Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ9497

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
07-10-2009
Zaaknummer
200904914/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 april 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Vlaardingen (hierna: de raad) bij besluit van 27 november 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Oostwijk-Noord".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200904914/2/R2.

Datum uitspraak: 2 oktober 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Vlaardingen (hierna: de raad) bij besluit van 27 november 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Oostwijk-Noord".

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 juli 2009, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 september 2009, waar [verzoeker], in persoon en het college, vertegenwoordigd door mr. E.P. van der Stek-Sietses, ambtenaar in dienst van de provincie Zuid-Holland, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door mr. A.H. van Zetten, ambtenaar in dienst van de gemeente Vlaardingen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. [verzoeker] voert aan dat ten onrechte een vergroting van het bouwvlak van de naast zijn woning gelegen kerk is toegestaan nu als gevolg van het realiseren van bebouwing ter plaatse geen directe zon- en daglichttoetreding meer kan plaatsvinden in zijn trappenhuis en de daaraan grenzende ruimtes.

2.3. De woning van [verzoeker] ligt aan de [locatie sub 1] en de naastgelegen kerk ligt op de hoek [locatie sub 2]. Uit de plankaart in samenhang bezien met de planvoorschriften volgt dat de kerk en het vergrootte bouwvlak zijn bestemd als "Religieuze voorzieningen en Wonen". Voorts volgt hieruit dat op het bouwvlak één woning kan worden gebouwd en dat na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ter plaatse verschillende woningen kunnen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 11 meter.

2.4. Ter zitting heeft de raad toegezegd dat totdat een uitspraak wordt gedaan in de hoofdzaak geen wijzigingsplan in procedure zal worden gebracht. Met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wat betreft artikel 15, leden 5.1. en 5.2, van de planvoorschriften, waarin voornoemde wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, voor zover deze leden betrekking hebben op het plandeel met de bestemming "Religieuze voorzieningen en Wonen" ter plaatse van het bouwvlak op de hoek [locatie sub 2]", is gelet hierop geen spoedeisend belang gemoeid.

2.5. Wat betreft de mogelijkheid bij recht één woning ter plaatse van het desbetreffende bouwvlak te realiseren, overweegt de voorzitter dat ter zitting is gebleken dat het plan is opgesteld met het oogmerk appartementen te realiseren na gebruikmaking van voornoemde wijzigingsbevoegdheid en dat niet is gebleken van een groot belang bij het direct realiseren van een woning ter plaatse. Gelet hierop is geen sprake van een groot belang bij inwerkingtreding van het plandeel met de bestemming "Religieuze voorzieningen en Wonen" ter plaatse van het bouwvlak op de hoek [locatie sub 2]. [verzoeker] heeft daarentegen wel belang bij schorsing van het bestreden besluit voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het desbetreffende plandeel, nu daardoor is verzekerd dat op grond van dit bestemmingsplan geen bebouwing ter plaatse kan worden gerealiseerd totdat een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.

Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding het bestreden besluit voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Religieuze voorzieningen en Wonen" ter plaatse van het bouwvlak op de hoek [locatie sub 2] bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.

2.6. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 28 april 2009, kenmerk PZH-2009-315266, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Religieuze voorzieningen en Wonen" ter plaatse van het bouwvlak op de hoek [locatie sub 2];

II. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.C. Bošnjaković, ambtenaar van Staat.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Bošnjaković

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009

410-559.