Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0782

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
200903363/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Doetinchem (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Het Loo 2007" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200903363/2/R3.

Datum uitspraak: 14 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoekers sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [verzoekers sub 2], wonend te [woonplaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hadeco Doetinchem B.V. en andere, gevestigd te Doetinchem,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Doetinchem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2009 heeft de raad van de gemeente Doetinchem (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Het Loo 2007" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2009, [verzoekers sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2009, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hadeco Doetinchem B.V. en andere (hierna: Hadeco en andere) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 juni 2009, beroep ingesteld. Hadeco en andere hebben hun beroep aangevuld bij brief van 13 juli 2009.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben [verzoekers sub 1] en [verzoekers sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 juni 2009, hebben Hadeco en andere de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 16 september 2009, waar [verzoekers sub 1], vertegenwoordigd door [gemachtigde], [verzoekers sub 2], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en Hadeco en andere, vertegenwoordigd door H.J. Hoegen Dijkhof en mr. F.G. van Dam, advocaat te Rotterdam, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting de raad, vertegenwoordigd door M.G.P. Derks, G.H. Nieuwenhuis en W.V.J.M. Beijer, ambtenaren in dienst van de gemeente en drs. P.C. Drenth, wethouder van de gemeente, en Stichting Sité Woondiensten, vertegenwoordigd door mr. E.H.M. Harbers, advocaat te Arnhem, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan is voor een deel conserverend van aard en daarnaast maakt het de bouw van verschillende woningen mogelijk. Voorts maakt het plan de aanleg van een nieuwe hoofdontsluitingsweg, de Ruimzichtlaan, mogelijk, waarmee de Hofstraat dient te worden ontlast.

2.3. [verzoekers sub 2], Hadeco en andere en [verzoekers sub 1] betogen dat de rapporten "Akoestisch onderzoek 't Lookwartier Doetinchem" en "Aanvullend akoestisch onderzoek 't Lookwartier Doetinchem" van ER Milieu & Planologie van 21 december 2007 en 9 maart 2009 (hierna: het akoestisch onderzoek en het aanvullend akoestisch onderzoek) wat betreft bepaalde aspecten onjuist en onvolledig zijn.

2.3.1. [verzoekers sub 2] stellen dat in het aanvullend akoestisch onderzoek is uitgegaan van de realisering van woonblokken langs het noordelijk deel van de Ruimzichtlaan terwijl in het plan ter plaatse een veel kleiner bouwvlak met de bestemming "Maatschappelijk" is opgenomen. Ter zitting heeft de raad zich in dit kader op het standpunt gesteld dat uit nader onderzoek blijkt dat ook indien wordt uitgegaan van de realisering van dit kleinere gebouw op het plandeel met de bestemming "Maatschappelijk" de aanleg van de Ruimzichtlaan niet zal leiden tot een hogere geluidbelasting op de woningen van [verzoekers sub 2]. Nu dit nadere onderzoek echter niet is overgelegd in deze voorlopige voorzieningenprocedure en evenmin bij [verzoekers sub 2] anderszins bekend is, kan dit onderzoek niet bij het voorlopige oordeel van de voorzitter worden betrokken.

2.3.2. [verzoekers sub 2] voeren verder aan dat de raad weliswaar stelt dat stil asfalt wordt aangelegd maar dat de geluidsreductie daarvan aanzienlijk afneemt door slijtage. De raad heeft zich in dit kader op het standpunt gesteld dat in de aanbesteding van de Ruimzichtlaan als eis zal worden opgenomen dat het aan te leggen wegdek een geluidsreductie moet hebben van ten minste 4 dB - de geluidsreductie waarvan in de akoestische onderzoeken is uitgegaan en op basis waarvan is geoordeeld dat geen sprake zal zijn van een overschrijding van de toegestane geluidbelasting - tegen de tijd dat het aan vervanging toe is. Dit betekent dat de geluidsreductie direct na het aanbrengen van het asfalt veel hoger dient te zijn dan 4 dB. In dit kader is van belang dat [verzoekers sub 2] ter zitting onweersproken hebben gesteld dat de afname van de geluidsreductie als gevolg van slijtage van het asfalt 0,62 dB per jaar bedraagt. De voorzitter overweegt dat niet is gebleken van een onderzoek naar de vraag of asfalt dat tegen de tijd dat het aan vervanging toe is een geluidsreductie heeft van ten minste 4 dB bestaat en of het in dit geval kan worden aangelegd.

2.3.3. [verzoekers sub 2] stellen voorts dat in het aanvullend akoestisch onderzoek ten onrechte niet de cumulatieve geluidbelasting is berekend van de Ruimzichtlaan en kruisende en parallel lopende wegen. De raad heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat hiertoe geen verplichting bestaat indien de grenswaarden uit de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) niet dreigen te worden overschreden. De voorzitter overweegt dat in zijn algemeenheid moet worden aangenomen dat de cumulatieve geluidbelasting ten opzichte van de geluidbelasting door afzonderlijke bronnen op zich bezien een negatieve invloed kan hebben op het woon- en leefklimaat en dat dit aspect in het kader van de ruimtelijke ordening moet worden betrokken in de belangenafweging. Hiertoe bestond in het onderhavige geval te meer aanleiding nu uit het aanvullend akoestisch onderzoek volgt dat de geluidbelasting afkomstig van de Ds. van Dijkweg ter plaatse van de woningen van [verzoekers sub 2] zowel voor als na de realisering van de aansluiting van de Ruimzichtlaan op deze weg met 55 en 56 dB, de richtwaarde van 48 dB uit de Wgh overschrijdt. Bovendien is in dit verband van belang dat de raad ter zitting heeft gesteld dat uit nader onderzoek blijkt dat de cumulatieve geluidbelasting afkomstig van de Ruimzichtlaan en de Ds. van Dijkweg op de woningen van [verzoekers sub 2] 1,5 dB hoger ligt dan de geluidbelasting afkomstig van de Ds. van Dijkweg.

2.3.4. [verzoekers sub 1] voeren aan dat als gevolg van de aansluiting van de Ruimzichtlaan op de Ds. van Dijkweg de ontsluiting van het parkeerterrein achter hun woningen, dat wordt gebruikt door het nabijgelegen hotel waarin regelmatig feesten worden gegeven, zal worden verplaatst en zal worden gerealiseerd direct achter hun woningen en dat dit zal leiden tot geluidoverlast. De raad heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het parkeerterrein slechts bestaat uit 55 parkeerplaatsen en dat dit terrein op grond van de Wgh niet behoefde te worden meegenomen in de akoestische rapporten. In dit verband overweegt de voorzitter dat in de Wgh weliswaar geen verplichting is opgenomen een onderzoek te verrichten naar de geluidbelasting als gevolg van een parkeerterrein, maar dat een parkeerterrein en de ontsluiting daarvan een negatieve invloed kan hebben op het woon- en leefklimaat, welk aspect dient te worden betrokken in de belangenafweging. Hiertoe bestond in het onderhavige geval te meer aanleiding nu [verzoekers sub 1] onweersproken hebben gesteld dat de ontsluiting van het parkeerterrein 1,5 jaar geleden in overleg met het gemeentebestuur zodanig is aangelegd, dat zij daarvan zo min mogelijk hinder zouden ondervinden.

2.3.5. In het akoestisch onderzoek "Gemeente Doetinchem - bouwplan 't Lookwartier" van Schoonderbeek en Partners Advies B.V. van 18 oktober 2007 (hierna: het onderzoek van SPA) is geconcludeerd dat door de realisering van een geluidsscherm van 3 meter hoog en het vaststellen van een maatwerkvoorschrift is verzekerd dat de nieuwbouwwoningen geen belemmering zullen vormen voor de bedrijfsactiviteiten van Hadeco en andere, in het bijzonder voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Carwash De Achterhoek B.V. (hierna: Carwash). Hadeco en andere wijzen in dit kader op de in hun opdracht opgestelde rapporten "Akoestische aspecten Lookwartier" van 23 juni 2008 en "Hadeco Doetinchem; Akoestische aspecten woningen bestemmingsplan Het Loo 2007" van 24 november 2008 van Peutz (hierna: de onderzoeken van Peutz). Hierin is vermeld dat het feit dat volgens de berekeningen van het onderzoek van SPA kan worden volstaan met een geluidsscherm van 3 meter hoog een direct gevolg is van het uitgangspunt dat na 19:00 uur geen sprake meer zou zijn van bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Carwash, maar dat indien wordt uitgegaan van activiteiten na 19:00 uur een geluidsscherm met een hoogte van 5 tot 6 meter moet worden gerealiseerd. Dit verschil in hoogte wordt veroorzaakt doordat in de avondperiode een beoordelingshoogte bij woningen van 5 meter boven het maaiveld wordt gehanteerd, in plaats van een beoordelingshoogte van 1,5 meter boven het maaiveld overdag, aldus de onderzoeken van Peutz. Hadeco en andere hebben er in dit kader op gewezen dat Carwash in het verleden op vrijdagavonden was geopend tot 21:00 uur en deze mogelijkheid in de toekomst behouden dient te blijven. Verder wijzen Hadeco en andere er op dat vanwege de situering van Carwash, die enkele jaren geleden in overleg met het gemeentebestuur op de huidige wijze is aangelegd, een ontsluiting door het op te richten geluidsscherm noodzakelijk is, maar dat de consequenties daarvan voor de geluidbelasting op de te realiseren woningen, niet zijn berekend. De opgelegde maatwerkvoorschriften zijn volgens Hadeco en anderen niet toereikend om de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van Carwash te garanderen en tegen het besluit tot oplegging van de maatwerkvoorschriften is dan ook een procedure bij de Afdeling aanhangig. Ter zitting heeft de raad gesteld dat in een nader akoestisch onderzoek is berekend dat indien er van wordt uitgegaan dat de maatwerkvoorschriften van kracht zijn, ook indien Carwash tot 21:00 uur is geopend en een ontsluitingsweg door het geluidsscherm wordt aangelegd, geen sprake zal zijn van een overschrijding van de geluidgrenswaarden. De voorzitter overweegt dat dit nadere onderzoek niet is overgelegd aan de voorzitter en evenmin aan partijen, zodat dit niet kan worden betrokken bij het voorlopige oordeel van de voorzitter.

2.3.6. Gelet op het vorenstaande bestaat voorshands geen aanleiding voor de verwachting dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat door de raad van de volledigheid en juistheid van de conclusies uit het onderzoek van SPA kon worden uitgegaan.

2.4. Hadeco en andere en [verzoekers sub 1] betogen verder dat in het luchtkwaliteitsonderzoek onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd.

2.4.1. In dit verband wijzen Hadeco en andere er onder meer op dat in het luchtkwaliteitsonderzoek "Bouwplan ’t Lookwartier in Doetinchem" van Schoonderbeek en Partners Advies B.V. van 21 augustus 2008 (hierna: het luchtkwaliteitsonderzoek) ten onrechte het Mobiliteitsplan 2007 als uitgangspunt is genomen, nu daarin is uitgegaan van de aanleg van de Oostelijke Randweg terwijl omtrent de aanleg hiervan onvoldoende zekerheid bestaat. In dit kader wijzen zij er op dat in het Mobiliteitsplan 2007 is vermeld dat het effect van de ontlasting van de Hofstraat door de Ruimzichtlaan alleen optreedt als de Oostelijke Randweg wordt aangelegd. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat in het luchtkwaliteitsonderzoek weliswaar is uitgegaan van de aanleg van de Oostelijke Randweg maar dat niet de verwachting is dat de aanleg hiervan veel invloed zal hebben op de verkeersstromen en daarmee op de berekende luchtkwaliteit in het plangebied. De voorzitter overweegt dat dit standpunt van de raad niet nader is onderbouwd en dat ten tijde van de vaststelling van het onderhavige plan omtrent de aanleg van de Oostelijke Randweg nog geen concrete besluitvorming had plaatsgevonden. Gelet hierop bestaat voorshands geen aanleiding voor de verwachting dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat het luchtkwaliteitsonderzoek volledig is geweest en dat de raad hierop heeft mogen afgaan.

2.4.2. [verzoekers sub 1] stellen dat in het luchtkwaliteitsonderzoek ten onrechte niet is onderbouwd waarom als uitgangspunt is genomen dat van het verkeer van en naar het plangebied dat gebruik maakt van de noordelijke ontsluiting van de Ruimzichtlaan, de helft via het oostelijke deel van de Ds. van Dijkweg wordt ontsloten en de andere helft via het westelijke deel. In dit verband wijzen zij er op dat de westelijke ontsluiting, richting de Kruisbergseweg, de kortste route vormt voor doorgaand verkeer en bovendien al zwaar is belast als gevolg van het aan deze weg gelegen Slingelandziekenhuis en het Rietveldlyceum. De raad heeft ter zitting erkend dat dit uitgangspunt berust op een aanname en dat hieromtrent geen onderzoek of een berekening is uitgevoerd. Het standpunt van de raad dat de westelijke ontsluiting door een afstelling van verkeerslichten zal worden ontmoedigd, is in dit verband naar het oordeel van de voorzitter onvoldoende om als onderbouwing te kunnen dienen.

2.5. Gelet op al het vorenstaande ziet de voorzitter voorshands aanleiding voor de verwachting dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat het plan in zoverre niet berust op een deugdelijke motivering.

2.6. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

2.7. De raad van de gemeente Doetinchem dient ten aanzien van [verzoekers sub 1], [verzoekers sub 2] en Hadeco en andere op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Wat betreft de door [verzoekers sub 2] gemaakte kosten voor het laten opstellen van een deskundigenrapport, overweegt de voorzitter dat zij in de voorlopige voorzieningprocedure geen deskundigenrapport hebben ingebracht, zodat deze kosten in de onderhavige procedure niet kunnen worden vergoed.

Wat betreft de door Hadeco en anderen gemaakte kosten voor het laten opstellen van een deskundigenrapport is gebleken dat het rapport van Peutz van 24 november 2008 ten behoeve van de onderhavige procedure is opgesteld, zodat deze kosten op de hierna te melden wijze voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Doetinchem van 19 maart 2009, voor zover daarbij de op de bijgevoegde kaarten 1 en 2 gemarkeerde plandelen met de bestemmingen "Wonen" en "Verkeer" zijn vastgesteld;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Doetinchem tot vergoeding van bij [verzoekers sub 1] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 40,79 (zegge: veertig euro en negenenzeventig cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

veroordeelt de raad van de gemeente Doetinchem tot vergoeding van bij [verzoekers sub 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 40,79 (zegge: veertig euro en negenenzeventig cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

veroordeelt de raad van de gemeente Doetinchem tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hadeco Doetinchem B.V. en andere in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1444,00 (zegge: veertienhonderdvierenveertig euro), waarvan een gedeelte groot € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de raad van de gemeente Doetinchem aan verzoekers het door hen voor de behandeling van de verzoeken betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [verzoekers sub 1], € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) voor [verzoekers sub 2] en € 297,00 (zegge: tweehonderdzevenennegentig euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hadeco Doetinchem B.V. en andere vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Bosnjakovic

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2009

410-559.

<hr>

plankaart 1

plankaart 2