Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ8260

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
200808095/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kapelle (hierna: het college) op grond van artikel 2.20, zesde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) maatwerkvoorschriften gesteld ten aanzien van een schokgolfgenerator aan [locatie] te [plaats], kadastraal bekend [gemeente], sectie […], nummer […].

Wetsverwijzingen
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 2.17
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer 2.20
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 3:46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M en R 2010, 8 met annotatie van B. Arentz
Omgevingsvergunning in de praktijk 2009/975
JOM 2009/884
JOM 2009/931
OGR-Updates.nl K44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808095/1/M1.

Datum uitspraak: 23 september 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Kapelle,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kapelle (hierna: het college) op grond van artikel 2.20, zesde lid, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) maatwerkvoorschriften gesteld ten aanzien van een schokgolfgenerator aan [locatie] te [plaats], kadastraal bekend [gemeente], sectie […], nummer […].

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 november 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 4 december 2008.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

Het college heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 augustus 2009, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. W.P.N. Remie, advocaat te Tilburg, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.J. van den Berge, ambtenaar in dienst van de gemeente, en R.E.S.S. Vliex, werkzaam bij de Regionale Milieudienst West-Brabant, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

Algemeen

2.1. De inrichting betreft een zogenoemde Inopower schokgolfgenerator waarmee wordt beoogd dusdanige explosies te veroorzaken dat hagelbuien boven de boomgaard van [vergunninghoudster] worden verdreven om hagelschade aan het fruit te voorkomen.

De inrichting bestaat uit een zeecontainer waar zich cilinderflessen gevuld met acetyleen en zuurstof met stikstof bevinden. Na menging van deze gassen wordt door middel van een elektrische ontsteking een explosie veroorzaakt. De door de explosie veroorzaakte schokgolven dienen ervoor te zorgen dat in de bovenlagen van de atmosfeer hagelstenen neerdalen in de vorm van regen of sneeuw.

De schokgolfgenerator is, zo blijkt uit de stukken, gemiddeld gedurende 40 minuten in bedrijf. Gedurende die periode vindt iedere 7 seconden een explosie plaats.

Nut en noodzaak

2.2. [appellant] betwijfelt het nut en de noodzaak van de schokgolfgenerator.

2.2.1. De schokgolfgenerator valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Het college is op grond van het Activiteitenbesluit bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen in het belang van de bescherming van het milieu ten aanzien van inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit worden begrepen. De vraag naar het nut en de noodzaak van de inrichting speelt daarbij geen rol.

De beroepsgrond faalt.

Geluid

2.3. [appellant] vreest voor ernstige geluidhinder voor omwonenden en de gasten die op zijn camping verblijven, met name in de avond- en nachtperiode. Volgens [appellant] heeft dit negatieve gevolgen voor de exploitatie van zijn camping. Hij voert verder aan dat niet wordt voldaan aan artikel 2.20, tweede lid, van het Activiteitenbesluit. Ook betoogt hij dat het in werking stellen van de schokgolfgenerator ten onrechte niet aan beperkingen in aantallen is gebonden, zodat niet is gewaarborgd dat van de generator slechts incidenteel gebruik wordt gemaakt. [appellant] stelt dat het standpunt van het college dat het tijdens de avond- en nachtperiode zelden hagelt, waardoor hinder tijdens die periode niet vaak plaatsvindt, onvoldoende is onderbouwd. De bij het bestreden besluit betrokken belangen zijn niet goed tegen elkaar afgewogen, aldus [appellant].

2.3.1. Ingevolge artikel 2.17, eerste lid, onder a, van het Activiteitenbesluit bedraagt het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, op de gevel van gevoelige gebouwen niet meer dan 50, 45 en 40 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode. Het maximaal geluidniveau (LAmax) bedraagt niet meer dan 70, 65 en 60 dB(A) voor onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode.

Ingevolge artikel 2.20, zesde lid, van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, kan het bevoegd gezag in afwijking van de waarden, bedoeld in artikel 2.17, bij maatwerkvoorschrift voor bepaalde activiteiten in een inrichting andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau (LAmax) vaststellen. Het bevoegd gezag kan daarbij voorschriften vaststellen met betrekking tot de duur van de activiteiten, het treffen van maatregelen, de tijdstippen waarop de activiteiten plaatsvinden of het vooraf melden per keer dat de activiteit plaatsvindt.

2.3.2. Niet in geschil is dat niet wordt voldaan aan de in artikel 2.17, eerste lid, onder a, van het Activiteitenbesluit opgenomen geluidgrenswaarden. Het college heeft daarom op grond van artikel 2.20, zesde lid, van het Activiteitenbesluit maatwerkvoorschriften gesteld.

2.3.3. Ingevolge het bij het bestreden besluit gestelde maatwerkvoorschrift 1 zijn voor de periode april tot en met oktober in aanvulling c.q. in afwijking van het bepaalde in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit per gebruik van de schokgolfgenerator de volgende waarden op de gevel van woningen van derden (en eventuele nadere gevoelige gebouwen) van toepassing:

- voor herhaald hoorbare knallen (Lr) 57 dB(A), 61 dB(A) en 58 dB(A) in onderscheidenlijk de dag-, avond- en nachtperiode

- voor enkelvoudige knallen (Lknal) gemiddeld 75 dB(A,imp) voor de dag-, avond- en nachtperiode en

- voor enkelvoudige knallen (Lknal) maximaal 77 dB(A,imp) voor de dag-, avond- en nachtperiode.

2.3.4. Het college heeft bij het stellen van de maatwerkvoorschriften op grond van artikel 2.20, zesde lid, van het Activiteitenbesluit aansluiting gezocht bij de in paragraaf 5.3 van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 (hierna: de Handreiking) vermelde ontheffingsregeling. Op basis van deze ontheffingsregeling kan met een bestuurlijke afweging ontheffing worden verleend voor regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie met een beperkte frequentie, maar vaker dan 12 maal per jaar, die een hogere geluidemissie veroorzaken dan de geluidemissie voor de representatieve omstandigheden.

2.3.5. Het college beschouwt de opslag van gassen of gasmengsels als representatieve situatie en de verwerking van deze gassen of gasmengsels voor het in bedrijf zetten van de schokgolfgenerator, waardoor explosies worden veroorzaakt, als regelmatige afwijkingen van de representatieve situatie, omdat het gebruik van de apparatuur slechts incidenteel plaatsvindt. Het baseert zich daarbij op gegevens van het KNMI waaruit volgt dat in de provincie Zeeland gemiddeld 16 hagelbuien per jaar vallen. Het college stelt zich op het standpunt dat het de bedrijfseconomische belangen van [vergunninghoudster] heeft afgewogen tegen de belangen van omwonenden. Daarbij heeft het college in aanmerking genomen dat de activiteit een enkelvoudig karakter heeft en dat ten aanzien van de schokgolfgenerator, die reeds is uitgevoerd met een demper, geen verdere geluidreducerende voorzieningen kunnen worden getroffen. Het college wijst er verder op dat uit historische meteorologische gegevens blijkt dat hagelbuien tijdens de avond- en nachtperiode zelden voorkomen en dat tijdens de avond- en nachtperiode binnenshuis slechts geringe hinder en geen slaapverstoring zal optreden. Bovendien hagelt het 's avonds en 's nachts vrijwel altijd tijdens een onweersbui en in dat geval wordt het door de inrichting veroorzaakte geluid voor een belangrijk deel gemaskeerd door het geluid van donderslagen, aldus het college.

De overschrijding van de in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit opgenomen grenswaarden acht het college daarom toelaatbaar.

2.3.6. Het gestelde maatwerkvoorschrift 1 heeft betrekking op de periode april tot en met oktober. Gelet op de functie van de inrichting, het weren van hagelbuien, dienen de explosies als gevolg van de verwerking van de gassen of gasmengsels waardoor een hagelbui wordt verdreven als representatief voor de inrichting te worden beschouwd in die periode. De omstandigheid dat hagelbuien relatief weinig voorkomen, doet daar niet aan af. Het college heeft de explosies die door menging van gassen of gasmengsels worden veroorzaakt dan ook ten onrechte aangemerkt als regelmatige afwijkingen van de representatieve bedrijfssituatie als bedoeld in de door het college toegepaste Handreiking.

Het college heeft het bestreden besluit daarom in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht niet deugdelijk gemotiveerd.

De beroepsgrond over geluid slaagt reeds daarom.

Conclusie

2.4. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

Proceskostenveroordeling

2.5. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Kapelle van 23 september 2008, kenmerk 34/10;

III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Kapelle tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Kapelle aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, voorzitter, en mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd en mr. G.N. Roes, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll w.g. Duursma

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2009

378.