aan de orde is, wordt [wederpartij] bij een dergelijke afstand niet geraakt in een belang dat rechtstreeks bij de verlening van de vrijstelling en de bouwvergunning is betrokken als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. De stelling van [wederpartij] dat hij vanaf zijn perceel zicht zal hebben op de tanks, leidt niet tot een ander oordeel, in aanmerking genomen de genoemde afstand en de geringe omvang van de bouwwerken. Daarbij komt nog, dat [wederpartij] vanwege de aanwezige beplanting in ieder geval een groot deel van het jaar geen onbelemmerd zicht heeft op de tanks. Tot slot onderscheidt de omstandigheid dat [wederpartij] zesmaal per dag via een fiets- en voetpad langs de propaantanks komt, hem niet in voldoende mate van andere omwonenden. De rechtbank heeft [wederpartij] dan ook ten onrechte aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Het betoog slaagt.

2.2. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het door [wederpartij] tegen het besluit van 12 juni 2008 ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaren.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2008 in zaak nr. 08/3025;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. W.D.M. van Diepenbeek, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Soede, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Soede

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2009

270-552.