Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ6080

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-08-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
200900958/1/M1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In een tweetal formulieren heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum (hierna: het dagelijks bestuur) op 24 september 2007 medegedeeld dat op diezelfde dag twee op de Czaar Peterstraat ter hoogte van nummer 175 aangetroffen rijwielwrakken zijn verwijderd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:3
Algemene wet bestuursrecht 5:24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2009/2497
JAF 2009/82 met annotatie van Van der Meijden
JOM 2009/798
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200900958/1/M1.

Datum uitspraak: 26 augustus 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Amsterdam,

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

1. Procesverloop

In een tweetal formulieren heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum (hierna: het dagelijks bestuur) op 24 september 2007 medegedeeld dat op diezelfde dag twee op de Czaar Peterstraat ter hoogte van nummer 175 aangetroffen rijwielwrakken zijn verwijderd.

Bij besluit van 14 april 2008 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ten aanzien van het zwarte Gazelle herenrijwiel niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar ten aanzien van het bruine Batavus herenrijwiel gegrond verklaard en herroepen. Tevens heeft het dagelijks bestuur aan [appellant] een schadevergoeding toegekend van € 25,00.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de rechtbank Amsterdam ingekomen op 27 mei 2008, beroep ingesteld. De rechtbank Amsterdam heeft het beroepschrift doorgezonden aan de Raad van State. Het beroepschrift is ingekomen op 4 februari 2009.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 augustus 2009, waar het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. A. Fidom, werkzaam bij het stadsdeel, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De schade die [appellant] stelt te hebben geleden betreft de twee vernietigde herenrijwielen en de bijbehorende sloten. [appellant] stelt dat de door hem geleden schade minimaal € 800,00 bedraagt.

2.2. De formulieren, gedateerd 24 september 2007, bevatten elk een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

Deze mededelingen van de toepassing van spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:24, zesde lid, zoals dat destijds luidde, van de Awb wegens het in strijd met het bepaalde in artikel 45, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening Stadsdeel Amsterdam-Centrum in de openlucht en buiten een inrichting opgeslagen hebben van afvalstoffen zijn aan [appellant] bekend gemaakt.

2.3. [appellant] betoogt dat het dagelijks bestuur zijn bezwaar tegen de besluiten van 24 september 2007, voor zover dit ziet op de toepassing van bestuursdwang ten aanzien van het zwarte Gazelle herenrijwiel, ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.3.1. [appellant] heeft het zwarte Gazelle herenrijwiel van de aanbiedplaats voor huishoudelijk afval naast zijn woning genomen en dit vervolgens in een rek geplaatst zonder te investeren in dit rijwiel of het te gebruiken, maar met als doel, nu het een bijzonder model rijwiel betrof, dit rijwiel aan de eigenaar te retourneren.

Niet in geschil is dat [appellant] het desbetreffende rijwiel destijds niet in eigendom had. Gezien het vorenstaande heeft [appellant] ook anderszins geen rechtens te erkennen materieel belang dat direct bij dit besluit tot toepassing van bestuursdwang is betrokken. Daarbij betrekt de Afdeling dat de bijzondere affiniteit van [appellant] als rijwielliefhebber met dit rijwiel, anders dan [appellant] veronderstelt, in dit verband niet relevant is.

Het dagelijks bestuur heeft [appellant] dan ook terecht niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb aangemerkt.

Deze beroepsgrond faalt.

2.4. Bij het bestreden besluit van 14 april 2008 is het bezwaar tegen het besluit tot toepassing van bestuursdwang ten aanzien van een bruin Batavus herenrijwiel, gegrond verklaard en is dit besluit van 24 september 2007 herroepen. Dit omdat ten onrechte bestuursdwang is toegepast zonder een termijn te stellen aan [appellant] om de overtreding ongedaan te maken. Een dermate spoedeisende situatie dat het achterwege laten van een begunstigingstermijn was gerechtvaardigd deed zich volgens het dagelijks bestuur niet voor.

Met het bestreden besluit is de onrechtmatigheid van het besluit van 24 september 2007 gegeven en daarmee in beginsel ook de aanspraak op schadevergoeding.

2.5. Voor zover [appellant], kort weergegeven, betoogt dat de materiële bevoegdheid aan het dagelijks bestuur ontbrak om over te gaan tot het toepassen van bestuurlijke handhavingsmiddelen, omdat het geen voertuigwrak betrof en derhalve geen sprake was van het in de buitenlucht opslaan van afvalstoffen als bedoeld in artikel 45, vierde lid, van de Afvalstoffenverordening Stadsdeel Amsterdam-Centrum, overweegt de Afdeling dat een belanghebbende bij de ter zake bevoegde rechter slechts kan opkomen tegen een besluit, indien hij door de gegrondbevinding van het beroep in een gunstiger positie zou geraken. Nu het dagelijks bestuur in het bestreden besluit het bezwaar gegrond heeft verklaard en het primaire besluit heeft herroepen en daarmee de onrechtmatigheid van het primaire besluit is komen vast te staan, heeft [appellant] geen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit in zoverre. Dit omdat hij in dit geschil daarmee niet in een gunstiger positie geraakt.

2.6. [appellant] stelt dat de door hem geleden schade € 800,00 bedraagt. Hij beschouwt de door het dagelijks bestuur vastgestelde bedrag aan schadevergoeding van € 25,00 veel te laag voor het bruine Batavus herenrijwiel en het bijbehorend slot. De onderbouwing ervan is volgens [appellant] absoluut onvoldoende, hetgeen volgens hem reeds volgt uit de omstandigheid dat het dagelijks bestuur niet beschikt over een adequate omschrijving van het bruine Batavus herenrijwiel. Vergelijking met de waarde van een Batavus herenrijwiel op Marktplaats is onjuist, aldus [appellant].

2.6.1. Het is aan [appellant] om de hoogte van de door hem geleden schade wegens het verwijderen en vernietigen van zijn tweedehands rijwiel, zijnde minimaal € 800,00 aan de hand van bewijsstukken nader te onderbouwen. [appellant] is er niet in geslaagd de hoogte van de door hem geclaimde schade vanwege de verwijdering en vernietiging van het rijwiel en slot inzichtelijk en daarmee aannemelijk te maken.

Voor zover het dagelijks bestuur in het bestreden besluit heeft besloten een schadevergoeding toe te kennen van € 25,00 overweegt de Afdeling dat in het betoog van [appellant] geen grond is gelegen voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid de hoogte van de toegekende schadevergoeding in bezwaar heeft kunnen handhaven.

De beroepsgrond faalt.

2.7. Voor zover het betoog van [appellant] zich richt tegen de wijze van besluitvorming van het dagelijks bestuur in het algemeen kan dit betoog niet slagen, omdat in deze procedure uitsluitend de rechtmatigheid van het besluit van 14 april 2008 aan de orde is.

Deze beroepsgrond faalt.

2.8. Het beroep is ongegrond.

2.9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Drouen

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2009

375-209.