Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ6653

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-08-2009
Datum publicatie
02-09-2009
Zaaknummer
200903712/1/R2 en 200903712/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 april 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oss (hierna: de raad) bij besluit van 25 september 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Piekenhoef Zuidoost, Berghem".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200903712/1/R2 en 200903712/2/R2.

Datum uitspraak: 27 augustus 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 april 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oss (hierna: de raad) bij besluit van 25 september 2008 vastgestelde bestemmingsplan "Piekenhoef Zuidoost, Berghem".

Tegen dit besluit hebben [appellanten] (hierna in enkelvoud: [appellant]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2009, heeft [appellant] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 augustus 2009, waar [appellant], in de persoon van [een der appellanten], is verschenen. Voorts is de raad, vertegenwoordigd door D.J.L.J. van Dun, ambtenaar in dienst van de gemeente, gehoord.

Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.3. Het plan voorziet in de bouw van ongeveer 330 woningen. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de Hoessenboslaan.

2.4. [appellant] exploiteert aan de [locatie] te [plaats] een loonbedrijf. Hij betoogt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan de plandelen met de bestemming "Wonen - woonhuizen patio's", voor zover deze plandelen liggen binnen een afstand van 50 meter van zijn bedrijf. Deze afstand dient volgens [appellant] te worden aangehouden om uit oogpunt van geluidhinder een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen te waarborgen en te voorkomen dat hij in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. [appellant] voert aan dat het akoestisch onderzoek waarop de raad en het college zich baseren niet juist is en dat daaruit niet de conclusie kan worden getrokken dat hij niet in zijn bedrijfsvoering zal worden belemmerd. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij het 'Akoestisch onderzoek met betrekking tot loonbedrijf [appellant] aan de [locatie] te [plaats] in relatie tot plangebied Piekenhoef Zuid' van JK consultancy (hierna: het akoestisch onderzoek van JK consultancy) overgelegd.

2.5. Het college heeft zich op basis van het akoestisch onderzoek 'LAr,LT beoordelingsniveaus en Lmax geluidniveaus plangebied Piekenhoef Zuid vanwege 3 bestaande inrichtingen aan de [locatie], b en c Oss' van db/a consultants v.o.f. (hierna: het akoestisch onderzoek van db/a consultants) op het standpunt gesteld dat na realisering van drie geluidschermen ter plaatse van de geplande woningbouw een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Voorts blijkt uit dit onderzoek, aldus het college, dat de bedrijven aan de Hoessenboslaan, waaronder het loonbedrijf van [appellant], na realisering van de geluidschermen ter plaatse van de geplande woningen aan de voor hen relevante milieuregelgeving kunnen voldoen.

2.6. Vast staat dat in het akoestisch onderzoek van JK consultancy niet wordt uitgegaan van de realisering van drie geluidschermen, maar van de realisering van drie dove gevels. In het akoestisch onderzoek van JK consultancy wordt gesteld dat de realisering van de geluidschermen waarvan in het akoestisch onderzoek van db/a consultants wordt uitgegaan, niet waarschijnlijk is omdat deze planologisch onwenselijk zijn.

2.7. Op grond van het verhandelde ter zitting is de voorzitter van oordeel dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat realisering van de geluidschermen niet waarschijnlijk is. Hij neemt daarbij in aanmerking dat door de raad ter zitting is verklaard dat de bouw van de geluidschermen is verzekerd en dat het bestemmingsplan op gronden met de bestemming "Groen" en "Verkeer" ter plaatse van de aanduiding "geluidscherm" voorziet in de oprichting van de geluidschermen. Uit de stukken blijkt dat ook het grootste scherm van 31 meter lang en 4 meter hoog door een zorgvuldige vormgeving en groene aankleding ter plaatse ruimtelijk inpasbaar is. De niet onderbouwde stelling van [appellant] dat de geluidschermen planologisch onwenselijk zijn geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de schermen stedenbouwkundig inpasbaar zijn.

Nu het akoestisch onderzoek van JK consultancy is gebaseerd op andere uitgangspunten dan het akoestisch onderzoek van db/a consultants en niet is gebleken dat de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek van db/a consultants achterhaald of onjuist zijn, heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat dit onderzoek zodanige gebreken dan wel leemten in kennis vertoont dat het college dit niet aan het bestreden besluit ten grondslag heeft kunnen leggen. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat het college zich op basis van het akoestisch onderzoek van db/a consultants niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat realisering van het plan niet zal leiden tot een belemmering van de bedrijfsvoering van [appellant].

2.8. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan, voor zover bestreden, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het beroep is ongegrond.

2.9. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep ongegrond;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Buuren w.g. Verbeek

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2009

388.