Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ4757

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
31-07-2009
Datum publicatie
07-08-2009
Zaaknummer
200901950/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Goede procesorde / eerst ter zitting overgelegd stuk

Vooropgesteld wordt dat de voorzieningenrechter bij beantwoording van de vraag of sprake is van strijd met de goede procesorde enige beoordelingsruimte toekomt. Het eerst ter zitting overgelegde stuk betreft informatie over de uitgifte van lidmaatschapskaarten door de BDK. De vreemdeling is ter zitting bij de voorzieningenrechter niet verschenen en kon derhalve toen niet op de inhoud van het stuk reageren. Ook nadien is de vreemdeling daartoe niet in de gelegenheid gesteld. Onder die omstandigheden heeft de voorzieningenrechter dit stuk ten onrechte bij de beoordeling van het beroep betrokken. Weliswaar is een afschrift van het stuk met de aangevallen uitspraak meegezonden, maar dit kan aan het vorenstaande niet afdoen, aangezien op dat moment op het door de vreemdeling ingestelde beroep reeds was beslist. De klacht is in zoverre terecht voorgedragen, maar kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2009/369
BA 2009/237

Uitspraak

200901950/1/V2.

Datum uitspraak: 31 juli 2009

Raad van State

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's Gravenhage, nevenzittingsplaats Assen, van 13 maart 2009 in zaak nrs. 09/5281 en 09/5282 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris van Justitie.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2009 heeft de staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 13 maart 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Assen (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 19 maart 2009, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. De vreemdeling klaagt in de tweede grief dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris in redelijkheid het ontbreken van identiteitsdocumenten aan hem heeft kunnen toerekenen en de door hem overgelegde lidmaatschapskaart van de Bundu dia Kongo (hierna: de BDK) daaraan niet afdoet, nu de authenticiteit van deze kaart niet is komen vast te staan en voorts uit openbare bronnen blijkt dat deze kaarten na 2002 niet meer worden uitgegeven, welk standpunt de staatssecretaris ter zitting nader heeft onderbouwd door overlegging van een nader stuk.

Hij betoogt daartoe dat de staatssecretaris het stuk dat bewijst dat dergelijke lidmaatschapskaarten na 2002 niet meer worden uitgegeven eerder dan ter zitting had dienen over te leggen en dat de voorzieningenrechter dit stuk ten onrechte heeft meegenomen in zijn beoordeling, omdat hij niet in de gelegenheid is gesteld om op dit stuk te reageren. Voorts betoogt hij dat het niet kunnen vaststellen van de authenticiteit van de lidmaatschapskaart van de BDK niet voor zijn rekening en risico dient te komen, aangezien hij voor het eerst een asielaanvraag heeft ingediend.

2.1.1. Bij zijn aanvraag heeft de vreemdeling een lidmaatschapskaart van de BDK overgelegd waaruit volgens hem blijkt dat hij problemen heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten. Hij heeft verklaard dat hij de lidmaatschapskaart in 2005 heeft ontvangen toen hij lid werd van de BDK.

Volgens een door de Koninklijke Marechaussee Brigade Oostgrens-Noord/Aanmeldcentrum ter Apel (hierna: de Kmar) ter zake opgestelde verklaring van 12 februari 2009 kan in verband met het niet voorhanden hebben van voldoende referentiemateriaal voor wat betreft de echtheid van het document geen uitspraak worden gedaan.

2.1.2. De staatssecretaris heeft zich in het besluit van 18 februari 2009, voor zover thans van belang, op het standpunt gesteld dat uit de verklaring van de Kmar weliswaar blijkt dat over de echtheid van de lidmaatschapskaart geen uitspraak kan worden gedaan, maar dat ook niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is nu uit openbare bron op het internet (www.homeoffice.gov.uk) blijkt dat dergelijke lidmaatschapskaarten sinds 2002 niet meer worden uitgegeven. De afgiftedatum die op het document vermeld staat kan derhalve niet juist zijn. Nu de vreemdeling bovendien onvoldoende verklaringen heeft gegeven waarmee hij de authenticiteit van het document kan aantonen, kan aan de lidmaatschapskaart niet de waarde worden gehecht die de vreemdeling hieraan gehecht wenst te zien, aldus de staatssecretaris.

Ter zitting bij de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris ter onderbouwing van zijn standpunt dat er sinds 2002 geen lidmaatschapskaarten meer worden uitgegeven door de BDK een pagina uit het Country of Origin Information Report Democratic Republic of the Congo van het UK Home Office van oktober 2005 overgelegd.

2.1.3. Vooropgesteld wordt dat de voorzieningenrechter bij beantwoording van de vraag of sprake is van strijd met de goede procesorde enige beoordelingsruimte toekomt. Het eerst ter zitting overgelegde stuk betreft informatie over de uitgifte van lidmaatschapskaarten door de BDK. De vreemdeling is ter zitting bij de voorzieningenrechter niet verschenen en kon derhalve toen niet op de inhoud van het stuk reageren. Ook nadien is de vreemdeling daartoe niet in de gelegenheid gesteld. Onder die omstandigheden heeft de voorzieningenrechter dit stuk ten onrechte bij de beoordeling van het beroep betrokken. Weliswaar is een afschrift van het stuk met de aangevallen uitspraak meegezonden, maar dit kan aan het vorenstaande niet afdoen, aangezien op dat moment op het door de vreemdeling ingestelde beroep reeds was beslist. De klacht is in zoverre terecht voorgedragen, maar kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. De in het stuk vervatte informatie wordt immers ook vermeld op de website van het UK Home Office en naar die website heeft de staatssecretaris in het besluit van 18 februari 2009 verwezen. De vreemdeling had derhalve van de informatie op die website kennis kunnen nemen en daar in beroep inhoudelijk op kunnen reageren.

Gelet op de informatie die vermeld is op de website van het UK Home Office is bij de staatssecretaris concrete twijfel over de authenticiteit van de door de vreemdeling overgelegde lidmaatschapskaart gerezen. In het licht van het bepaalde in artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) lag het op de weg van de vreemdeling om daartegenover de authenticiteit van de lidmaatschapskaart alsnog aannemelijk te maken. Daarin is de vreemdeling niet geslaagd. Onder deze omstandigheden dient, ook al betreft het hier een eerste aanvraag, voor risico van de vreemdeling te blijven dat de authenticiteit van de lidmaatschapskaart niet kon worden vastgesteld. De staatssecretaris heeft zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat aan de lidmaatschapskaart niet de waarde kan worden gehecht die de vreemdeling daaraan gehecht wenst te zien.

De grief faalt.

2.2. Hetgeen in de eerste en derde grief is aangevoerd, kan evenmin tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde, mede gelet op de uitspraak van de Afdeling van 25 mei 2009 in zaak nr. 200702174/2/V2; www.raadvanstate.nl, geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.

2.3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van Staat.

w.g. Parkins-de Vin

voorzitter

w.g. Zwemstra

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2009

314-563.

Verzonden: 31 juli 2009

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak