Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0144

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
200907489/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 1 september 2009 heeft de voorzitter van de raad van de gemeente Abcoude (hierna: de voorzitter van de raad) [appellant] gewaarschuwd dat hij niet voldoet aan een vereiste voor het lidmaatschap van de raad van de gemeente Abcoude (hierna: de raad).

Wetsverwijzingen
Gemeentewet
Gemeentewet 10
Kieswet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2009/267 met annotatie van J.L.W. Broeksteeg
AB 2010, 4
Gst. 2010, 7
BA 2009/257

Uitspraak

200907489/1/H2.

Datum uitspraak: 14 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant],

en

de raad van de gemeente Abcoude,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 1 september 2009 heeft de voorzitter van de raad van de gemeente Abcoude (hierna: de voorzitter van de raad) [appellant] gewaarschuwd dat hij niet voldoet aan een vereiste voor het lidmaatschap van de raad van de gemeente Abcoude (hierna: de raad).

[appellant] heeft bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 september 2009, beroep ingesteld tegen het niet uitspreken van een oordeel door de raad over deze waarschuwing. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 7 oktober 2009.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Kiesraad heeft inlichtingen verschaft.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 oktober 2009, waar [appellant], in persoon, bijgestaan door mr. G.J. Scholten, advocaat te Utrecht, en de raad, vertegenwoordigd door mr. M.S. Beens, ambtenaar in dienst van de gemeente Abcoude, J. Streng, burgemeester, en T. Poorthuis, raadsgriffier, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 10, eerste lid, van de Gemeentewet, voor zover hier van belang, is voor het lidmaatschap van de raad vereist dat men ingezetene van de gemeente is.

Ingevolge artikel X 1, eerste lid, van de Kieswet houdt een lid van een vertegenwoordigend orgaan op lid te zijn, zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat hij een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult.

Ingevolge het tweede lid geeft de voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Ingevolge artikel X 5, eerste lid, geeft een lid van de gemeenteraad, wanneer hij komt te verkeren in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, hiervan kennis aan de raad, met vermelding van de reden.

Ingevolge het tweede lid waarschuwt de voorzitter van de raad de belanghebbende schriftelijk, indien de kennisgeving niet is gedaan en hij van oordeel is, dat een lid van de gemeenteraad verkeert in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1.

Ingevolge het derde lid staat het deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het oordeel van de raad te onderwerpen.

Ingevolge artikel X 9, voor zover hier van belang en gelezen in samenhang met artikel D 9, kan een belanghebbende tegen een beschikking als bedoeld in X 5, derde lid, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

2.2. Op 1 december 2008 is in werking getreden de wet van 25 september 2008 tot wijziging van de Kieswet en enkele andere wetten houdende enkele technische aanpassingen. Bij deze wet is artikel X 9 van de Kieswet gewijzigd, waardoor niet langer beroep openstaat tegen de waarschuwing bedoeld in artikel X 5, tweede lid, van de Kieswet, maar slechts tegen het oordeel van de raad over die waarschuwing bedoeld in het derde lid van dat artikel.

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze wijziging (Kamerstukken II 2006/07, 31115, nr. 3, blz. 7) blijkt dat is beoogd te voorkomen dat het langer dan wenselijk onduidelijk is of een lid zich neerlegt bij het oordeel van de voorzitter van de raad.

2.3. Bij brief van 1 september 2009 heeft de voorzitter van de raad [appellant] gewaarschuwd dat hij geen ingezetene meer is van de gemeente Abcoude en derhalve niet voldoet aan het in artikel 10, eerste lid, van de Gemeentewet neergelegde vereiste voor het lidmaatschap van de raad.

Bij brief van 14 september 2009 heeft de voorzitter van de raad aan [appellant] medegedeeld dat onherroepelijk is komen vast te staan dat hij niet voldoet aan dat vereiste en dat [appellant] derhalve van rechtswege is opgehouden lid van de raad te zijn.

2.4. [appellant] betoogt onder meer dat hij de waarschuwing van de voorzitter van de raad heeft onderworpen aan het oordeel van de raad, maar dat de raad ten onrechte geen oordeel heeft uitgesproken.

2.4.1. Bij de in overweging 2.2 vermelde wetswijziging heeft de wetgever het beroep tegen een waarschuwing van de voorzitter uitdrukkelijk uitgesloten, zodat een lid van de raad teneinde een waarschuwing aan het oordeel van de Afdeling te kunnen onderwerpen, deze eerst aan het oordeel van de raad moet onderwerpen. De wetgever heeft daarbij evenwel geen bijzondere eisen gesteld aan de wijze waarop een waarschuwing aan het oordeel van de raad wordt onderworpen. Gelet hierop en nu aan het niet onderworpen zijn van een waarschuwing aan het oordeel van de raad het ver strekkende gevolg van het einde van het raadslidmaatschap is verbonden en voorts de toegang tot de rechter daarvan afhankelijk is, moet ondubbelzinnig vaststaan dat het niet de bedoeling van het betrokken lid van de raad is geweest om de waarschuwing aan het oordeel van de raad te onderwerpen.

2.4.2. In het verslag van de openbare vergadering van de gemeenteraad van Abcoude van 3 september 2009 is onder meer het volgende opgenomen:

"In de tweede plaats brengt hij [lees: [appellant]] naar voren dat de voorzitter voorbarig is geweest. Deze heeft gesteld dat er sprake moet zijn van een onherroepelijk besluit. Hij heeft ook een brief voor zich liggen, gedateerd 28 augustus 2009 en afkomstig van de gemeente Loenen. Daarin staat dat men hem ambtshalve heeft ingeschreven op 29 juli 2009. Indien hij het niet eens is met het besluit, kan hij volgens artikel 7, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar maken. Hij gaat gebruik maken van dat recht. Het besluit is dus niet onherroepelijk. De voorzitter is te snel geweest en dit is ongepast. Overigens bevreemdt het hem dat zijn gezin niet is meeverhuisd. Hij weet dat er druk is uitgeoefend door de gemeente Abcoude bij de gemeente Loenen om hem in te schrijven. Men heeft verzuimd om ook zijn gezin mee te laten verhuizen. Hij vindt dat er sprake is van willekeur en er is zelfs sprake van détournement de pouvoir. Hij vindt het buitengewoon onbetamelijk wat de voorzitter van de raad heeft gedaan".

2.4.3. Het aldus door [appellant] gestelde had, mede gelet op overweging 2.4.1, aldus moeten worden begrepen dat hij zich niet neerlegde bij de waarschuwing van de voorzitter en dat hij deze onderwierp aan het oordeel van de raad.

2.4.4. Nu de raad nog geen oordeel heeft uitgesproken over de waarschuwing, heeft de voorzitter van de raad ten onrechte bij brief van 14 september 2009 aan [appellant] laten weten dat hij van rechtswege is opgehouden lid van de raad te zijn.

2.4.5. Het betoog slaagt.

2.5. Het beroep is gegrond. De raad dient alsnog op kortst mogelijke termijn een oordeel uit te spreken over de door de voorzitter van de raad aan [appellant] gegeven waarschuwing.

2.6. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. draagt de raad van de gemeente Abcoude op om een oordeel uit te spreken over de door de voorzitter van de raad aan [appellant] gegeven waarschuwing;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Abcoude tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Abcoude aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Poot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2009

362.