Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0820

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
200808329/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 mei 2006 heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) geoordeeld dat een door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Unieboek B.V. (hierna: Unieboek) voorgelegde actie niet in overeenstemming is met de Wet op de vaste boekenprijs (hierna: de wet).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200808329/1/H3.

Datum uitspraak: 21 oktober 2009.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Unieboek B.V., gevestigd te Houten,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 9 oktober 2008 in zaak nr. 07/2321 in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Unieboek B.V.

en

het Commissariaat voor de Media.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 mei 2006 heeft het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) geoordeeld dat een door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Unieboek B.V. (hierna: Unieboek) voorgelegde actie niet in overeenstemming is met de Wet op de vaste boekenprijs (hierna: de wet).

Bij besluit van 17 juli 2007 heeft het Commissariaat het door Unieboek daartegen gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 oktober 2008, verzonden op 10 oktober 2008, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door Unieboek daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Unieboek bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 november 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 11 december 2008.

Het Commissariaat heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juni 2009, waar Unieboek, vertegenwoordigd door mr. F.R. Boelhouwer, advocaat te Amsterdam, en W.H. Jansen, werkzaam bij Unieboek, en het Commissariaat, vertegenwoordigd door mr. G.H.L. Weesing, advocaat te Amsterdam, en mr. J.B. Mons, werkzaam bij het Commissariaat, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 2 van de wet stelt de uitgever voor boeken die hij voor het eerst in een bepaalde uitvoering in Nederland uitgeeft een vaste prijs vast.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, past de verkoper bij verkoop van een boek aan een eindafnemer de vaste prijs toe.

Ingevolge artikel 13, aanhef en onder e, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent het toepassen door een verkoper van kortingen op de vaste prijs in geval van levering door een verkoper in het kader van een collectieve promotie- of spaaractie.

Ingevolge artikel 14 kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent het in bij die regels te bepalen bijzondere gevallen al dan niet tijdelijk vaststellen van bijzondere, van de vaste prijs afwijkende prijzen.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van het Besluit vaste boekenprijs (hierna: het besluit) is een collectieve spaaractie een actie:

a. die wordt georganiseerd door een rechtspersoon wiens activiteiten volgens de statutaire doelstelling uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit de bevordering van de publieksaandacht voor boeken;

b. die voldoende publiekelijk bekend wordt gemaakt;

c. waaraan alle verkopers onder gelijke, door de organiserende rechtspersoon te stellen voorwaarden kunnen deelnemen; en

d. waarbij eindafnemers, zijnde natuurlijke personen, een spaartegoed in de vorm van spaarpunten met een vooraf vastgestelde geldwaarde kunnen opbouwen dat bij alle deelnemende verkopers besteedbaar is voor de koop van boeken zonder beperking naar titel of genre.

Ingevolge het derde lid kan de verkoper alleen bij deelname aan een collectieve spaaractie bij levering van een boek aan een eindafnemer een korting op de vaste prijs toepassen in de vorm van aanvaarding van betaling ten laste van een door de eindafnemer in het kader van een collectieve spaaractie opgebouwd spaartegoed.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, kan de uitgever voor een boek in het kader van een individuele promotieactie eenmalig tijdelijk een van de vaste prijs afwijkende actieprijs vaststellen.

Ingevolge het tweede lid geldt een actieprijs voor een periode van ten hoogste drie aaneengesloten maanden.

Ingevolge het derde lid kan de uitgever aan de toepassing van een actieprijs nadere voorwaarden verbinden.

2.2. Unieboek heeft het Commissariaat voor de Media bij brief van 19 april 2006 verzocht te beoordelen of een door haar te houden actie rechtmatig is. Deze actie behelst dat Unieboek een aangepaste versie van het boek 'Capitoolgids Nederland' op de markt zal brengen, die alleen verkrijgbaar zal zijn bij tankstations van een bepaalde benzinemaatschappij. Unieboek zal voor dit boek een vaste prijs vaststellen. Daarnaast wil Unieboek voor een periode van drie maanden een actieprijs vaststellen. De actieprijs houdt in dat de eindafnemer € 2,50 moet betalen en daarnaast een bepaald aantal zegels, te verkrijgen bij het tanken van een bepaald aantal liters benzine, dient in te leveren.

2.3. Het Commissariaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de voorgenomen actie alle kenmerken vertoont van een spaaractie. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van het besluit leidt het Commissariaat af dat voordeelverstrekking via spaaracties uitsluitend is toegestaan door middel van collectieve spaaracties die voldoen aan de voorwaarden die hieraan in artikel 4 van het besluit worden gesteld. Omdat hieraan in dit geval niet is voldaan, heeft het Commissariaat geoordeeld dat de actie in strijd is met de wet. Het standpunt van Unieboek dat het hier gaat om de vaststelling van een bijzondere prijs als bedoeld in artikel 14 van de wet heeft het Commissariaat verworpen.

2.4. Unieboek betoogt, kort weergegeven, dat de rechtbank door te oordelen dat het Commissariaat voldoende heeft gemotiveerd dat de actie in strijd is met de ratio van de wet, heeft miskend dat de door haar vastgestelde prijs moet worden aangemerkt als een actieprijs als bedoeld in artikel 7 van het besluit met een daaraan ingevolge het derde lid van dit artikel verbonden voorwaarde.

2.5. In wet en besluit is onderscheid gemaakt tussen kortingen en bijzondere prijzen, waaronder actieprijzen. Niet in geding is dat in dit geval niet wordt voldaan aan de in wet en besluit aan kortingen gestelde eisen. Aan de orde is uitsluitend de vraag of wordt voldaan aan de eisen die gelden voor een actieprijs als bedoeld in artikel 7 van het besluit. Aan de inhoud van ingevolge het derde lid van dit artikel aan de toepassing van een actieprijs te stellen voorwaarden worden in dit artikellid geen eisen gesteld. Dit neemt echter niet weg dat bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van te stellen voorwaarden niet kan worden voorbijgegaan aan het systeem van de wet, dat voorziet in afzonderlijke regimes voor enerzijds kortingen en anderzijds bijzondere prijzen, en de geschiedenis van de totstandkoming hiervan. In de Nota van Toelichting bij het besluit (Staatsblad 2005, 269) worden twee voorbeelden genoemd van aan een actieprijs te stellen voorwaarden: de inlevering van een bon en het intekenen op een boek binnen een bepaalde termijn voor of na verschijning. In dit geval is aan toepassing van de actieprijs de voorwaarde verbonden dat deze geldt bij inlevering van een bon met een nader te bepalen aantal zegels, die worden verkregen bij het tanken van een bepaalde hoeveelheid benzine. Deze voorwaarde betekent, anders dan bij de in de Nota van Toelichting bij wijze van voorbeeld genoemde voorwaarden, dat de te houden actie in feite een collectieve spaaractie is als bedoeld in artikel 13 van de wet in samenhang met artikel 4 van het besluit. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat met de actie de door de wetgever voorgestane scheiding tussen enerzijds een actieprijs als voorzien in artikel 14 van de wet in samenhang met artikel 7 van het besluit en anderzijds een korting als voorzien in artikel 13 van de wet in samenhang met artikel 4 van het besluit wordt aangetast. De beoogde voorwaarde is daarom in strijd met het systeem van de wet en daarom terecht als niet in overeenstemming met de wet aangemerkt.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Polak w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2009.

176.