Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ3380

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
23-07-2009
Zaaknummer
200902256/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 januari 2009 heeft de raad van de gemeente Den Haag (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Ypenburg-Nootdorp, tweede herziening (deelplan 19)" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200902256/2/R3.

Datum uitspraak: 15 juli 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1. [verzoeker sub 1], wonend te [woonplaats],

2. de gemeente Pijnacker-Nootdorp,

3. [verzoeker sub 3], wonend te [woonplaats],

en

de raad van de gemeente Den Haag,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2009 heeft de raad van de gemeente Den Haag (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Ypenburg-Nootdorp, tweede herziening (deelplan 19)" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2009, de gemeente Pijnacker-Nootdorp bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2009, en [verzoeker sub 3] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2009, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2009, heeft [verzoeker sub 1] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2009, heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2009, heeft [verzoeker sub 3] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 26 juni 2009, waar [verzoeker sub 1], de gemeente Pijnacker-Nootdorp, vertegenwoordigd door mr. C.H. Norde, advocaat te Leiden, en R. Broekhuijzen en A. Peiterman, [verzoeker sub 3], bijgestaan door mr. M. Woestenenk, advocaat te Rotterdam, en de raad, vertegenwoordigd door drs. M. Houtman, ambtenaar in dienst van de gemeente, W.I. Eygendaal en T.H.L. Bruring, zijn verschenen.

Voorts zijn ter zitting het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: het Hoogheemraadschap), vertegenwoordigd door mr. T. Dreessen en ir. J. Tighelaar, ambtenaren in dienst van het Hoogheemraadschap, Dura Vermeer Bouw Leidschendam BV (hierna: Dura Vermeer), vertegenwoordigd door mr. D.A. Cleton en A. Broekhuizen, en Politie Haaglanden, vertegenwoordigd door M. Fockema Andreae, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het plan betreft een herziening van het plan "Ypenburg-Nootdorp", voor zover dat ziet op het gebied dat aan het noorden en noordwesten wordt begrensd door de Ypenburgse Stationsweg, aan het zuidoosten door het Gooland en de Veenweg en aan het zuidwesten door het Kanaal (Molensloot) en bestaande bebouwing van Ypenburg.

2.3. De verzoeken van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 3] zijn gericht tegen het plandeel met de bestemming "Wonen 2" en gedeeltelijk de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering". Het verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft onder meer betrekking op de wijziging van de aanduiding 'aardewal' in de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering", die bij de vaststelling van het plan is aangebracht ten opzichte van het ontwerp.

De gemeente Pijnacker-Nootdorp, [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 3] betogen dat het plan op dit punt ten onrechte met zich brengt dat percelen van inwoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, waaronder die van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 3], binnen de beschermingszone van de waterkering komen te liggen, waardoor beperkingen in de bouwmogelijkheden zullen ontstaan. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 3] voeren tevens aan dat het plan in zoverre toekomstige bebouwing in de beschermingszone van de waterkering mogelijk maakt, hetgeen waterstaatkundig ongewenst is. Volgens hen is het verplaatsen van de waterkering in noordwestelijke richting, op gronden die thans in het plan de bestemming "Wonen 2" zonder de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering" hebben gekregen, een beter alternatief. [verzoeker sub 3] betoogt tevens dat niet valt in te zien waarom een bouwhoogte van elf meter wordt toegestaan in de beschermingszone van de waterkering. Volgens hem is een dergelijke hoogte niet in overeenstemming met de bebouwing in de omgeving.

De gemeente Pijnacker-Nootdorp betoogt dat ten onrechte geen overleg met haar is gevoerd over de wijziging van de aanduiding 'aardewal' in de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering". Voordat de raad tot vaststelling van het plan kon overgaan, had volgens haar een waterkering op het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp gerealiseerd moeten zijn, dan wel had instemming van de gemeente Pijnacker-Nootdorp dienen te zijn verkregen. Dit is niet gebeurd, aldus de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Tot slot voert zij aan dat het in de rede ligt dat de gemeente Den Haag aanbiedt om alle kosten, die gepaard gaan met een mogelijke wijziging van het bestemmingsplan om een waterkering op het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp mogelijk te maken, voor haar rekening te nemen. Onder deze kosten vallen eveneens planschadeverzoeken, aldus de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

De beroepsgrond dat ten onrechte niet inzichtelijk is gemaakt of de aardgastransportleiding past op gronden met de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering" heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp ter zitting ingetrokken.

2.4. In het ontwerpplan was een strook grond gelegen achter de percelen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 3] aangewezen voor "Wonen 2" met gedeeltelijk de aanduiding 'aardewal'.

Ingevolge artikel 13.I van de regels van het ontwerpplan waren de gronden daarmee bestemd voor:

a. vrijstaande en halfgeschakelde woningen;

b. bijbehorende bijgebouwen, andere bouwwerken, tuinen en erven, en parkeergelegenheid.

Ingevolge artikel 13.II, eerste lid, onder d, van de regels van het ontwerpplan zijn ter hoogte van de aanduiding 'aardewal' geen gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en diepwortelende beplanting toegestaan.

In het vierde lid, onder a, van dit artikel was bepaald dat ter hoogte van de aanduiding 'aardewal' een aardewal aanwezig dient te zijn met een uiteindelijke maximale en minimale hoogte van -1,25 meter N.A.P.

Bij de vaststelling van het plan is de aanduiding 'aardewal' vervangen door de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering".

Ingevolge artikel 13.I., eerste lid, van de planregels - voor zover hier van belang - zijn de op de plankaart voor "Waterstaat-waterkering" aangewezen gronden primair bestemd voor de instandhouding van een waterkering, secundair voor de bestemming in artikel 11 "Wonen 2", voor zover deze met de bestemming "Waterkering (dubbelbestemming)" samenvalt.

Ingevolge artikel 13.II van de planregels - voor zover hier van belang - gelden voor het bouwen op de voor "Waterstaat-waterkering (dubbelbestemming)" aangewezen gronden de volgende bepalingen:

1. ten behoeve van de "Waterstaat-waterkering (dubbelbestemming)" zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan;

2. ten behoeve van de bestemming in artikel 11 "Wonen 2" zijn geen bouwwerken toegestaan.

2.5. De voorzitter is van oordeel dat niet boven alle twijfel is verheven dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp als belanghebbende bij het plan op dit punt in de bodemprocedure zal worden aangemerkt, nu op voorhand niet is gebleken dat er bij het besluit op dit punt vermogensrechtelijke dan wel andere belangen van de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn gemoeid.

De voorzitter is verder gebleken dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp geen zienswijze heeft ingediend tegen de in het ontwerpplan opgenomen aanduiding 'aardewal'. Weliswaar is bij de vaststelling van het plan deze aanduiding vervangen door de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering", maar niet boven alle twijfel is verheven dat in zoverre voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp een ongunstiger situatie is bewerkstelligd.

De voorzitter zal er evenwel voor de behandeling van het verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp niettemin van uitgaan dat het beroep van de gemeente Pijnacker-Nootdorp in de bodemprocedure in zoverre ontvankelijk zal worden verklaard.

2.5.1. In het plan is niets bepaald over een beschermingszone van de waterkering ter plaatse van de naastgelegen percelen. Hetgeen aangaande de beschermingszone in de plantoelichting wordt opgemerkt, doet aan het vorenstaande niet af, aangezien deze toelichting geen deel uitmaakt van het plan, zodat daaraan geen bindende betekenis toekomt. Overigens zal volgens de plantoelichting een beschermingszone op grond van de Delflandse Keur 2008 gaan gelden, zodra een besluit tot wijziging van de legger is genomen. Ter zitting heeft het Hoogheemraadschap verklaard dat een dergelijk besluit niet eerder wordt verwacht dan in het voorjaar van 2010. Tegen een dergelijk besluit kunnen rechtsmiddelen worden aangewend.

Voor zover het verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is ingegeven door de vrees dat op korte termijn de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp een bestemmingsplan dient op te stellen om een waterkering op haar grondgebied mogelijk te maken, overweegt de voorzitter dat de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp het opstellen van een bestemmingsplan ter plaatse in eigen hand heeft.

2.5.2. Wat betreft de gronden die in het plan de bestemming "Wonen 2" zonder de dubbelbestemming "Waterstaat-waterkering" hebben gekregen, is ter zitting door Dura Vermeer toegezegd dat pas een bouwaanvraag zal worden ingediend, nadat de bodemprocedure is afgerond. Gelet hierop ontbreekt ook in zoverre de voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste onverwijlde spoed.

2.5.3. Gelet op het voorgaande komen de verzoeken van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 3] en het verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp op dit punt niet voor inwilliging in aanmerking.

2.6. Het verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is verder gericht tegen het plan, voor zover dit bouwwerken met een hoogte van meer dan vijftien meter mogelijk maakt. Zij betoogt dat bouwwerken van meer dan vijftien meter hoog niet in overeenstemming zijn met het aangrenzende gebied van Nootdorp.

2.6.1. De voorzitter is van oordeel dat niet boven alle twijfel is verheven dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp als belanghebbende bij het plan op dit punt in de bodemprocedure zal worden aangemerkt, nu voorshands niet is gebleken dat er bij het besluit op dit punt vermogensrechtelijke dan wel andere belangen van de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn gemoeid.

Niettemin zal de voorzitter er in het kader van de behandeling van dit verzoek voorshands van uitgaan dat het beroep van de gemeente Pijnacker-Nootdorp in de bodemprocedure op dit punt ontvankelijk zal worden verklaard.

2.6.2. Het plan maakt gebouwen van meer dan vijftien meter hoog mogelijk langs de randen van het plangebied. Ter zitting is door de raad verklaard dat de voorziene maximale bouwhoogten ter plaatse doorgaans lager zijn dan onder het oude planologische regime. De in het plan opgenomen maximale bouwhoogten zijn volgens de raad ingegeven door de wens om de rand van deelplan 19 een stedenbouwkundige eenheid te laten vormen. Aan de buitenzijde wordt dit bereikt door een overwegend gesloten bebouwing in zes bouwlagen, aan de binnenzijde bestaat deze zone uit overwegend vier bouwlagen, waarmee wordt aangesloten op de overwegend lagere bebouwing in het binnengebied van het deelplan. Verder zijn de voorziene bouwhoogten langs de rand van het deelplan gewenst uit akoestisch oogpunt om het binnengebied af te schermen voor verkeerslawaai ten gevolge van de A12 en de Ypenburgse Stationsweg, aldus de raad.

De raad heeft zich naar het voorlopig oordeel van de voorzitter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de bouwhoogten langs de randen van het plangebied aansluiten op het aangrenzende gebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Hierbij betrekt de voorzitter dat nabij de Veenweg een stapsgewijze afbouw van de bouwhoogten plaatsvindt van 28 naar 18, 8 en 5 meter. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter in hetgeen de gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor de verwachting dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De conclusie is dat het verzoek van de gemeente Pijnacker-Nootdorp ook op dit punt niet voor inwilliging in aanmerking komt.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2009

466.