Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2009:BI9702

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
24-06-2009
Zaaknummer
200808758/1/H2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In zijn vergadering van 23 juni 2005 heeft de raad van de gemeente Edam-Volendam (hierna: de raad) de afrekening ten behoeve van de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan (hierna: de stichting) vastgesteld en een bedrag groot € 234.970,21 aan de stichting betaalbaar gesteld. Dit is bij brief van dezelfde datum aan de stichting medegedeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2009, 133 met annotatie van P.W.A. Huisman
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

200808758/1/H2.

Datum uitspraak: 24 juni 2009

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de raad van de gemeente Edam-Volendam,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 22 oktober 2008 in zaak nr. 08/1426 in het geding tussen:

de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan, gevestigd te Purmerend,

en

de raad van de gemeente Edam-Volendam.

1. Procesverloop

In zijn vergadering van 23 juni 2005 heeft de raad van de gemeente Edam Volendam (hierna: de raad) de afrekening ten behoeve van de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan (hierna: de stichting) vastgesteld en een bedrag groot € 234.970,21 aan de stichting betaalbaar gesteld. Dit is bij brief van dezelfde datum aan de stichting medegedeeld.

Bij besluit van 13 december 2007 heeft de raad het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en een bedrag groot € 10.178,70 aanvullend beschikbaar gesteld.

Bij uitspraak van 22 oktober 2008, verzonden op 23 oktober 2008, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door de stichting daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 13 december 2007 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de raad bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 december 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 22 januari 2009.

De stichting heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 mei 2009, waar de raad, vertegenwoordigd door G.H.M. Kroon-Sombroek, wethouder van de gemeente, en mr. F.J.J.M. Janssen, juridisch adviseur in dienst van E&S Advies en Management, en de stichting, vertegenwoordigd door mr. G.J. Heussen, advocaat te Woerden, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 49, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: de WPO) kan de rechtspersoon die een openbare school in stand houdt, de instandhouding van die school overdragen aan een andere rechtspersoon die tot instandhouding van een openbare school bevoegd is. De overdracht geschiedt bij notariële akte.

Ingevolge het vierde lid treedt de verkrijgende rechtspersoon door overdracht met inachtneming van de voorgaande leden in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen die zijn rechtsvoorganger bezit in zijn hoedanigheid van bevoegd gezag, onverminderd hetgeen verder voor de overgang daarvan naar burgerlijk recht is vereist.

2.2. Bij besluit van 24 april 2003 heeft de raad bepaald dat het openbaar primair onderwijs wordt verzelfstandigd. Op 4 februari 2004 hebben de raad en de stichting in het kader van de overdracht van de instandhouding van de scholen 'De Botter' en 'De Piramide' een convenant gesloten over de overdracht van financiën, goederen en personeel aan de stichting.

In zijn vergadering van 23 juni 2005 heeft de raad de afrekening vastgesteld van de in het kader van de overdracht van de instandhouding van de scholen 'De Botter' en 'De Piramide' per 1 januari 2004 aan de stichting overgedragen reserves en voorzieningen die zijn gevormd uit de rijksbijdragen aan de openbare scholen. Bij die vaststelling heeft de raad, voor zover hier van belang, de kapitaallasten in de jaren 2004 en 2005 van de reeds gepleegde investeringen ten bedrage van € 31.437,33 voor 'De Piramide' en € 30.994,23 voor 'De Botter' op dat bedrag in mindering gebracht.

2.3. De Afdeling overweegt ambtshalve als volgt. De overdracht van de instandhouding van de scholen 'De Piramide' en 'De Botter' aan de stichting heeft overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van de WPO plaatsgevonden bij notariële akte. Deze overdracht dient, mede gezien de overige leden van artikel 49 van de WPO, aangemerkt te worden als een rechtshandeling naar burgerlijk recht. De brief van 23 juni 2005, zoals gedeeltelijk herzien bij brief van 13 juli 2006, bevat niet een besluit op grond van een in de WPO neergelegde bevoegdheid, maar geeft kennis van een uitvoeringshandeling ter zake van voormelde overdracht. Nu deze overdracht een rechtshandeling naar burgerlijk recht is, moet de brief van 23 juni 2005, die daaraan uitvoering geeft, aangemerkt worden als een handeling ter zake waarvan uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. Deze brief bevat dan ook geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht waartegen ingevolge artikel 8:1 van die wet beroep openstaat. Gelet hierop heeft de raad het bezwaar van de stichting ten onrechte ontvankelijk geacht.

2.4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 13 december 2007 van de raad alsnog gegrond verklaren. Dat besluit komt eveneens voor vernietiging in aanmerking. De Afdeling zal op na te melden wijze in de zaak voorzien en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

2.5. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 22 oktober 2008 in zaak nr. 08/1426;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Edam-Volendam van 13 december 2007, kenmerk 92-2007;

V. verklaart het bezwaar van de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan tegen de brief van 23 juni 2005 niet-ontvankelijk;

VI. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 13 december 2007;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Edam-Volendam tot vergoeding van bij de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan in verband met de behandeling van het bezwaar opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Edam-Volendam aan de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

VIII. veroordeelt de raad van de gemeente Edam-Volendam tot vergoeding van bij de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.288,00 (zegge: twaalfhonderdachtentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Edam-Volendam aan de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

IX. gelast dat de gemeente Edam-Volendam aan de stichting Stichting Primair Openbaar Onderwijs in de Regio Waterland en Oostzaan het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) voor de behandeling van het beroep vergoedt;

X. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de gemeente Edam-Volendam griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieendertig euro) heft.

Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, voorzitter, en mr. W. Konijnenbelt en mr. B.P. Vermeulen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Dijk

voorzitter w.g. Poot

ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2009

362.

Verzonden: 24 juni 2009

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de Raad van State,

voor deze,

mr. H.H.C. Visser,

directeur Bestuursrechtspraak