Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ8892

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
200900920/1/H3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 januari 2008 heeft het bestuur van het Faunafonds (hierna: het Faunafonds) een aanvraag van [wederpartij] om een tegemoetkoming in de door mezen aan appelbomen veroorzaakte schade afgewezen.

Wetsverwijzingen
Flora- en faunawet
Flora- en faunawet 83
Flora- en faunawet 84
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2009/801
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200900920/1/H3.

Datum uitspraak: 30 september 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het bestuur van het Faunafonds,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 december 2008 in zaak nr. 08/3148 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te [woonplaats],

en

het bestuur van het Faunafonds.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 januari 2008 heeft het bestuur van het Faunafonds (hierna: het Faunafonds) een aanvraag van [wederpartij] om een tegemoetkoming in de door mezen aan appelbomen veroorzaakte schade afgewezen.

Bij besluit van 2 juli 2008 heeft het Faunafonds het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 22 december 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 2 juli 2008 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het Faunafonds bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 februari 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 3 maart 2009.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 augustus 2009, waar het Faunafonds, vertegenwoordigd door mr. drs. J.C.Q. Bult, ambtenaar bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en H.G. Engberink, werkzaam bij het Faunafonds, en [wederpartij], in persoon, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 83, eerste lid, aanhef en onder b, van de Flora- en faunawet is er een Faunafonds, dat tot taak heeft het in de daarvoor in aanmerking komende gevallen verlenen van tegemoetkomingen in geleden schade, aangericht door dieren behorende tot beschermde inheemse diersoorten.

Ingevolge artikel 84, eerste lid, wordt een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel b, slechts verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Regeling vaststelling beleidsregels schadevergoeding Faunafonds (Stcrt. 2002, 69; hierna: de regeling) wordt de hoogte van de door één of meer beschermde diersoorten aangerichte schade, door een aangewezen taxateur getaxeerd, zodra daaromtrent een definitief oordeel kan worden gegeven.

Ingevolge het tweede lid mag de aanvrager het gewas, de teelt of de producten waarop het verzoek voor een tegemoetkoming betrekking heeft, niet eerder oogsten dan wel verkopen of anderszins van zijn bedrijf afvoeren, dan nadat de schade door een taxateur definitief is getaxeerd.

Ingevolge het derde lid stelt de taxateur, met inachtneming van de door het bestuur vastgestelde taxatierichtlijnen, van zijn bevindingen een rapport samen en ondertekent dat. De eindverantwoordelijke persoon van het bureau waarvoor de taxateur werkzaam is, parafeert het taxatierapport voor interne controle en zendt het taxatierapport aan het secretariaat van het Faunafonds. Gelijktijdig zendt de taxateur het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker' aan de aanvrager.

Ingevolge het vierde lid wordt de aanvrager gedurende acht werkdagen in de gelegenheid gesteld opmerkingen op het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker' bij het secretariaat van het Faunafonds kenbaar te maken.

2.2. [wederpartij] heeft op 16 juli 2007 een verzoek ingediend voor een tegemoetkoming in de schade die mezen hebben aangericht op een perceel met appelbomen. Op verzoek van het Faunafonds heeft een taxateur op 21 juli, 1, 18 en 30 augustus en 4 september 2007 het schadeperceel bezocht en uiteindelijk de schade aan het appelras Delcorf getaxeerd op € 60,16. De taxateurs hebben op 15 november 2007 de eindtaxatie opgesteld op basis van hun taxatie van 4 september 2007 en het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker' aan [wederpartij] gezonden. [wederpartij] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om binnen acht dagen na kennisneming van dit formulier opmerkingen over de uitkomst van de verrichte taxatie te maken bij het Faunafonds. Omdat het bedrag van de getaxeerde schade lager is dan het door het Faunafonds gehanteerde eigen risico, heeft het Faunafonds besloten geen tegemoetkoming aan [wederpartij] te verlenen.

2.3. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar van 2 juli 2008, waarbij het Faunafonds zijn besluit heeft gehandhaafd, vernietigd wegens strijd met artikel 5, eerste lid, van de regeling. Zij heeft daartoe overwogen dat het Faunafonds [wederpartij] ten onrechte heeft tegengeworpen niet tijdig opmerkingen kenbaar te hebben gemaakt op het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker' omdat [wederpartij] vanwege het ontbreken van een schadebedrag op dat formulier niet behoefde te begrijpen dat het ging om een definitief taxatierapport. Voorts achtte de rechtbank aannemelijk dat tussen [wederpartij] en de taxateurs geen afspraak tot stand is gekomen ten aanzien van het melden van de vervolgschade na 4 september 2007, terwijl de taxateur ook niet de bevoegdheid had om [wederpartij] te verplichten melding te maken van vervolgschade. De eindtaxatie heeft, aldus de rechtbank, plaatsgevonden op een tijdstip dat nog geen definitief oordeel over de schade kon worden gegeven.

2.4. Het Faunafonds heeft hiertegen aangevoerd dat het de eindtaxatie heeft kunnen doen steunen op de op 4 september 2007 getaxeerde schade, omdat tijdens de bezoeken van de taxateurs aan het perceel op 21 juli 2007, 1, 18 en 30 augustus 2007 en 4 september 2007 geen vervolgschade is vastgesteld en [wederpartij] daarna geen contact heeft opgenomen met de taxateurs noch met het Faunafonds zelf. Voorts heeft het Faunafonds gewezen op artikel 5, tweede lid, van de regeling en de punten II en IV van de voorwaarden die zijn vermeld op het verzoekschrift Faunaschade, waarin staat dat de verzoeker verplicht is alle informatie te verschaffen die benodigd is bij een juiste vaststelling van de hoogte van de faunaschade respectievelijk om tien dagen voordat hij het betreffende gewas oogst de taxateur hiervan in kennis te stellen. Ten slotte heeft het Faunafonds aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het [wederpartij] niet heeft kunnen tegenwerpen niet tijdig opmerkingen kenbaar te hebben gemaakt op het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker'.

2.5. [wederpartij] heeft bij het laatste bezoek van de taxateurs, op 4 september 2007, meegedeeld binnen enkele dagen te zullen beginnen met het oogsten, te beginnen met het appelras Delcorf. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [wederpartij] daarmee voldaan aan de meldingsplicht als bedoeld in voorwaarde IV van het verzoekschrift Faunaschade gelezen in samenhang met artikel 5, tweede lid, van de regeling. De taxateurs hebben daarop de schade aan dat ras getaxeerd. Dat deel van de taxatie is inhoudelijk niet in geschil.

Omdat de tijdens de bezoeken waargenomen schade aan de andere appelrassen geen aanleiding gaf om terug te komen, hebben de taxateurs aan [wederpartij] meegedeeld dat hij, als hij gedurende het rijpingsproces van die rassen vervolgschade zou waarnemen, vlak voor het oogsten telefonisch contact kon opnemen met de taxateurs, zodat zij de schade zouden kunnen komen taxeren. De vertegenwoordiger van het Faunafonds heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de door de taxateurs gevolgde werkwijze niet ongebruikelijk is in het geval de tijdens meerdere bezoeken waargenomen omvang van de schade toelaatbaar is en weinig tot geen verandering laat zien en daarbij gewezen op de plicht van de verzoeker alle informatie te verschaffen die benodigd is bij een juiste vaststelling van de hoogte van de faunaschade. De Afdeling komt deze werkwijze niet onredelijk voor.

Niet bestreden is dat de omvang van de schade aan de andere appelrassen in de periode tot en met 4 september 2007 zeer gering was en geen aanleiding zou kunnen geven tot het toekennen van een tegemoetkoming. [wederpartij] heeft gedurende de daarop volgende oogstperiode, die in zijn geval tot ongeveer 20 oktober 2007 heeft geduurd, geen contact opgenomen met de taxateurs noch met het Faunafonds zelf. Onder deze omstandigheden heeft het Faunafonds met toepassing van artikel 5, eerste lid, van de regeling, de eindtaxatie van 15 november 2007 in redelijkheid kunnen doen steunen op de op 4 september 2007 getaxeerde schade aan het appelras Delcorf.

De Afdeling ziet voorts, anders dan de rechtbank, in het feit dat geen schadebedrag is genoemd op het formulier 'bevestiging taxatie grondgebruiker' van 15 november 2007, geen reden om te oordelen dat [wederpartij] niet kan worden tegengeworpen dat hij niet binnen acht dagen opmerkingen heeft gemaakt. Zij betrekt daarbij dat het formulier in dit geval de taxatie bevatte zoals die is verricht op 4 september 2007 en waarvan de resultaten [wederpartij] bekend hadden kunnen zijn. Voor [wederpartij] had het derhalve duidelijk kunnen zijn dat het toegestuurde formulier de eindtaxatie betrof als bedoeld in voorwaarde V afgedrukt op het verzoekschrift Faunaschade, waartegen binnen acht dagen schriftelijk bezwaar kan worden aangetekend.

Gelet op al het vorenstaande heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het besluit op bezwaar van 2 juli 2008 dient te worden vernietigd wegens strijd met het bepaalde in artikel 5, eerste lid, van de regeling.

2.6. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 2 juli 2008 van het Faunafonds alsnog ongegrond verklaren.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 december 2008 in zaak nr. 08/3148;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, voorzitter, en mr. W. van den Brink en mr. H.G. Lubberdink, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Van Tuyll van Serooskerken

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2009

290.