Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BK0096

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
200907142/1/M2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 augustus 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe (hierna: het college) aan [verzoekster] krachtens artikel 3.3.4 van het Vuurwerkbesluit toestemming als bedoeld in artikel 3.3.2, derde lid, onder a, van het Vuurwerkbesluit verleend ten behoeve van een vuurwerkevenement op 10 oktober 2009 in een weiland, gelegen aan de Sluiskade te Tweede Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200907142/1/M2.

Datum uitspraak: 7 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Drenthe,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe (hierna: het college) aan [verzoekster] krachtens artikel 3.3.4 van het Vuurwerkbesluit toestemming als bedoeld in artikel 3.3.2, derde lid, onder a, van het Vuurwerkbesluit verleend ten behoeve van een vuurwerkevenement op 10 oktober 2009 in een weiland, gelegen aan de Sluiskade te Tweede Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn.

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bezwaar gemaakt. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 2009, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 oktober 2009, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. R.P.H.J. Vervoort, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. [verzoekster] voert aan dat de in voorschrift 5.1 van de toestemming voorgeschreven veiligheidsafstand van 120 meter tussen zogenoemde flowerbeds en het publiek onnodig groot is. Zij acht verder het aantal aan de toestemming verbonden voorschriften onnodig groot. [verzoekster] voert in dit verband aan dat het college jarenlang kortere veiligheidsafstanden voor flowerbeds heeft toegepast en bij eerdere toestemmingen heeft volstaan met het stellen van slechts enkele voorschriften. De praktijk van de afgelopen jaren toont volgens [verzoekster] aan dat een grotere veiligheidsafstand en meer voorschriften niet nodig zijn.

2.2. De voorzitter stelt vast dat [verzoekster] het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening mede heeft gedaan om principiële redenen. Deze procedure leent zich echter niet voor een beantwoording van de vraag of de veiligheidsafstand van 120 meter, welke blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is gebaseerd op door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij brief van 13 mei 2002 ter zake gedane aanbevelingen, en de omvang van het voorschriftenpakket groter zijn dan noodzakelijk ter bescherming van mens en milieu. Gebleken is dat het voor [verzoekster] mogelijk is om bij het vuurwerkevenement waarvoor de toestemming is verleend te voldoen aan de voorgeschreven veiligheidsafstand van 120 meter, alsmede aan de overige aan de toestemming verbonden voorschriften. Bij afweging van alle belangen ziet de voorzitter daarom aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Van Grinsven

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2009

462.