Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0141

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
200808670/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 oktober 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) beslist over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten (hierna: het college van burgemeester en wethouders) bij besluit van 6 augustus 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Bijsteren 2005, Uitwerkingsplan Deelgebied 4" (hierna: het uitwerkingsplan).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200808670/1/R2.

Datum uitspraak: 14 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], gevestigd te [plaats], waarvan de vennoten zijn [vennoot A] en [vennoot B], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 oktober 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) beslist over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Putten (hierna: het college van burgemeester en wethouders) bij besluit van 6 augustus 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Bijsteren 2005, Uitwerkingsplan Deelgebied 4" (hierna: het uitwerkingsplan).

Tegen dit besluit heeft [appellante] (hierna: de vennootschap onder firma) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 december 2008, beroep ingesteld.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht (hierna: het deskundigenrapport) uitgebracht. Het college van burgemeester en wethouders heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 augustus 2009, waar de vennootschap onder firma, vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat te Deventer, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar in dienst van het college, zijn verschenen. Voorts zijn daar als partij gehoord het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door G. Alberts.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het plan moet worden uitgewerkt volgens bij het plan te geven regelen. Bij het besluit over de goedkeuring van een uitwerkingsplan dient het college te toetsen of aan de bij het bestemmingsplan gegeven uitwerkingsregelen is voldaan. Ingevolge artikel 11, vierde lid, van de WRO gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht rust daarnaast op het college de taak te onderzoeken of het plan binnen de bij het bestemmingsplan gegeven regelen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het uitwerkingsplan strekt tot uitwerking van de bestemming "Wonen (uit te werken) (WU)" van het bestemmingsplan "Bijsteren 2005". Het uitwerkingsplan is de uitwerking van deelgebied 4 dat aan de noordwestkant van Bijsteren grenst aan het landelijk gedeelte van het bestemmingsplan "Husselerveld", alwaar het bedrijf van de vennootschap onder firma is gevestigd. Het uitwerkingsplan maakt de bouw van 33 grondgebonden woningen mogelijk. De gronden waarop de woningen zijn gepland hebben de bestemming "Wonen" gekregen. De overige gronden hebben de bestemmingen "Tuinen", "Groen" of "Verblijfsdoeleinden" toegekend gekregen. Op de plankaart is tevens de aanduiding "Geluidszone - bedrijf" opgenomen.

2.3. De vennootschap onder firma, die een eiergroothandel exploiteert aan de [locatie 1] te [plaats] betoogt dat bij de aanduiding "Geluidszone - bedrijf" ten onrechte is uitgegaan van een afstand van 30 m tussen de nieuwbouw en het bedrijf. Zij voert daartoe aan dat nu, ingevolge het ter plaatse van haar (bedrijfs)perceel geldende bestemmingsplan "Husselerveld" en de partiële herziening daarvan die betrekking heeft op de percelen [locatie 2]/[locatie 1] een bedrijf tot en met milieucategorie 3 mogelijk is, er een geluidcontour met een afstand van 50-100 m in acht dient te worden genomen. Voorts betoogt zij dat bij het antwoord op de vraag of is uitgegaan van een juiste afstand ten onrechte andere objecten in de omgeving in aanmerking zijn genomen, in bijzonder de woning aan de [locatie 2] omdat dit een bedrijfswoning betreft en deze daarom geen bescherming in het kader van de milieuzonering geniet.

De vennootschap onder firma voert verder aan dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het uitwerkingsplan, omdat de procedure die gevolgd is bij de totstandkoming van het uitwerkingsplan strijdig is met de overeenkomst die zij op 27 januari 2006 met de gemeente Putten heeft gesloten.

2.4. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het uitwerkingsplan voldoet aan de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan "Bijsteren 2005" en dat uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening tegen het uitwerkingsplan geen bezwaren bestaan.

2.5. In een rapport van Oranjewoud van 9 januari 2007, dat blijkens de plantoelichting aan het plan ten grondslag is gelegd, is geconcludeerd dat de afstand die redelijkerwijs in acht moet worden genomen tussen de nieuwbouw en de eiergroothandel, gemeten vanaf de perceelsgrens van de aan het perceel [locatie 1] toegekende bestemming "Bedrijven" tot aan de gevels van de in het plan voorziene woningen, 30 m betreft.

Daarbij is geconcludeerd dat de huidige bedrijfsvoering van de vennootschap onder firma niet wordt belemmerd bij een afstand van 30 m. Bekeken is welke bedrijfsonderdelen kunnen leiden tot hinder voor de nieuwbouwwijk. Volgens het rapport zijn dat transportbewegingen, vooral vrachtverkeer dat komt laden en lossen, de koelinstallatie en mogelijk de verlichting van het terrein. De transportbewegingen vinden plaats vanaf de ontsluitingsweg aan de westzijde van het bedrijfsperceel, via de bestrating aan de noordwestzijde naar de (inpandige) laadkuil aan de noordzijde van de bedrijfsloods. Deze bewegingen vinden daardoor plaats op een afstand van tenminste 40 m van de beoogde woningbouwlocatie. De koelinstallaties bevinden zich in de koelruimte. Die ruimte bevindt zich op het uiterste zuidwestelijk deel van de bedrijfsloods, op een afstand van tenminste 75 m van de woningbouwlocatie.

In het rapport van Oranjewoud is verder ook stil gestaan bij de mogelijkheden die het bestemmingsplan "Husselerveld" biedt om het bedrijf uit te breiden of ter plaatse een bedrijf, dat daadwerkelijk een categorie 3 milieubelasting kent, te gaan exploiteren. In het rapport van Oranjewoud wordt onderkend dat de afstanden uit het uitwerkingsplan beperkingen kunnen opleveren als wordt omgeschakeld naar een andersoortig bedrijf, maar Oranjewoud tekent daarbij gelijktijdig aan, dat de bestaande woningen [locatie 3] en [locatie 2] in noordwestelijke, respectievelijk zuidoostelijke richting al aanzienlijke belemmeringen voor de bedrijfsuitbreiding en/of omschakeling kunnen betekenen.

2.6. In artikel 5, tweede lid, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Bijsteren 2005" zijn de uitwerkingsregels opgenomen. In de uitwerkingsregels zijn geen voorschriften opgenomen met betrekking tot de afstand die in acht moet worden genomen tot het bedrijf van de vennootschap onder firma. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de voorschriften behorende bij het uitwerkingsplan zijn de op de plankaart als "Wonen" aangewezen gronden bestemd voor:

a. wonen,

b. instandhouding van houtopstanden, voorzover betreft gronden met op de plankaart de aanduiding "houtopstanden",

en bovendien voor:

c. beroep aan huis, en

d. tuinen en erven.

Ingevolge artikel 4 van de voorschriften behorende bij het uitwerkingsplan zijn binnen de op de plankaart als "Geluidszone - bedrijf" aangeduide gronden geen geluidgevoelige objecten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder toegestaan.

2.7. Niet in geding is dat met het uitwerkingsplan is voldaan aan de uitwerkingsregels. Het geschil spitst zich toe op het antwoord op de vraag of bij de op de plankaart als "Geluidszone - bedrijf" aangeduide gronden met een afstand van 30 m tot de nieuwbouw volstaan kon worden.

2.8. Blijkens het aan het uitwerkingsplan ten grondslag gelegde rapport van Oranjewoud van 9 januari 2007 is het college van burgemeester en wethouders bij het bepalen van de afstand die bij de geluidzone in acht is genomen uitgegaan van de huidige bedrijfssituatie van de vennootschap onder firma en de richtafstand uit de brochure Bedrijven en Milieuzonering van de VNG 1999 (hierna: de VNG-brochure), die gold ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan "Bijsteren 2005". Volgens deze VNG-brochure valt het bedrijf van de vennootschap onder firma onder SBI-code 5132, 5133, een groothandel in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsolien en -vetten. De maatgevende afstanden van dit type bedrijf bedragen ingevolge de VNG-brochure 10 m voor geur en 30 m voor geluid. Dit komt overeen met de index categorie 2.

2.9. Ingevolge het ter plaatse van de gronden van het bedrijf van de vennootschap onder firma geldende bestemmingsplan "Husselerveld" en de partiële herziening daarvan die betrekking heeft op de percelen [locatie 2]/[locatie 1] is ter plaatse van het bedrijf van de vennootschap onder firma een bedrijf t/m milieucategorie 3 mogelijk.

2.10. De Afdeling is van oordeel dat het college zich in navolging van college van burgemeester en wethouders in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat bij de "Geluidszone - bedrijf" een afstand van 30 m kon worden aangehouden ten opzichte van de nieuwbouw die met het uitwerkingsplan mogelijk wordt gemaakt en neemt daarbij het volgende in aanmerking.

De eiergroothandel is al lange tijd gevestigd op het perceel. Er zijn onder het bestemmingsplan "Husselerveld" nooit concrete plannen ontwikkeld om ter plaatse een ander bedrijf te vestigen.

Uit het rapport van Oranjewoud blijkt dat de koelinstallatie zich in de feitelijke situatie op een afstand van minimaal 75 m van de woningbouwlocatie bevindt en dat in het oostelijk deel van de bedrijfsloods sortering met een sorteermachine plaats vindt. In dit rapport is tevens vermeld dat volgens telefonische informatie van gemeentewege deze machine een dusdanig beperkt geluid produceert, dat in de directe omgeving daarvan een gesprek op normale conversatiesterkte kan plaatsvinden. Gelet op deze feitelijke situatie mocht het college van burgemeester en wethouders de afstand van 30 m uit de VNG-brochure als richtsnoer nemen.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college in navolging van het college van burgemeester en wethouders bij het antwoord op de vraag in hoeverre de te bouwen woningen een belemmering zouden kunnen vormen voor bedrijfsuitbreiding of -omschakeling van de eiergroothandel de bestaande woning [locatie 4] (voormalige [locatie 2]), die ligt ten zuidoosten van het bedrijfsperceel op een afstand van ongeveer 42 m, en de woning [locatie 3], die ligt ten noordwesten van het bedrijf op een afstand van minder dan 20 m, terecht in aanmerking genomen. De vennootschap onder firma heeft tevergeefs aangevoerd dat de woning aan de [locatie 2], thans [locatie 4], een bedrijfswoning is en dus geen bescherming in het kader van de milieuzonering geniet. De woning aan de [locatie 1] is in gebruik als bedrijfwoning van een mede-eigenaar van het bedrijf. Met de partiële herziening die betrekking heeft op de percelen [locatie 2]/[locatie 3], is de woning [locatie 2] wegbestemd en vervangen door de woning [locatie 4]. Op de gronden waar deze woning is gelegen rust de bestemming "Wonen". De [bewoner] is niet meer juridisch aan het bedrijf verbonden. Dat, zoals is aangevoerd, hij nog enkele werkzaamheden voor de eiergroothandel verricht betekent niet dat de woning [locatie 2] als bedrijfswoning dient te worden aangemerkt. De woning aan de [locatie 3] is vanwege haar ligging weliswaar niet maatgevend voor de uitbreidingsmogelijkheden die zich met name voordoen in het zuidelijk en oostelijk deel van het perceel, maar dat neemt niet weg dat deze woning wel belemmerend zal kunnen werken indien de wens zou bestaan om een bedrijf te gaan exploiteren dat een categorie 3 milieubelasting kent.

Gelet op het voorgaande heeft het college zich in navolging van het college van burgemeester en wethouders in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het te ver strekt om de mogelijkheden die het bestemmingsplan "Husselerveld" biedt in hun volle omvang te betrekken bij de vraag welke afstand redelijk moet worden geacht.

2.11. Voor zover de vennootschap onder firma betoogt dat het college heeft miskend dat het uitwerkingsplan en de totstandkoming daarvan zich niet verdragen met de bestuursovereenkomst, overweegt de Afdeling dat de privaatrechtelijke overeenkomst in dit geval geen aanleiding kan vormen voor publiekrechtelijke onthouding van goedkeuring. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het gemeentebestuur pogingen heeft gedaan om in overeenstemming met de overeenkomst het betrokken plandeel in de vullen. Eerst nadat deze pogingen op niets waren uitgelopen, is de raad zonder instemming van de vennootschap onder firma tot uitwerking van het plangebied overgegaan.

2.12. De conclusie is dat hetgeen de vennootschap onder firma heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bij de "Geluidszone - bedrijf" in acht genomen begrenzing - waarbij een afstand van 30 m tussen de nieuwbouw en het bedrijf in acht is genomen - niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep is ongegrond.

2.13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. M.A.A. Mondt-Schouten, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Ouwehand

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2009

224.