Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ8906

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
200808162/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 april 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (hierna: het college) een verzoek van [appellant] om zijn geboortedatum in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de GBA) te wijzigen afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 6
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 36
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 37
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 82
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 83
Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module GBA 2009/585 met annotatie van Redactie
ABkort 2009/445
JB 2009/233
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808162/1/H3.

Datum uitspraak: 30 september 2009.

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 september 2008 in zaak nr. 07/8182 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer (hierna: het college) een verzoek van [appellant] om zijn geboortedatum in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de GBA) te wijzigen afgewezen.

Bij besluit van 20 september 2007 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 september 2008, verzonden op 2 oktober 2008, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 november 2008, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nog een nader stuk ingediend. Dit is aan de andere partij toegezonden.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juni 2009, waar [appellant], vertegenwoordigd door S.J. de Waard, werkzaam bij de Stichting VluchtelingenWerk te Zoetermeer, en het college, vertegenwoordigd door N. Baggerman, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de Wet GBA) worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld omtrent de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging van de basisadministraties.

Ingevolge artikel 36, tweede lid, worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift, als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift, als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift, als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift, als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een akte van bekendheid of be√ędigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

Ingevolge artikel 37, tweede lid, worden aan een geschrift, als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder c, d of e, geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.

Ingevolge het derde lid worden aan een geschrift, als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder d en e, geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, voldoet het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisadministratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

Ingevolge het tweede lid geeft het college van burgemeester en wethouders aan het verzoek uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de eerste afdeling van dit hoofdstuk.

Ingevolge artikel 83, aanhef en onder f, wordt een beslissing van het college van burgemeester en wethouders om niet te voldoen aan een verzoek, als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 82, gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Ingevolge artikel 11 van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: het Besluit GBA) stelt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) een systeembeschrijving vast.

Ingevolge artikel 1 van het krachtens deze bepaling vastgestelde Besluit vaststelling systeembeschrijving GBA luidt het Logisch ontwerp GBA, Versie 3.5 (hierna: het Logisch ontwerp) overeenkomstig bijlage I bij dit besluit.

Ingevolge artikel 3, aanhef en onder a, wordt de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 11 van het Besluit GBA, gevormd door het ingevolge artikel 1 vastgestelde Logisch ontwerp.

2.2. Op de persoonslijst van [appellant] is op basis van een door hem onder ede afgelegde verklaring, als bedoeld in artikel 36, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet GBA, volgens welke zijn geboortedag en -maand onbekend zijn, als geboortedatum 19720000 vermeld.

De rechtbank heeft dit in overeenstemming met het Logisch ontwerp geacht en overwogen dat dat geen ruimte biedt om hiervan af te wijken, zodat op goede gronden 19720000 als geboortedatum in de GBA is opgenomen.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door te overwegen dat het Logisch ontwerp, voor zover daarbij is bepaald dat in dit geval als geboortedatum 19720000 moet worden ingevuld, geen ruimte biedt voor afwijking, heeft miskend dat het doel van de GBA hiermee niet wordt gediend.

Als gevolg van de in de GBA op zijn persoonslijst vermelde geboortedatum ondervindt hij maatschappelijke problemen. In een aantal andere situaties wordt wel een fictieve geboortedatum gebruikt en niet valt in te zien dat dit volgens de systematiek van de Wet GBA niet mogelijk is, aldus [appellant].

2.4. Bij het door de minister vastgestelde Logisch ontwerp is onder elementnummer 3.10 bepaald dat de standaardwaarde voor de vermelding van de geboortedatum van een ingezetene 00000000 is. De eerste vier cijfers corresponderen met het geboortejaar, de hierop volgende twee cijfers corresponderen met de geboortemaand en de laatste twee cijfers corresponderen met de geboortedag. Als mogelijke waarden vermeldt het Logisch ontwerp jjjjmmdd, jjjjmm00, jjjj0000 en 00000000. In het Logisch ontwerp is aldus bepaald dat in de GBA een geboortedatum dient te worden geregistreerd, bestaande uit acht tekens.

De rechtbank heeft terecht uit het Logisch ontwerp afgeleid dat, bij het onbekend zijn van een gegeven van de geboortedatum, de standaardwaarde op de persoonslijst van de desbetreffende persoon dient te worden vermeld.

Dat [appellant] in het contact met private en publieke instanties, als gesteld, last ondervindt van de op zijn persoonslijst vermelde geboortedatum is niet onaannemelijk. Zoals de rechtbank echter terecht heeft overwogen, biedt het Logisch ontwerp geen ruimte om van de toegepaste regel af te wijken. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat 19720000 op goede gronden als geboortedatum van [appellant] in de GBA is opgenomen. Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Klein

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2009.

176-597.