Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0140

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
200901602/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 december 2008, kenmerk 59/2008, heeft de raad van de gemeente Sint-Oedenrode (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Boskant" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200901602/1/R3.

Datum uitspraak: 14 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Sint-Oedenrode,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2008, kenmerk 59/2008, heeft de raad van de gemeente Sint-Oedenrode (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Boskant" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 maart 2009, beroep ingesteld.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 september 2009, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.A.M. van der Aa, en de raad, vertegenwoordigd door G.H. Voerman, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

Het onderzoek ter zitting is onder toepassing van artikel 8:64, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) geschorst ten einde de raad in de gelegenheid te stellen nadere informatie in te zenden.

Bij schrijven van 17 september 2008 heeft de raad een nader stuk ingediend.

Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gelaten, waarmee de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Awb heeft gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Het plan is een actualisering van bestaande plannen en heeft hoofdzakelijk een conserverend karakter.

2.2. [appellant] stelt dat het plan ten onrechte geen tweede woning op zijn perceel aan de [locatie] mogelijk maakt terwijl hij in zijn zienswijze uitdrukkelijk heeft verzocht twee bebouwingseenheden binnen zijn perceel mogelijk te maken en de raad zijn zienswijze op dit punt wel gegrond heeft verklaard. Op grond van artikel 7 van de planvoorschriften in combinatie met de plantoelichting is het op zijn minst onduidelijk of er in totaal op zijn één woning is toegestaan of dat per bouwvlak één woning is toegestaan. Tijdens gesprekken met het gemeentebestuur is volgens hem nooit aangegeven dat ondanks het toekennen van twee bouwvlakken slechts één woning zou worden toegestaan.

Het totale perceel biedt volgens [appellant] voldoende ruimte voor twee bebouwingseenheden. Bovendien past een tweede woning in het beleid van de provincie en de gemeente dat gericht is op zuinig ruimtegebruik en op woningbouw en kantoorachtige ontwikkelingen.

2.3. Ter zitting heeft de raad het standpunt ingenomen dat op het perceel van [appellant] twee bouwvlakken aanwezig zijn en dat per bouwvlak één woning en één kantoor mogen worden opgericht, zoals dit ook reeds door het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode aan [appellant] bij brief van 16 april 2009 was meegedeeld.

2.4. Ingevolge artikel 7.1 van de planregels zijn de voor "Kantoor" aangewezen gronden bestemd voor:

a. een kantoor;

b. wonen;

[…]

Ingevolge artikel 7.2.1 van de planregels gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de volgende bepalingen:

a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;

b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;

[…]

d. er is maximaal één woning toegestaan.

Ingevolge artikel 1, aanhef en onder 21 van de planregels wordt onder een bouwvlak verstaan:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waarop ingevolge de regels gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

2.4.1. In de plantoelichting is op pagina 28 ten aanzien van de bestemming "Kantoor" aangegeven dat aan de [locatie] een commercieel adviesbureau is gevestigd. Dit pand heeft, aldus de toelichting, de bestemming "Kantoor", waarbij ter plaatse van de aanduiding 'wonen' tevens wonen is toegestaan. In de reactienota waarmee de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan nadrukkelijk heeft ingestemd is voorts het volgende vermeld: "De nieuwe regeling houdt in, dat er een bestemming Kantoor komt te liggen, waarbij op het perceel 1 woning mag worden gerealiseerd (al aanwezig) en er activiteiten mogen worden ontplooid in de zin van bedrijfsmatige dienstverlening. Er kan nog een apart gebouw worden gerealiseerd, wat wordt georiënteerd op de Berkstraat."

Uit de plankaart blijkt dat op het perceel van [appellant] één bestemmingsvlak voor kantoordoeleinden is komen te rusten, binnen welk vlak twee afzonderlijke bouwvlakken zijn opgenomen. Nu artikel 7.2.1, onder d, uitdrukkelijk slechts één woning toestaat ten aanzien van de voor "Kantoor" bestemde gronden en geen koppeling is aangebracht van een woning met een bouwvlak leidt een strikte uitleg van artikel 7.2.1. van de planregels tot de conclusie dat op het gehele perceel slechts één woning mag worden opgericht. De plantoelichting geeft geen aanleiding voor een ander oordeel waar de daar bedoelde aanduiding geheel op de plankaart ontbreekt en het raadsbesluit spreekt van één, al aanwezige, woning op het perceel. De door de raad gegeven uitleg van artikel 7.2.1. kan derhalve niet eenduidig uit de planvoorschriften worden afgeleid. Hieruit volgt dat de in het plan voor het perceel van [appellant] opgenomen regeling niet voldoet aan de eisen die daaraan uit een oogpunt van rechtszekerheid dienen te worden gesteld.

2.4.2. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het plandeel met de bestemming "Kantoor" in strijd met de rechtszekerheid is vastgesteld. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit, voor zover de raad het plandeel met de bestemming "Kantoor" heeft vastgesteld, dient te worden vernietigd.

2.5. De raad dient op na te melden wijze in vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van [appellant] gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Sint-Oedenrode van 18 december 2008, kenmerk 59/2008, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Kantoor";

III. veroordeelt de raad van de gemeente Sint-Oedenrode tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 677,79 (zegge: zeshonderdzevenenzeventig euro en negenenzeventig cent), waarvan een gedeelte groot € 644,00, is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Sint-Oedenrode aan [appellant] het door hem voor de behandeling van zijn beroep betaalde griffierecht vergoedt tot een bedrag van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro).

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Matulewicz

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2009

45-608.