Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ6052

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-08-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
200904872/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 3 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Halderberge (hierna: het college) aan Verwarming en Sanitair Shop B.V. (hierna: Sanitair Shop) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bedrijfspand met showroom op het perceel Argon 29 te Oud Gastel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200904872/2/H1.

Datum uitspraak: 21 augustus 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats], en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RNB Vastgoed B.V., verzoekers, om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Verwarming & Sanitair Shop B.V., gevestigd te Roosendaal,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda van 15 mei 2009 in de zaken nrs. 09/1750 en 09/1752 in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Verwarming & Sanitair Shop B.V.

en

het college van burgemeester en wethouders van Halderberge.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Halderberge (hierna: het college) aan Verwarming en Sanitair Shop B.V. (hierna: Sanitair Shop) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een bedrijfspand met showroom op het perceel Argon 29 te Oud Gastel.

Bij besluit van 3 maart 2009 heeft het college het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 mei 2009, verzonden op 25 mei 2009, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op het gemaakte bezwaar met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft Sanitair Shop bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden ervan zijn aangevuld bij brief van 30 juli 2009.

Bij besluit van 25 juni 2009 heeft het college het door [verzoekers] gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij brief, bij de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) ingekomen op 30 juli 2009, hebben [verzoekers] tegen dat besluit beroep ingesteld. Voorts hebben zij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft deze brieven ter behandeling doorgezonden naar de Raad van State.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 augustus 2009, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door mr. T.P.A.M. Reynaers, advocaat te Roosendaal, en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Timmermans, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar Sanitair Shop, vertegenwoordigd door mr. A. Groenewoud, advocaat te 's-Hertogenbosch, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Daarbij geldt dat een vergunninghouder van een verleende bouwvergunning en vrijstelling op eigen risico gebruik maakt, zolang deze niet in rechte onaantastbaar zijn, ook als een verzoek, als thans aan de orde, wordt afgewezen.

2.2. Er is op dit moment geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat het besluit van 25 juni 2009 in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans uiteindelijk zal blijken dat geen vrijstelling en bouwvergunning mocht worden verleend, als is gebeurd.

Naar voorlopig oordeel heeft het college het bouwplan, zoals dit aan het besluit van 25 juni 2009 ten grondslag is gelegd, terecht aangemerkt als van ondergeschikte aard, nu dit strekt tot een vermindering van het oppervlak en voorts de verschijningsvorm van het op te richten bouwwerk ongewijzigd blijft. Niet valt in te zien dat [verzoekers] door deze wijziging in hun belangen zijn geschaad, te minder nu het zicht op het pand van [verzoekers] door de inkorting van het pand niet is verminderd.

Het door [verzoekers] inzake de welstand aangevoerde biedt onder die omstandigheden onvoldoende grond voor het treffen van de verzochte voorziening. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat de welstandscommissie inmiddels positief heeft geadviseerd, waarbij is getoetst aan de welstandsnota en geoordeeld dat het bouwplan aan de redelijke eisen van welstand voldoet. Voorts bestaan naar voorlopig oordeel geen aanknopingspunten om te concluderen dat het college niet krachtens artikel 2, vijfde lid, van de planvoorschriften van het bestemmingsplan "Correctieve herziening bedrijventerrein Borchwerf II" vrijstelling voor het bouwplan mocht verlenen, zodat bij een eventuele nieuwe welstandsbeoordeling de bij de verleende vrijstelling planologisch aanvaardbaar geachte situatie, waaronder de situering, als uitgangspunt moet worden aanvaard.

Gelet op het vorenstaande en gezien het belang van Sanitair Shop bij voortzetting van haar activiteiten, rechtvaardigen de door verzoekers gestelde belangen, voornamelijk gelegen in de afname van de zichtbaarheid van hun pand vanaf de nabijgelegen snelweg en van het uitzicht vanuit dit pand door het bouwplan, het treffen van een voorziening, als door hen verzocht, niet.

2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Montagne

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2009

374.