Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BJ1901

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
08-07-2009
Zaaknummer
200901398/1/H1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: het college) vrijstelling verleend ten behoeve van het wijzigen van de dwarsprofielen van de Jan de Heemstraat en de Bloemaertlaan te Alkmaar conform de tekening 'parkeerplaatsen' van Klous en Brandjes Architecten bna W-010 van 2 november 2007.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

200901398/1/H1.

Datum uitspraak: 8 juli 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de vereniging Buurtoverleg de Hoef 'Geestmolen', [appellanten b], gevestigd onderscheidenlijk wonend te Alkmaar,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 12 januari 2009 in zaken nrs. 08/878 en 08/941 in het geding tussen:

1. de vereniging Buurtoverleg De Hoef 'Geestmolen',

2. [appellanten b]

en

het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 december 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (hierna: het college) vrijstelling verleend ten behoeve van het wijzigen van de dwarsprofielen van de Jan de Heemstraat en de Bloemaertlaan te Alkmaar conform de tekening 'parkeerplaatsen' van Klous en Brandjes Architecten bna W-010 van 2 november 2007.

Bij besluit van 12 februari 2008 heeft het college de door de vereniging Buurtoverleg de Hoef 'Geestmolen', [appellanten b] (hierna: het Buurtoverleg en anderen) daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 januari 2009, verzonden op 16 januari 2009, heeft de rechtbank Alkmaar (hierna: de rechtbank) de door het Buurtoverleg en anderen daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben het Buurtoverleg en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 februari 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brieven van 26 februari, 5 maart en 16 maart 2009.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Segesta heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het buurtoverleg en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak, gezamenlijk met zaak nr. 200901399/1, ter zitting behandeld op 16 juni 2009, waar het buurtoverleg en anderen, vertegenwoordigd door [een van de appellanten], bijgestaan door [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door mr. M. Blom, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Segesta, vertegenwoordigd door mr. J.P.A.M. van Balen, advocaat te Amsterdam, en [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Bij besluit van 28 februari 2007, dat onderwerp van geschil is in de hiervoor vermelde zaak nr. 200901399/1, heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Segesta Exploitatie B.V. (hierna: Segesta) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 74 appartementen met parkeervoorziening op een perceel gelegen aan De Vliegerstraat/Jan de Heemstraat, plaatselijk bekend De Vliegerstraat ongenummerd, te Alkmaar (hierna: het perceel). Bij besluit van 5 december 2007, genomen op de bezwaren tegen dit bouwplan, heeft het college tevens ontheffing verleend van artikel 2.5.30 van de bouwverordening van de gemeente Alkmaar (hierna: de bouwverordening), omdat op andere dan in het eerste lid van dat artikel vermelde wijze in de voor het bouwplan benodigde parkeerplaatsen wordt voorzien.

Om die parkeerplaatsen mogelijk te maken heeft het college het in deze procedure aan de orde zijnde besluit van 5 december 2007 tot herinrichting van de Jan de Heemstraat en de Bloemaertlaan genomen. Op de gronden waarop dat besluit ziet, rust ingevolge het bestemmingsplan "De Hoef II" (hierna: het bestemmingsplan) de bestemming "Wegen". Het besluit is daarmee in strijd. Het college heeft krachtens artikel 25, tweede lid, van de planvoorschriften vrijstelling van het bestemmingsplan verleend.

2.2. Ingevolge artikel 25, eerste lid, aanhef en onder a, van de planvoorschriften zijn de op de plankaart voor "Wegen"aangewezen gronden bestemd voor de aanleg van wegen, straten, plantsoenstroken, pleinen en de daarbij nodige weg- en waterbouwkundige kunstwerken, met dien verstande dat de indeling der gronden in rijstroken, parkeerstroken, fietspaden, voetpaden, bermen, bermsloten en dergelijke zal beantwoorden aan de op de kaart aangegeven dwarsprofielen en hetgeen ter zake op de plankaart is aangegeven.

Ingevolge het tweede lid is het college bevoegd vrijstelling te verlenen van de maten van de elementen van een dwarsprofiel als bedoeld in het eerste lid, onder a, tot een maximum van 3 m, met dien verstande dat het wegdek niet meer dan 0,50 m wordt verhoogd ten opzichte van de hoogte op het tijdstip van onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan.

2.3. Het Buurtoverleg en anderen betogen tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat de vrijstellingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de planvoorschriften, buiten toepassing moet blijven, voor zover daarbij vrijstelling kan worden verleend voor parkeervakken op een afstand van minder dan vijf meter van een kruispunt, aangezien het een bestuurder van een voertuig niet vrijstaat daarvan gebruik te maken, gelet op artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Dit betoog mist feitelijke grondslag, nu uit de bij het besluit van 5 december 2007 behorende tekening blijkt dat de vrijstelling niet voorziet in parkeervakken die op minder dan 5 m afstand van een kruispunt zijn gelegen.

2.4. Het Buurtoverleg en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat voor het besluit tot herinrichting van de Jan de Heemstraat en de Bloemaertlaan geen vrijstelling van het bestemmingsplan mocht worden verleend. Zij voeren hiertoe aan dat de voorziene herinrichting in strijd is met de verplichte normen van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: het CROW), te weten de Aanbevelingen verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (hierna: de ASVV) en dat beide straten te smal worden voor het drukke fiets- en autoverkeer, zodat gevaarlijke situaties ontstaan. Bovendien is de stoep aan de Bloemaertlaan op sommige plaatsen te smal, aldus het Buurtoverleg en anderen.

2.4.1. In ASVV-norm 12.2.11 wordt een wegbreedte van 4,6 m als minimum vermeld voor de situatie "tweerichtingsverkeer auto". In deze aanbeveling wordt een breedte van 1 m als minimum voor het trottoir gehanteerd. Voorts wordt een wegbreedte van 4,4 m als minimum vermeld voor de situatie "eenrichtingverkeer auto, tweerichtingsverkeer fiets".

In ASVV-norm 12.2.19 wordt een breedte van 4,45 m als minimum vermeld voor een parkeerhaven voor gestoken parkeren met overstek bij een parkeerhoek van 45º. Tevens is vermeld dat gestoken parkeren niet wordt toegepast in een fietsroute bij veel parkeerwisselingen.

2.4.2. Het college heeft in het besluit op bezwaar vermeld dat de Bloemaertlaan en de Jan de Heemstraat zijn aan te merken als straten binnen een verblijfsgebied waar een 30 km-regime geldt en dat aldaar voornamelijk sprake is van een woonfunctie. Voorts heeft het college vermeld dat de wegen voornamelijk door bestemmingsverkeer en fietsers zullen worden gebruikt, dat slechts incidenteel sprake zal zijn van vrachtverkeer en dat de voorziene herinrichting van de straten met duidelijk aangewezen parkeerplaatsen planologisch aanvaardbaar is en aansluit bij de inrichting van een straat in een woonwijk. Het college heeft zich voorts bij de besluitvorming gebaseerd op de ASVV-normen en de Ontwerpwijzer fietsverkeer, beide opgesteld door het CROW.

2.4.3. Ten aanzien van de Bloemaertlaan heeft het college gemotiveerd dat na herinrichting aan de ene zijde een stoep van 4,5 tot 13,5 m breed aanwezig zal zijn, daarnaast een parkeervak van 2 m breed en aan de andere zijde een stoep van 1,5 m breed, zodat een rijbaan van 4,6 m beschikbaar zal zijn. Dit voldoet aan de minimum wegbreedte voor tweerichtingsverkeer auto, als vermeld in ASVV-norm 12.2.11, en aan de aldaar vermelde minimumbreedte voor het trottoir, aldus het college.

2.4.4. Ten aanzien van de Jan de Heemstraat heeft het college gemotiveerd dat daar een stoep van 1,5 m breed zal zijn, een parkeervak van 4,5 m breed voor gestoken parkeren met overstek en een stoep van ruim 4 m breed, zodat een rijbaan van 4 m beschikbaar zal zijn. De Jan de Heemstraat kent eenrichtingverkeer voor auto's en tweerichtingsverkeer voor fietsers. Voor een dergelijke straat beveelt ASVV-norm 12.2.11 een minimale breedte van 4,4 m aan. Het college heeft in het besluit op bezwaar vermeld dat wordt voldaan aan de specifieke richtlijnen voor gestoken parkeervakken, die het CROW heeft opgenomen in de Ontwerpwijzer fietsverkeer. Voorts heeft het college erop gewezen dat de versmalling van de Jan de Heemstraat slechts een korte afstand betreft van ongeveer 80 m en dat het acceptabel is dat een auto korte tijd achter fietsers blijft rijden. Het heeft ter onderbouwing van dit standpunt verwezen naar het e-mailbericht van 22 april 2008 van het CROW dat desgevraagd heeft toegelicht dat de onmogelijkheid voor auto's om fietsverkeer te passeren niet als ongewenst wordt beschouwd, omdat de fietser in dergelijke situaties de maatgevende snelheid bepaalt. Volgens het CROW schept het duidelijkheid als een wegprofiel te krap is voor autoverkeer om fietsers in te halen en wordt vaak gekozen voor òf een breed profiel waarbij passeren op een veilige manier mogelijk is, òf een smal profiel waarbij het zo moeilijk is om elkaar te passeren dat de fietser de snelheid bepaalt. Maatvoering ertussenin kan twijfelgedrag oproepen, aldus het bericht van het CROW. Anders dan het Buurtoverleg en anderen betogen kan de omstandigheid dat het CROW nooit adviezen in specifieke verkeerssituaties geeft - wat hiervan zij - niet leiden tot het daarmee door hen beoogde resultaat, omdat het CROW in dit geval een algemene toelichting heeft gegeven op de wenselijkheid van een krap profiel voor gemengd verkeer.

Het college heeft ten slotte gemotiveerd dat in de Jan de Heemstraat geen sprake zal zijn van veel parkeerwisselingen, zodat in overeenstemming met ASVV-norm 12.2.19 kon worden voorzien in gestoken parkeervakken. In opdracht van de rechtbank heeft StAB gerechtelijke omgevingsdeskundigen (hierna: de StAB) in de beroepsprocedure betreffende de vrijstelling en bouwvergunning van het appartementencomplex, die onderwerp zijn van geschil in zaak nr. 200901399/1, een onderzoek uitgevoerd naar onder meer de huidige parkeerdruk in de Jan de Heemstraat. In het advies van de StAB van 15 december 2008 is in dit verband ten aanzien van de toekomstige parkeercapaciteit vermeld dat de bezoekers van het nabijgelegen muziekcentrum kunnen worden aangemerkt als langparkeerders, aangezien zij doorgaans een parkeerplaats langer bezet zullen houden dan winkelend publiek dat als kort parkerend kan worden beschouwd.

2.4.5. Gelet op de hiervoor onder 2.4.2 tot en met 2.4.4 door het college gegeven motivering en gelet op de omstandigheid dat het Buurtoverleg en anderen niet met een deskundig tegenadvies aannemelijk hebben gemaakt dat de rechtbank haar oordeel niet mocht baseren op het advies van de StAB, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de herinrichting van de Bloemaertlaan overeenkomstig de door het CROW aanbevolen normen zal worden uitgevoerd en dat de afwijking van de ASVV-normen ten aanzien van de Jan de Heemstraat voldoende met redenen is onderbouwd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat, anders dan het Buurtoverleg en anderen betogen, de ASVV-normen aanbevelingen zijn en, zoals uit een eerdere uitspraak van de Afdeling kan worden afgeleid (uitspraak van 26 november 2008 in zaak nr. 200800973/1; www.raadvanstate.nl) het college niet verplicht is die te volgen, maar als het die heeft toegepast als richtlijn, daar gemotiveerd van mag afwijken, zoals het in dit geval toereikend heeft gedaan. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de herinrichting verkeerstechnisch aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid van de fietsers en voetgangers niet in het gedrang komt.

2.5. De betogen van het Buurtoverleg en anderen dat het inrichtingsplan in strijd is met het groenbeleidsplan en dat voorts daarmee onvoldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd, zijn gericht tegen het besluit van het college van 5 december 2007 waarbij het zijn besluit tot verlenen van vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van het appartementencomplex heeft gehandhaafd. Deze betogen kunnen derhalve in deze procedure niet leiden tot het door het Buurtoverleg en anderen beoogde resultaat.

2.6. Ten slotte verzoeken het Buurtoverleg en anderen de Afdeling om terugbetaling van eenmaal griffierecht, omdat het besluit tot handhaving van de vrijstelling en bouwvergunning voor het appartementencomplex van 5 december 2007, dat onderwerp is van geschil in de gevoegd behandelde zaak met nr. 200901399/1, en het besluit tot handhaving van de herinrichting van de Jan de Heemstraat en de Bloemaertlaan van 12 februari 2008, dat onderwerp is van het onderhavige geschil, dermate nauw samenhangen dat naar hun mening feitelijk sprake is van één zaak.

2.6.1. Dit verzoek wordt niet gehonoreerd. Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Wet op de Raad van State is, voor zover thans van belang, eenmaal griffierecht verschuldigd, indien hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak van een rechtbank die betrekking heeft op meer dan één besluit. Die situatie doet zich in dit geval niet voor. De rechtbank heeft over elk van beide - en op zich los van elkaar staande - besluiten in een afzonderlijke uitspraak geoordeeld. Indien, zoals thans aan de orde, tegen beide uitspraken hoger beroep wordt ingesteld, dient op grond van genoemd artikel twee maal griffierecht te worden geheven.

2.7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Goeverden-Clarenbeek

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2009

488.