Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ4044

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-07-2009
Datum publicatie
29-07-2009
Zaaknummer
200806017/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2008, kenmerk 2008-34.714/26/B.8, RP, heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Stadskanaal (hierna: de raad) bij besluit van 29 oktober 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Musselkanaal".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200806017/1/R2.

Datum uitspraak: 29 juli 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal,

en

het college van gedeputeerde staten van Groningen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2008, kenmerk 2008-34.714/26/B.8, RP, heeft het college van gedeputeerde staten van Groningen (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Stadskanaal (hierna: de raad) bij besluit van 29 oktober 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Musselkanaal".

Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, per faxbericht bij de Raad van State ingekomen op 5 augustus 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 3 september 2008.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de raad een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. Het college en [belanghebbende] hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juli 2009, waar [appellant], bijgestaan door mr. A.A. Westers, advocaat te Groningen, en het college, vertegenwoordigd door ing. F.W. Antoni, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door G. Metselaar, ambtenaar in dienst van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Het plan voorziet in een planologisch-juridische regeling voor de kern Musselkanaal en het vormt een herziening van het vorige bestemmingsplan "Musselkanaal".

2.3. Het college heeft goedkeuring onthouden aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden 1 (W1)" dat betrekking heeft op het perceel Horsten 94, voor zover in het rood omkaderd op de plankaart. Het college stelt zich op het standpunt dat het plandeel nieuwbouw van woningen binnen een afstand van 50 meter tot het tegenover gelegen agrarische bedrijf, gelegen aan Horsten 69, niet uitdrukkelijk uitsluit. Volgens het college zou de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf hierdoor ernstig belemmerd kunnen worden.

2.4. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden 1 (W1)" dat betrekking heeft op zijn perceel [locatie a], voor zover in het rood omkaderd op de plankaart. Volgens hem worden de bebouwingsmogelijkheden op zijn perceel door de onthouding van goedkeuring ten onrechte beperkt. De bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf zal niet worden belemmerd door de woonbestemming op de desbetreffende gronden, aldus [appellant].

2.5. Ingevolge artikel 3.1 van de planvoorschriften, aanhef en onder a, zijn de op de kaart voor Woondoeleinden 1 aangewezen gronden bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis.

Ingevolge artikel 3.2.2, onder d, van de planvoorschriften mag het aantal hoofdgebouwen per bouwperceel ten hoogste het bestaande aantal bedragen, tenzij de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "invullocatie", in welk geval het aantal hoofdgebouwen per bestemmingsvlak ten hoogste het op de kaart in het bestemmingsvlak aangegeven aantal mag bedragen.

2.6. De Afdeling overweegt dat, gezien de overgelegde stukken, waaronder het deskundigenbericht, niet uitgesloten kan worden geacht dat de aanwezigheid van een woning op het gedeelte van het perceel waarop de onthouding van goedkeuring ziet, bezwaren met zich zal brengen voor het agrarische bedrijf gelegen aan [locatie b]. Daartegenover staat dat niet valt in te zien dat [appellant] door de onthouding van goedkeuring ernstig in zijn belangen wordt geschaad. Hiertoe overweegt de Afdeling dat wat betreft het overige gedeelte van het perceel de bestemming "Woondoeleinden 1 (W1)" is goedgekeurd en dat dit gedeelte een zodanige oppervlakte heeft dat vele mogelijkheden voor situering van een woning resteren. Overigens staat op dit perceelsgedeelte al een woning en heeft de onthouding van goedkeuring hiervoor geen gevolgen. Weliswaar ontneemt de onthouding van goedkeuring [appellant] de mogelijkheid om, zoals hij heeft aangevoerd, bij eventuele verplaatsing van de woning naar het noordwestelijk gedeelte van zijn perceel deze in dezelfde voorgevellijn als de huidige woning te bouwen, doch niet aannemelijk is gemaakt dat de bebouwingsmogelijkheden op zijn perceel hierdoor op onaanvaardbare wijze worden beperkt. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de voorgevels van de andere, aan dezelfde kant van de Horsten gelegen, woningen verspringen.

2.7. Voor zover [appellant] betoogt dat hij ten gevolge van de onthouding van goedkeuring geen extra woningen op zijn perceel kan bouwen, kan hij daarin niet worden gevolgd. Immers, nu op het perceel al een woning staat en het perceel niet is voorzien van de aanduiding "invullocatie", laat voornoemd artikel 3.2.2, onder d, van de planvoorschriften, de bouw van extra woningen niet toe. De bestreden onthouding van goedkeuring heeft hierin geen verandering gebracht.

2.8. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plandeel met de bestemming "Woondoeleinden 1 (W1)" dat betrekking heeft op het perceel Horsten 94, voor zover in het rood omkaderd op de plankaart in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2.9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.P. de Rooy, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. De Rooy

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2009

59-599.