Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ5098

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
12-08-2009
Zaaknummer
200808949/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen (hierna: het college) aan de stichting Stichting Landstede een monumentenvergunning (hierna: de vergunning) verleend voor het bouwen van een onderwijsgebouw bij kasteel Eerde te Ommen.

Wetsverwijzingen
Monumentenwet 1988
Monumentenwet 1988 11
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2009/714
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808949/1/H2.

Datum uitspraak: 12 augustus 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Buitengoed Overijssel, gevestigd te Zwolle,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 oktober 2008 in zaak nr. 07/2195 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Ommen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen (hierna: het college) aan de stichting Stichting Landstede een monumentenvergunning (hierna: de vergunning) verleend voor het bouwen van een onderwijsgebouw bij kasteel Eerde te Ommen.

Bij mondelinge uitspraak van 28 oktober 2008, waarvan proces-verbaal is verzonden op 31 oktober 2008, heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de rechtbank) het daartegen door de stichting Stichting Buitengoed Overijssel (hierna: de stichting) ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 december 2008, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De stichting heeft nadere stukken ingediend.

De stichting Landstede, derde belanghebbende, heeft bij brief van 21 januari 2009 een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juli 2009, waar de stichting, vertegenwoordigd door haar [voorzitter] en [secretaris] en het college, vertegenwoordigd door mr. P.A. Bakker, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de stichting Landstede, vertegenwoordigd door P.J. van der Vegt en ir. A.A. van 't Hof, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder een belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.2. De stichting betwist het oordeel van de rechtbank dat ter zitting in eerste aanleg is gebleken dat de stichting geen andere feitelijke werkzaamheden verricht dan het voeren van procedures en dat zij daarom geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb.

2.3. Volgens artikel 2 van haar statuten heeft de stichting tot doel:

a. Het behoud en herstel van de historische buitenplaatsen in Overijssel als cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle monumenten met historische gebouwen, tuinen, parkaanleg, lanen, bossen en cultuurgronden en het landschap waarvan zij deel uitmaken.

b. Het bevorderen van een zodanige bestemming en een zodanig gebruik van de buitenplaats dat die niet strijdig zijn met de onder a genoemde doelstelling.

c. Het tegengaan van ingrepen, welke afbreuk doen aan het hiervoor onder a en b gestelde.

2.4. De feitelijke werkzaamheden van de stichting bestaan, naar zij ter zitting heeft toegelicht, uit het voeren van overleg met en informeren van bestuursorganen, belanghebbenden, locale groepen en omwonenden over de cultuurhistorische waarde van buitenplaatsen. Daartoe houdt zij onder meer spreekbeurten en gaat zij soms op huisbezoek. Tevens verleent zij opdrachten voor onderzoek naar de waarde van buitenplaatsen en financiert zij dat onderzoek. Zij is verder in Overijssel de enige actieve organisatie met als doelstelling het behouden van buitenplaatsen en heeft daarom mede een signaleringsfunctie voor de Nederlandse Kastelenstichting, waarmee zij structureel samenwerkt.

2.5. De Afdeling is gezien de hiervoor weergegeven doelstelling van de stichting en haar feitelijke werkzaamheden van oordeel dat de stichting door het bestreden besluit rechtstreeks wordt getroffen in een belang dat zij in het bijzonder behartigt. De rechtbank heeft de stichting ten onrechte niet aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb en het beroep van de stichting ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

2.6. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld en beslist met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 28 oktober 2008 in zaak nr. 07/2195;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Ommen aan de stichting Stichting Buitengoed Overijssel het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) voor de behandeling van het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. S.F.M. Wortmann, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Oranje

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2009

507.