Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ6045

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-08-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
200905539/2/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 februari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis (hierna: het college) aan de vereniging Heemkundevereniging De Heerlyckheit Plo (hierna: de vereniging) vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een heemschuur op het perceel Watermolenstraat ongenummerd te Oploo.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200905539/2/H1.

Datum uitspraak: 20 augustus 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], gemeente Sint Anthonis,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 juli 2009 in zaken nrs. 09/1691 en 08/4334 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis.

1. Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint Anthonis (hierna: het college) aan de vereniging Heemkundevereniging De Heerlyckheit Plo (hierna: de vereniging) vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een heemschuur op het perceel Watermolenstraat ongenummerd te Oploo.

Bij besluit van 17 november 2008 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 juli 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 juli 2009, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 13 augustus 2009, waar [verzoeker], bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door J.M.A. van der Burgt-Willems, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar de vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt tot schorsing van de in bezwaar gehandhaafde vergunning. Als spoedeisend belang dat daartoe noopt heeft [verzoeker] aangevoerd dat de heemschuur zonder zodanige voorziening zal worden voltooid en daarmee onomkeerbare omstandigheden in het leven worden geroepen. Volgens hem moet voorkomen worden dat hij door de bouw van de heemschuur verhinderd wordt zijn onderneming in de toekomst verder uit te breiden.

2.2. [verzoeker] heeft aldus onvoldoende spoedeisend belang gesteld om de gevraagde voorziening te rechtvaardigen. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat hij thans door de bouwwerkzaamheden niet in zijn bedrijfsuitoefening wordt beperkt of anderszins daarvan nadelige gevolgen ondervindt en dat hij geen concrete plannen heeft om zijn bedrijfsmatige activiteiten op korte termijn uit te breiden. Voorts heeft hij ter zitting gesteld dat hij geen problemen heeft met de bouw van de heemschuur als zodanig en het gebruik daarvan voor de opslag van goederen.

Het in beroep en hoger beroep aangevoerde geeft naar voorlopig oordeel geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de vrijstelling, zo nodig onder nadere beperkingen wat betreft het van de schuur te maken gebruik om te voorkomen dat deze een geurgevoelig object wordt, niet mocht worden verleend. Bovendien leidt de verdere uitvoering van het bouwplan, anders dan [verzoeker] stelt, niet tot onomkeerbare gevolgen, omdat, indien in rechte zou komen vast te staan dat ten onrechte bouwvergunning en vrijstelling is verleend, de krachtens die vergunning verrichte bouwwerkzaamheden ongedaan gemaakt kunnen en moeten worden.

Gelet hierop, dient het verzoek te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.

w.g. Loeb w.g. Montagne

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2009

374.