Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ2639

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
15-07-2009
Zaaknummer
200807481/1/H1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 oktober 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kwekerij Stuifakker B.V. (hierna: Kwekerij Stuifakker) bouwvergunning 1e fase verleend voor het bouwen van een bedrijfswoning op het perceel Langeweg 8 te Rockanje (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200807481/1/H1.

Datum uitspraak: 15 juli 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. [appellanten], allen wonend te Rockanje,

2. het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2008 in zaak nr. 07/4678 in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kwekerij Stuifakker B.V., gevestigd te Westvoorne,

en

het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 oktober 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westvoorne (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kwekerij Stuifakker B.V. (hierna: Kwekerij Stuifakker) bouwvergunning 1e fase verleend voor het bouwen van een bedrijfswoning op het perceel Langeweg 8 te Rockanje (hierna: het perceel).

Bij besluit van 30 oktober 2007 heeft het college, opnieuw beslissend op de door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaren, die bezwaren gegrond verklaard en de bij besluit van 21 oktober 2004 verleende bouwvergunning ingetrokken.

Bij besluit van 4 maart 2008 heeft het college het besluit van 30 oktober 2007 vervangen door een besluit met dezelfde inhoud, aangevuld met de weigering vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen.

Bij uitspraak van 29 augustus 2008, verzonden op 2 september 2008, heeft de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) het door Kwekerij Stuifakker tegen het besluit van 30 oktober 2007 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, het door Kwekerij Stuifakker tegen het besluit van 4 maart 2008 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het college met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen opnieuw op de bezwaren beslist. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 oktober 2008, en het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 oktober 2008, hoger beroep ingesteld. [appellanten] hebben hun hoger beroep aangevuld bij brief van 7 november 2008. Het college heeft zijn hoger beroep aangevuld bij brief van 4 november 2008.

[appellanten] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 juni 2009, waar [appellant], in persoon en bijgestaan door mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, het college, vertegenwoordigd door mr. N.J.H.M. Slaats, ambtenaar in dienst van de gemeente, en Kwekerij Stuifakker, vertegenwoordigd door mr. P. Rens, advocaat te Rotterdam, en [gemachtigde], zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Op de gronden waarop het bouwplan is voorzien rust ingevolge het bestemmingsplan "Landelijk Gebied Rockanje (2e herziening)" de bestemming "AL-Agrarisch gebied met landschappelijke waarde" en de subbestemming "Alk-glastuinbouwbedrijven".

2.2. Ingevolge artikel 1, tweeëntwintigste lid, van de planvoorschriften wordt onder bedrijfswoning/dienstwoning verstaan: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de uitoefening van het bedrijf respectievelijk de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, zijn de gronden op de kaart aangewezen voor agrarisch gebied met landschappelijke waarde ter plaatse van de subbestemming Alk bestemd voor: de uitoefening van een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 1, tiende lid, sub a en b, alsmede het behoud en/of herstel van de landschappelijke waarden.

Ingevolge artikel 9, tweede lid, aanhef en onder c, mogen op deze gronden - met inachtneming van het eerste lid - uitsluitend bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen met bijbehorende bijgebouwen, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat:

c. de gebouwen, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, slechts zijn toegestaan indien deze mede gelet op de aard, de omvang, de inrichting en de redelijkerwijs te verwachten continuïteit van het betrokken bedrijf - voor een doelmatige bedrijfsvoering nodig zijn.

2.3. Bij besluit van 9 juni 2005 heeft het college, voor zover thans van belang, de door [appellanten] tegen het besluit van 21 oktober 2004 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 maart 2006 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Bij uitspraak van 17 januari 2007 in zaak nr. 200602968/1 heeft de Afdeling, voor zover thans van belang, die beslissing bevestigd. De Afdeling heeft in haar uitspraak in het kader van de vraag of het oprichten van de bedrijfswoning noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering, zoals bepaald in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder c, van de planvoorschriften, overwogen dat uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting van de Afdeling niet is gebleken dat de bedrijfsvoering ter plaatse zoveel tijd en aandacht van de directeur of medewerkers van Kwekerij Stuifakker opeist dat op grond daarvan een noodzaak als bedoeld in artikel 1, tweeëntwintigste lid, van de planvoorschriften moet worden aangenomen om op het bedrijfsperceel te wonen. De Afdeling heeft in die uitspraak tevens in aanmerking genomen dat Kwekerij Stuifakker met haar stellingen ter zitting van de rechtbank dat de voorgestane teelt continu bijsturing behoeft, dat zeer geregeld gewascontrole nodig is en dat ook de beregening niet computergestuurd wordt, de noodzaak van het ter plaatse wonen niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt en voorts overwogen dat deze noodzaak niet wordt onderbouwd in enig deskundigenrapport.

2.4. Het college en [appellanten] betogen dat de rechtbank, door te overwegen dat het besluit van 4 maart 2008 onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd, heeft miskend dat in de adviezen van de Stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (hierna: de AAB) van 27 april, 27 juni en 6 september 2007 voldoende is gemotiveerd dat de bedrijfswoning vanuit het oogpunt van een doelmatige bedrijfsvoering niet noodzakelijk is. Zij voeren hiertoe aan dat de overweging van de rechtbank dat het begrip "noodzaak" moet worden uitgelegd als "het hebben van een reëel belang", in strijd is met de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2007.

2.4.1. Dit betoog slaagt niet. De rechtbank heeft terecht, onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van ondermeer 25 augustus 2004 in zaak nr. 200307117/1 en 24 januari 2007 in zaak nr. 200606520/1 overwogen dat de term "noodzaak", zoals gebezigd in de hiervoor weergegeven passage in de uitspraak van 17 januari 2007, aldus moet worden uitgelegd dat de betrokkene een reëel belang moet hebben om bij het bedrijf te wonen. De rechtbank heeft evenzeer terecht de geciteerde passage aldus begrepen dat de Afdeling in die uitspraak heeft geoordeeld dat Kwekerij Stuifakker nog niet aan de hand van enig deskundigenrapport aannemelijk heeft weten te maken dat zij een dergelijk belang heeft.

2.4.2. Kwekerij Stuifakker heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat een bedrijfswoning noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering twee deskundigenrapporten overgelegd, te weten een rapport van DLV Plant BV van 2 maart 2007 en een rapport van LTO Noord van 13 juni 2007. In het eerstgenoemde rapport is vermeld dat de voorgenomen biologische teelt permanent toezicht vergt, ook buiten reguliere werktijden van het personeel. In het laatst vermelde rapport wordt geconcludeerd dat naast teelttechnische redenen, het ook om andere redenen van belang is om bij het bedrijf te wonen, zoals vanwege het ontvangen van producten en vertegenwoordigers, het bewaken van het bedrijf en het aansturen van losse arbeidskrachten. Daarbij wordt erop gewezen dat het bedrijf werk biedt aan 1,7 arbeidskrachten.

Het college heeft aan het besluit tot intrekking van de bouwvergunning van 4 maart 2008 de in overweging 2.4 genoemde adviezen van de AAB ten grondslag gelegd. In deze adviezen wordt geconcludeerd dat een bedrijfswoning de combinatie van bedrijf en privé weliswaar ten goede zal komen, maar dat de noodzaak van een bedrijfswoning vanuit het oogpunt van doelmatigheid ontbreekt. Ter zitting van de rechtbank heeft het college desgevraagd bevestigd dat zowel de AAB als het college de term "noodzakelijk" zodanig hebben uitgelegd dat een bedrijfswoning alleen is toegelaten, als het betrokken agrarisch bedrijf zonder een dergelijke woning niet kan worden geëxploiteerd.

2.4.3. Met de door Kwekerij Stuifakker overgelegde deskundigenrapporten is voldoende aannemelijk gemaakt dat een noodzaak in de zin van een reëel belang aanwezig is om bij het bedrijf te wonen. Deze conclusie wordt onvoldoende weerlegd door de adviezen van de AAB. Gelet op de in overweging 2.4.1 vermelde jurisprudentie wordt immers in de adviezen van de AAB, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, een te enge uitleg aan de term "noodzaak" gegeven. Voorts kan, anders dan de rechtbank heeft overwogen, uit het rapport van LTO Noord worden afgeleid dat de woning doelmatig is in de zin van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder c, van de planvoorschriften, nu in dat rapport op basis van onder meer de aard, de omvang, de inrichting en de continuïteit van het bedrijf wordt geconcludeerd dat een reëel belang bestaat om bij het bedrijf te wonen.

2.5. Het vorenstaande in aanmerking genomen heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college zijn besluit van 4 maart 2008 niet op de adviezen van de AAB kon baseren.

2.6. De hoger beroepen zijn ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van de gronden waarop zij rust, te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de gemeente Westvoorne griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) heft.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2009

488.