Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ4613

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-08-2009
Datum publicatie
05-08-2009
Zaaknummer
200808777/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 oktober 2008, kenmerk 08028676/64/30, heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen bij besluit van 9 september 2008 vastgestelde wijzigingsplan "6e wijziging bestemmingsplan Buitengebied Hoofdweg Zuid 105 in Zuiddorpe".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808777/1/R2.

Datum uitspraak: 5 augustus 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zeeland,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2008, kenmerk 08028676/64/30, heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen bij besluit van 9 september 2008 vastgestelde wijzigingsplan "6e wijziging bestemmingsplan Buitengebied Hoofdweg Zuid 105 in Zuiddorpe".

Tegen dit besluit hebben [appellanten] (hierna in enkelvoud: [appellant]) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 december 2008, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben het college van burgemeester en wethouders en [vergunninghouder] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 juli 2009, waar het college, vertegenwoordigd door drs. P. Smits, ambtenaar in dienst van de provincie, is verschenen. Voorts is als partij gehoord de raad, vertegenwoordigd door A.M. Arens, ambtenaar in dienst van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het plan kan worden gewijzigd binnen bij het plan te bepalen grenzen. Bij het besluit omtrent goedkeuring van het wijzigingsplan dient het college te toetsen of aan de bij het bestemmingsplan gegeven wijzigingsvoorwaarden is voldaan. Ingevolge artikel 11, vierde lid, van de WRO gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) rust daarnaast op het college de taak te onderzoeken of het plan binnen de bij het bestemmingsplan bepaalde grenzen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens heeft het college erop toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het wijzigingsplan voorziet in de vormverandering en het vergroten van het bouwblok tot 1,5 hectare op het plandeel met de bestemming "Agrarische doeleinden (A)" ter plaatse van het perceel Hoofdweg Zuid 105 te Zuiddorpe. [vergunninghouder] exploiteert op dit perceel een agrarisch bedrijf en betoogt dat de vergroting van het bouwblok en de bouw van een loods noodzakelijk zijn uit bedrijfseconomisch oogpunt.

2.3. Uit de stukken blijkt dat het beroep van [appellant], die woont op het naastgelegen perceel [locatie], uitsluitend is gericht tegen de goedkeuring van het westelijk deel van het plangebied dat grenst aan zijn perceel. Hiertoe voert hij aan dat het college ten onrechte de zienswijzen niet bij het bestreden besluit heeft betrokken en dat bebouwing op dat deel van het perceel een aantasting van zijn woon- en leefklimaat met zich zal brengen in de vorm van verlies van uitzicht en privacy.

2.4. Uit hetgeen het college en het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van het beroep naar voren hebben gebracht, leidt de Afdeling af dat de beide colleges bij nader inzien van mening zijn dat het desbetreffende plandeel in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat dit plandeel hierom ten onrechte is vastgesteld en goedgekeurd.

2.5. Gelet hierop komt de Afdeling tot het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het desbetreffende plandeel niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hieruit volgt dat het college, door het plandeel goed te keuren, heeft gehandeld in strijd met artikel 11, vierde lid, van de WRO in samenhang met artikel 10:27 van de Awb. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

De Afdeling ziet aanleiding met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf te voorzien door goedkeuring te onthouden aan het bedoeld plandeel.

2.6. Het college dient op na de melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

In het sedert 1 juli 2009 geldende vierde lid van artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de vermogensrechtelijke rechtsgevolgen van een handeling van een bestuursorgaan de rechtspersoon treffen waartoe het bestuursorgaan behoort. Tegelijk is het derde lid van artikel 8:75 van de Awb komen te vervallen. In verband hiermee is het niet meer nodig dat de Afdeling in geval zij het bestuursorgaan in de kosten veroordeelt, de rechtspersoon aanwijst die de kosten moet vergoeden. Welke rechtspersoon daartoe is gehouden, volgt thans rechtstreeks uit de wet.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland van 7 oktober 2008, kenmerk 08028676/64/30, voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart;

III. onthoudt goedkeuring aan het onder II genoemde plandeel;

IV. bepaalt dat deze uitspraak wat betreft het onder II genoemde plandeel in de plaats treedt van het onder II vermelde besluit;

V. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Zeeland tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 322,00 (zegge: driehonderdtweeëntwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de provincie Zeeland aan [appellanten] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. M.W.L. Simons-Vinckx, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van Staat.

w.g. Simons-Vinckx w.g. De Rooy

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2009

177-602.

<HR>

plankaart