Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0794

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
200904263/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200904263/2/R3.

Datum uitspraak: 15 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],

2. de vereniging Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland, gevestigd te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Buitengebied" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2009, en de vereniging Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland (hierna: de vereniging) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2009, beroep ingesteld. [verzoeker sub 1] heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 8 juli 2009.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 juni 2009, heeft de vereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De vereniging en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 9 oktober 2009, waar [verzoeker sub 1], in persoon, en de vereniging, vertegenwoordigd door A. Meintema en [voorzitter], en de raad, vertegenwoordigd door R.J. van der Wekken, wethouder van de gemeente met de portefeuille Ruimtelijke Ordening, mr. C.E. Henderson, ambtenaar in dienst van de gemeente, en ir. C.A. Louws, werkzaam bij stedenbouwkundig adviesbureau RBOI, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], vertegenwoordigd door ing. B. van der Spek, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker sub 1] en de vereniging betogen dat het plan na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten onrechte een bedrijfsvloeroppervlak aan kassen van 20.000 m2 op het perceel [locatie] mogelijk maakt. Voorts betoogt de vereniging dat het plan ten onrechte voorziet in een ontheffingsmogelijkheid ten behoeve van het vergroten van de maximale bouwhoogte van een kas en een warmtebuffertank ter plaatse van de gronden met de aanduiding "concentratiegebied glastuinbouw" of "concentratielocatie glastuinbouw".

2.2.1. Ter zitting is door de wethouder namens het college van burgemeester en wethouders toegezegd dat geen wijzigingsplan in procedure wordt gebracht ten behoeve van het vergroten van het bedrijfsvloeroppervlak aan kassen op het perceel [locatie] voordat een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak en is door de eigenaar van dit perceel, [belanghebbende], toegezegd hierop te zullen wachten. Met de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening is in zoverre geen spoedeisend belang gemoeid.

2.2.2. Ter zitting is verder komen vast te staan dat geen bouwaanvraag is ingediend ten behoeve van het realiseren van een kas dan wel een warmtebuffertank met een hoogte van meer dan de bij recht toegestane 8 respectievelijk 1 meter ter plaatse van de gronden met de aanduiding "concentratiegebied glastuinbouw" of "concentratielocatie glastuinbouw" en is bovendien door de raad gemotiveerd uiteengezet dat niet de verwachting bestaat dat een dergelijke aanvraag zal worden gedaan voordat een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is in zoverre geen spoedeisend belang gemoeid.

2.3. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Jansen

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2009

399-559.