Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ4108

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
29-07-2009
Zaaknummer
200807859/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 januari 2008 heeft het College zorgverzekeringen (hierna: het CVZ) de instellingssubsidie van de stichting Stichting Gezondheidscentra Maastricht (hierna: de stichting) ten behoeve van het samenwerkingsverband "Dr. Van Kleef" voor het jaar 2006 vastgesteld op € 19.793,00 en heeft daarbij een correctie toegepast van € 5.917,00 op de omvang van de egalisatiereserve.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200807859/1/H2.

Datum uitspraak: 29 juli 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Gezondheidscentra Maastricht, gevestigd te Maastricht,

appellante,

en

het College zorgverzekeringen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2008 heeft het College zorgverzekeringen (hierna: het CVZ) de instellingssubsidie van de stichting Stichting Gezondheidscentra Maastricht (hierna: de stichting) ten behoeve van het samenwerkingsverband "Dr. Van Kleef" voor het jaar 2006 vastgesteld op € 19.793,00 en heeft daarbij een correctie toegepast van € 5.917,00 op de omvang van de egalisatiereserve.

Bij besluit van 1 oktober 2008 heeft het CVZ het door de stichting hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft de stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 oktober 2008, beroep ingesteld.

Het CVZ heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juni 2009, waar het CVZ, vertegenwoordigd door mr. A.M.C. van Saase en E. Knoops, beiden werkzaam bij het CVZ, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 6.2.4 van de Regeling zorgverzekeringen (hierna: de Regeling) bestaat een instellingssubsidie uit een door het CVZ vast te stellen bedrag voor overeenkomstig een door het CVZ goedgekeurd activiteitenplan uitgevoerde activiteiten.

Ingevolge artikel 6.2.5 van de Regeling wordt het bedrag, bedoeld in artikel 6.2.4 verlaagd met het bedrag waarmee het maximaal toegestane bedrag van de in artikel 6.2.23 bedoelde reservering wordt overschreden.

Ingevolge artikel 6.2.9, eerste lid, van de Regeling, voor zover thans van belang, dient de instelling die voor haar activiteiten of een gedeelte daarvan in een jaar een instellingssubsidie verlangt uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het desbetreffende jaar een subsidieaanvraag in.

Ingevolge artikel 6.2.23, eerste lid, van de Regeling wordt het bedrag van de verleende instellingssubsidie gereserveerd, voor zover dit bedrag, zonder toepassing van de in artikel 6.2.5 bedoelde vermindering na uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten overeenkomstig de geldende verplichtingen, niet is besteed aan de doeleinden waarvoor het is verstrekt.

Ingevolge artikel 6.2.23, zevende lid, van de Regeling, voor zover thans van belang, bedraagt het totaal van de in het eerste lid bedoelde reservering in enig jaar ten hoogste 10% van het bedrag van de voor dat jaar verleende subsidie.

Ingevolge artikel 6.2.23, achtste lid, van de Regeling kan toevoeging aan de in het eerste lid bedoelde reservering niet plaatsvinden als de in het eerste lid bedoelde reservering reeds 10% of meer van het voor dat jaar verleende subsidie betreft.

2.2. Bij besluit van 23 januari 2008, gehandhaafd bij het bestreden besluit, is de subsidie voor het jaar 2006 vastgesteld op maximaal € 19.793,00. De egalisatiereserve met een maximum van 10% van de subsidie voor het jaar 2006 bedraagt per 31 december 2006 € 3.246,00. Aangezien de stand van de egalisatiereserve op 31 december 2005 € 9.163,00 bedroeg, kan volgens het CVZ geen toevoeging aan de reservering plaatsvinden en heeft het CVZ het verschil tussen beide laatstgenoemde bedragen, zijnde € 5.917,00, op de vastgestelde subsidie voor 2006 in mindering gebracht.

2.3. De stichting voert aan dat het CVZ ten onrechte de tot 1 januari 2006 opgebouwde egalisatiereserve heeft betrokken bij de berekening van de egalisatiereserve voor het jaar 2006 en daardoor in feite ten onrechte een correctie heeft toegepast op de voor het jaar 2005 vastgestelde subsidie. Voorts stelt zij dat er geen wettelijke basis is voor het verrekenen van de door het CVZ berekende correctie met de subsidie voor het jaar 2006.

2.4. Het CVZ heeft zich op het standpunt gesteld dat het eerste lid van artikel 6.2.23 van de regeling bepaalt dat de niet bestede subsidie wordt gereserveerd en dat het zevende lid bepaalt dat het bedrag van de reservering in enig jaar niet hoger mag zijn dan 10% of meer van de voor dat jaar verleende subsidie. Door de verwijzing in het zevende lid naar het eerste lid kon het zevende lid zo worden uitgelegd, dat dit alleen betrekking had op de toevoeging aan de egalisatiereserve over een bepaald jaar en niet op de stand van de totale, gedurende de voorafgaande jaren opgebouwde, egalisatiereserve . Het toegevoegde achtste lid geeft volgens het CVZ nu uitdrukkelijk aan dat de toevoeging niet mogelijk is als de egalisatiereserve aan het begin van het jaar al 10% van de voor dat jaar verleende subsidie bedraagt. Met de regeling zoals vervat in artikel 6.2.23, eerste, zevende en achtste lid, dient, zoals ter zitting nader uiteen is gezet, te worden voorkomen dat de totale egalisatiereserve ieder jaar groter wordt, aldus het CVZ.

2.5. Artikel 6.2.23 van de Regeling is opgenomen in paragraaf 2 van de Regeling. Deze paragraaf bevat bepalingen over subsidies ten laste van het Zorgverzekeringsfonds. Gelet op de systematiek van deze pagraaf, die onder meer blijkt uit artikel 6.2.9, eerste lid, kan worden vastgesteld dat de instellingssubsidie een jaarsubsidie is. De reservering als bedoeld in artikel 6.2.23, eerste lid, van de Regeling heeft dus betrekking op het niet geheel besteden van voor een bepaald jaar verleende subsidie. Ingevolge het zevende lid mag deze reservering maximaal 10% bedragen van de voor dat bepaalde jaar verleende subsidie.

Deze bepaling sluit niet, althans niet duidelijk, uit dat het totaal van de in opeenvolgende jaren opgebouwde reserve het bedrag overeenkomend met 10% van de in enig jaar toegekende subsidie niet zou kunnen overschrijden. Het per 1 januari 2006 aan artikel 6.2.23 toegevoegde achtste lid sluit dit evenmin met zoveel woorden uit, nu dit artikellid evenzeer naar de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse subsidiering en besteding van gelden verwijst, maar dit artikellid geeft wel duidelijk aan dat indien dit het geval is, geen toevoeging meer aan de bestaande reserve kan plaatsvinden. Dit betekent dat, gegeven de omvang van de per 31 december 2005 bestaande egalisatiereserve, geen toevoeging daaraan meer kan plaatsvinden van over 2006 toegekende, maar niet voor het uitvoeren van activiteiten benutte, subsidie. Voor aantasting van de per 31 december 2005 bestaande reserve biedt het achtste lid evenwel geen grondslag; dit artikellid is immers beperkt tot eventuele toevoeging aan de bestaande reserve, die blijkens het slotdeel van deze bepaling ook meer dan 10% van de voor dat jaar verleende subsidie kan bedragen. Het CVZ heeft daarom ten onrechte een correctie toegepast die niet is beperkt tot het bedrag dat als reservering van over 2006 toegekende maar niet benutte subsidiegelden maximaal aan de reserve had kunnen zijn toegevoegd.

2.6. Reeds gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond. Hetgeen de stichting overigens heeft aangevoerd behoeft onder deze omstandigheden geen bespreking. Het bestreden besluit dient, voor zover het de hiervoor bedoelde correctie betreft, te worden vernietigd. Het CVZ dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van het College zorgverzekeringen van 1 oktober 2008, kenmerk PAK/28089526, voor zover het bij de vaststelling van de instellingssubsidie voor het jaar 2006 een correctie heeft toegepast van € 5.917,00 op de egalisatiereserve;

III. gelast dat het College zorgverzekeringen aan Stichting Gezondheidscentra Maastricht het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W. van den Brink, voorzitter, en mr. C.W. Mouton en mr. W.D.M. van Diepenbeek, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Roelfsema, ambtenaar van Staat.

w.g. Van den Brink w.g. Roelfsema

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2009

164.